Tagarchief: Psychische ziekte

Psychisch lijden moet veel serieuzer genomen worden

Vandaag schreef Leonie een interessante post over psychisch lijden. Zij vindt dat psychisch lijden veel serieuzer genomen moet wroden en daar ben ik het helemaal mee eens.

De discussie die Leonie beschrijft, begon over euthanasie. Dit is een heel controversieel onderwerp waar ik zelf nog niet over uit ben wat ik ervan vind. De psychiater Bram Bakker schreef ooit een column tegen euthanasie bij psychisch lijden. Hij vond in elk geval toen dat er bij psychisch lijden altijd de mogelijkheid is dat een (nieuwe) behandeling uiteindelijk aanslaat. Natuurlijk, aan terminale kanker ga je binnen enkle maanden dood, dus heb je niet de kans om te wachten op een beter medicijn. Aan de andere kant, moet je als persoon met zeg een zware depressie die niet reageert op zelfs de meest heftige medicatie en elektroshocktherapie, verplicht worden nog bij wijze van spreken twintig jaar te wachten tot er een beter medicijn op de markt komt? Het grootste verschil tussen psychisch en fysiek lijden wat betreft euthanasie, is dat je aan een psychische ziekte niet direct doodgaat.

De discussie ging echter verder. Psychisch lijden zou volgens Leonie haar gesprekspartner meer een keuze zijn dan fysiek lijden. Hier kan ik echt boos om worden. Ten eerste suggereert dit dat er een harde grens is tussen geest en lichaam. Dit is onzin. Licht psychisch lijden reageert inderdaad het beste op psychologische behandeling. Bij ernstig psychisch lijden is dit niet het geval. Er is niet bewezen dat hierbjj een duidelijk onderscheid is tussen de oorzaken van het psychisch lijden: iemand die zwaar in een depressie valt na een scheiding, heeft meer baat bij medicatie dan bij psychotherapie, terwijl iemand die “zomaar” licht depressief is, meer baat heeft bij psychotherapie. Bij een euthaansiewens die enige kans heeft gehonoreerd te worden, gaat het altijd om zeer zwaar psychisch lijden. Ook moet iemand alle beschikbare behandelingen aangrijpen. Interessant genoeg is dit bij kanker weer niet zo.

Er rust sowieso een enorm stigma op psychisch lijden, los van de discussie over euthanasie. Toen ik in 2007 opgenomen werd in de psychiatrie, kwamen mijn ouders met de arts praten. Ze vertelden hem dat ik al vanaf kinds af aan regelmatig een doodswens had geuit, dus het zal wel niet zo serieus zijn. Ondertoon: als ik het echt meende, was ik op mijn 21ste wel dood geweest en, als ik het niet echt meende, was het dus een roep om aandacht. Los van het feit dat aandacht een normale mensenlijke behoefte is en “een roep om aandacht” dus helemaal niet zo gek is, zijn er meer oorzaken van terugkerende suïcidaliteit.

Ik heb bijvoorbeeld borderline(trekken). Borderline is een emotieregulatiestoornis, waarbij mensen dus zeer heftige, plotselinge stemmingswisselingen ervaren. Ook al is een emobui bij borderline vaak van korte duur, deze kan als zeer overweldigend ervaren worden. Tien procent van de borderliners overlijdt overigens door zelfmoord. Ook al gaat het dan in veel gevallen om een impulsieve actie, daar heb je in je graf of urn niks aan.

Daarnaast is er bij mij mogelijk sprake van depressiviteit. Ik ben niet ernstig depressief – heb momenteel de diagnsoe depressieve stoornis NAO, omdat ik dus blijkbaar niet aan de criteria van een “gewone” depressie voldoe. Bij depressiviteit speelt vaak dat mensen wel doodsgedachten hebben maar niet de energie hebben om daadwerkelijk zelfmoord te plegen. Mensen lijden echter wel onder die doodsgedachten. Ik tenminste wel: het is niet leuk om geregeld aan de dood te denken (en dan heb ik nog relatief lichte klachten). Voor mensen met een zware depressie kan de gedachte aan de dood constant zijn. Overigens kan, door de manier waarop antidepressiva werken, iemand kort na het starten met medicatie juist zelfmoord plegen. Dit is geen onwil om de mdicatie zijn werk te laten doen: de medicatie zorgt er eerst voor dat je actiever wordt en daarna pas dat je stemming verbetert. Als je je dus nog steeds depressief voelt maar wel weer energie hebt, is de kans groter dat je naar je doodswens handelt.

Zoals ik al zei, is het voor de persoon zelf echt niet leuk om doodsgedachten te hebben. Je kunt als buitenstaander wel denken dat iemand jou hiermee wil belasten maar hij wordt er zelf het zwaarst door belast. Als ik een knop kon omzetten en geen doodsgedachten meer hebben, zou ik het puur voor mezelf al doen. Ik zou dan ook gelijk mijn andere psychische klachten uitschakelen. Bijkomend fijn dat ik dan niet meer voor stijgende zorgkosten zorg met het instellingsbed wat ik bezet houd.

Psychisch ziek zijn en een kinderwens

Vorige week was het de week van de vruchtbaarheid. Vandaag las ik op Kinderwensbloggers.comover het voorstel om ook een dag van de kinderwens in te lassen. Dit vind ik heel mooi, want ongewilde kinderloosheid heeft niet per definitie met vruchtbaarheidsproblemen te maken. Ikzelf ben ongewenst kinderloos maar voor zover ik weet niet onvruchtbaar. Vandaag wil ik mijn verhaal delen. Ik heb al eens eerder op een oud blog geschreven over mijn moeilijke keuze om niet voor kinderen te gaan. Vandaag publiceer ik een ge-updatete versie van deze post.

Toen ik jong was, was ik er altijd van overtuigd dat ik later kinderen zou krijgen. Het was niet speciaal dat ik een moedergevoel had, maar ik kon me tegelijk niet voorstellen dat iemand niet van kinderen hield. Duh, ik was zelf kind, en wie hield er nou niet van mij? 😉 Bovendien: huisje, boompje, beestje en kindje, dat hoorde gewoon. Ik had nooit vriendjes en toch ging ik ervanuit dat ik later een gezin zou stichten.

Hier begon ik pas aan te twijfelen toen het psychisch minder goed met me ging na de middelbare school. Niet dat het op de middelbare school wel goed ging, maar ik dacht dat dit bij de puberteit hoorde. Pas toen ik op mijn 21ste in een psychiatrische crisis belandde, wist ik dat ik (een deel van) mijn dromen moest laten varen. Niet dat een kind toen hoog op mijn verlanglijstje stond, dus ik was er niet echt mee bezig. Dat kwam pas ongeveer drie jaar geleden.

Het krijgen van kinderen is niet iets waar je licht over moet denken, ook als je ogenschijnlijk geen problemen hebt. Als je een psychische ziekte hebt, is het echter een extra lastige beslissing.

Voor de duidelijkheid: ik vind niet dat een psychische ziekte of welke beperking dan ook per definitie betekent dat je geen kinderen zou mogen krijgen. Daarentegen is een kind geen recht, maar een verantwoordelijkheid. Hier moet je je bewust van zijn.

Er zijn verschillende redenen waarom het extra lastig kan zijn om voor kinderen te gaan als je een psychiatrische ziekte hebt. Zo kan het zijn dat je medicijnen moet slikken om stabiel te blijven. Veel van deze medicijnen kunnen schadelijk zijn voor het ongeboren kind. Verder kunnen een zwangerschap en de bijbehorende hormonale schommelingen, je problemen verergeren. Ben je van plan zwanger te worden, dan kun je voor advies over dit soort zaken je laten doorverwijzen naar een POP-poli (psychiatrie, obstetrie, pediatrie). Hier werken psychiaters, verloskundigen en kinderartsen samen om zwangere vrouwen en nieuwe moeders met psychische beperkingen te begeleiden. Je kunt bijvoorbeeld advies krijgen over welke medicatie niet schadelijk is voor je ongeboren kind.

Daarnaast is het belangrijk na te denken over het welzijn en de opvoeding van je eventuele toekomstige kind. Kun je een kind een veilig en geborgen thuis bieden? Heb je voldoende steun van familie, vrienden en eventueel professionals voor als je een mindere periode doormaakt?

Ik zit zelf langdurig opgenomen in de psychiatrie. Zolang ik opgenomen zit, is een kind krijgen uiteraard uitgesloten. Ik ben er echter 99% zeker van dat ik ook later geen kind zou kunnen opvoeden. Dit is een moeilijk gegeven, want ergens zou ik het wel willen kunnen.

Als je besluit dat voor jou een kind krijgen er niet in zit, is het belangrijk te bedenken waar je wel voldoening uit haalt, zeker als je altijd graag moeder hebt willen worden. Dit kan nog extra moeilijk zijn als je door je psychische beperking niet kunt werken en dus ook daar misschien een droom hebt moeten laten gaan. Bedenk dan waar jij toch tevreden over kunt zijn in je leven. Voor mij is dat bijvoorbeeld het feit dat ik goed kan schrijven.

Het kan ook helpen om steun te zoeken bij andere (ongewenst) kinderloze mensen. Ik vind het dan nog vaak moeilijk om me open te stellen, omdat ik bang ben voor vooroordelen. Ik heb immers een andere reden waarom ik geen kinderen zal krijgen dan de meeste ongewnest kinderloze mensen. Ik denk dan soms: “Het is toch mijn eigen keuze, waar doe ik moeilijk over?” Toch heb ik tot nu toe meestal wel begrip gekregen voor mijn situatie.

Mijn weg naar hulp voor psychische klachten: eerder is beter?

Vandaag is het de landelijke dag psychische gezondheid. Internaitonaal is 10 oktober ook World Mental Health Day, dus het is niet vreemd dat dit in Nederland is overgenomen. Dit jaar staat de dag in het teken van psychische gezondheid en psychische klachten bij jongeren. Volgens Fonds Psychische Gezondheid ontstaat 75% van de ernsitge psychische problemen voor je 25ste. “Eerder is beter,” is dan ook de slogan voor dit jaar.

Zoals mensen die niet nu voor het eerst op mijn blog komen wel weten, heb ik ook psychische klachten. Ik ben zelf op mijn 20ste voor het eerst met de GGZ in aanraking gekomen. Vandaag wil ik jullie vertellen hoe mijn weg naar hulp verliep.

Eén van de grootste problemen die ik ervaren heb bij het vinden van hulp, is het feit dat ik niet om hulp durfde te vragen en niet wist waar ik terecht kon. Ik wist wel dat ik via de huisarts een verwijzing moest vragen maar ik wist niet wat ik dan moest zeggen. Het stigma rond psychische klachten speelt hier erg in mee. Ik wilde bijvoorbeeld niet met een vermoeden van een bepaalde stoornis naar de huisarts, hoewel ik wel zo’n vermoeden had. Ik had namelijk vanaf mijn zestiende ongeveer het idee dat ik wellicht iets in het autistisch spectrum kon hebben. Maarja, Asperger was “hot” in die tijd (2003), omdat een bekende psychiater dacht dat Volkert van der Graaf dit had. Bovendien had ik het al dan niet terechte idee dat toegeven dat ik problemen had, betekende dat ik niet meer op mijn gewone school mocht blijven. Ik weet niet of ik nou echt zo gemotiveerd was voor dat gymnasiumdiploma maar mijn ouders wel en ik wilde hen niet teleurstellen.

Uiteindelijk ben ik dus op mijn 20ste pas hulp gaan zoeken. Dit ging niet vanzelf. Ik werd hier min of meer door de begeleiding van het traingshuis voor gehandicapten, waar ik woonde, toe gedwongen. Ze hadden al een afspraak bij GGnet voor me staan toen ik nog naar de huisarts moest. Het was toen ook niet ik die dacht een probleem te hebben. Nou ja, ik wist wel dat het niet normaal was hoe ik me voelde en gedroeg maar ik dacht nog steeds dat psychische hulp zoeken betekende dat ik zwak was.

Bij de huisarts en ook bij de arts-assistent psychiatrie klapte ik volledig dicht. Dit was dan ook wat de huisarts opschreef in zijn verwijsbrief. Het was in die tijd nog niet nodig dat de huisarts alvast inschatte of er sprake was van een DSM-diagnose, zoals nu wel het geval is.

Toen ik op 2 februari 2007 voor het eerst van mijn leven tegenover een heuse psychiater kwam te zitten, vond ik dit wel heel eng. Ik stelde me voor hoe ik nu voor mijn leven voor gek werd verklaard, in een inrichting belandde en binnen de korste keren in de isoleer lag. Achteraf gezien zat ik hier niet eens zo ver naast maar dat lag niet aan die afspraak op 2 februari. Negen maanden later, op 2 november 2007, zat ik volledig doorgeflipt op he tpolitiebureau. OP 1 februari 2008 werd ik voor het eerst opgesloten in de afzondering.

Misschien, dnek ik soms, had ik inderdaad langer moeten doorzetten en klopt “eerder is beter” dus helemaal niet. Mijn voorspellingen dat ik mijn studie niet zou kunnen afronden, dat ik in een “inrichtng” en de separeer zou belanden, zijn immers best wel erg uitgekomen. In die zin is er in 2007 best wel een beerput opengegaan toen ik eenmaal hulp zocht.

Aan de andere kant is autisme een stoornis die op de kinderleeftijd ontstaat en kreeg ik al vanaf ongeveer mijn tiende andere zware psychische klachten. We zullen nooit weten of mijn leven er anders uit had gezien als mijn ouders in die tijd al hulp voor mij hadden gezocht en zo ja, of dat dan beter of slechter zou zijn.

Ik wil wel één ding heel duidelijk maken: een psychische ziekte is een stoornis, geen keuze. Beter worden is ook niet altijd een keuze. Herstel wel.

Studeren met een psychische ziekte

Gisteren vertelden een paar mensen in een Facebookgroep voor bloggers dat ze aan het “blokken” waren. Ik dacht eerst dat het een typefout was en ze “bloggen” bedoelden. Dat bleek niet het geval. De bloggers waren toevallig ook student en blokten voor hun tentamens. Het is bij mij alweer zo’n 8 1/2 jaar geleden dat ik een tentamen had. Ik weet het og precies, want het was drie dagen voor mijn opname in de psychiatrie. Vandaag wil ik vertellen welke invloed een psychische ziekte kan hebben op je studie.

Ik was op de basisschool en middelbare school altijd een goede leerling. Als ik mijn best deed tenminste. Op de middelbare school was ik regelmatig vrij somber en deed dan minder aan school. In de derde klas heb ik zelfs een halfjaar bijna niks uitgevoerd, waardoor ik maar met de hakken over de sloto over ging. Nou wil ik niet alles aan mijn psychische ziekte wijten en speelde puberale luiheid vast ook gewoon een rol. Toch was het voor mij door mijn sombere stemming extra moeilijk om me tot studeren te zetten.

Het omgekeerde kan ook voorkomen: dat je je door je psychische stoornis juist te veel op je studie stort. Je op je studie richten als afleiding van je sombere of angstige gedachtes is natuurlijk niet erg, zeker niet als het werkt. Sommige mensen richten zich echter zo extreem op hun studie, dat ze erdoor overbelast raken. Op de universiteit heb ik voor het tentamen wat ik net noemde, nog een 8,5 gehaald.

Het kan ook zijn dat je door perfectionisme nooit tevreden bent met je studieresultaat. Een beetje perfectionisme kan motiverend werken. Als je perfectionisme echter je zelfbeeld gaat bepalen, kan dit tot behoorlijke angsten leiden.

Ik was zelf iemand die wel goed was in het onthouden van wat er in het studieboek stond. Naast puur theoretische tentamens heb je echter ook te maken met praktische opdrachten. Op de middelbare school was dat in de bovenbouw het ergst. Ik vrees dat dit met de onderwijsvernieuwingen alleen maar erger is geworden maar ook in mijn tijd moest je al veel zelf uitvogelen. Dat vond ik moeilijk. Ook op het hbo was ik niet goed in praktisch gerichte opdrachten, al ging het wat beter dan op de middelbare school. Op de middelbare school liep ik er namelijk vooral tegenaan dat ik niet wist hoe ik mensen moest aanspreken om mee samen te wereken. Ik heb dus een keer een één gekregen voor een spreekvaardigheidsopdracht die ik niet had gedaan, omdat ik niemand durfde te vragen om met mij deze opdracht te doen.

Naast de onderwijsmoeilijkheden waar mensen met psychische problemen tegenaan kunnen lopen, speelt er nog het feit dat scholen zelf intens overweldigend kunnen zijn. Ik zat zelf op de middelbare school met dertig kinderen in de klas. Toen ik eenmaal op de universiteit kwam, had ik een studie gekozen waar relatief weinig studenten zich voor inschreven. Ik dacht dat ik dus in kleine groepen college zou hebben. Groot was dan ook mijn schrik toen ik op de eerste dag in een collegezaal met 200 man belandde. Wist ik veel dat sommige colleges van mijn studie waren samengevoegd met die van een veel grotere opleiding.

Je kunt als je psychische problemen hebt en toch wilt studeren, verschillende aanpassingen vragen bij je hogeschool of universiteit. Zo mocht ik mijn tentamen (dat ene tentamen van drie dagen voor mijn opname) in een aparte ruimte afleggen. Daarnaast bieden veel hogescholen en universiteiten cursussen aan voor het omgaan met (lichte) psychische klachten. Ik had zelf ook een maatje via een project wat toen net op mijn universiteit was opgezet. Zij ondersteunde mij bij het contact met docenten, het plannen van mijn studie, etc.

Voor veel mensen is student zijn natuurlijk meer dan studeren. Ook dit kan problemen geven voor mensen met psychische problemen. Zo kun je bang zijn in de kroeg, moeite hebben met vrienden maken of te moe zijn om na je studie nog naar de studentenvereniging te gaan. Dat niet volwaardig mee kunnen draaien kan dan weer je psychische klachten verergeren. Zelf heb ik hier nooit zoveel last van gehad. Pas toen ik al jaren gestopt was met mijn studie, baalde ik er wel heel erg van dat ik die tijd gemist had.

Nu ben ik op zich heel blij dat ik niet meer studeer. Ik heb nog wel een paar cursusen op de Open Universiteit gedaan. De OU is in mijn ervaring een stuk toegankelijker voor mij als student met beperkingen dan de gewone universiteit of hogeschool. Ten eerste kan het voor veel psychisch zieke mensen een voordeel zijn dat je de studie grotendeels thuis kunt doen. Daaarnaast heb je niet de druk van een bindend studieadvies of een strict tempo. Je kunt namelijk een jaar over een cursus doen. Wel moet je juist daarom meer discipline hebben dan op de gewone universiteit. Daar ontbrak het bij mij nogal eens aan, waardoor ik ook hier de meeste vakken niet heb gehaald.