Tagarchief: Overgewicht

Astrid valt af: de eerste maand

Een maand geleden ging ik voor het eerst sinds ik thuis woon op de weegschaal en ik schrok me kapot. Mijn man had mijn gewicht nogal naar beneden afgerond, maar “79 kilo” klonk al vrij erg. Ik ben maar 1,53 m lang, dus dit betekent een BMI van dik over de 30. Dat ik obesitas heb, wist ik op zich wel maar ik zat nu op mijn hoogste gewicht ooit. Ik had toch echt gehoopt in die eerste maand thuis wat te zijn afgevallen, want ik had eigenlijk geen eetbuien gehad. Ik snaaide echter wel vaker dan alleen in het weekend samen met mijn man een zak chips leeg, waarbij ik verreweg het meeste pakte. Ik wilde dus heel graag afvallen. Maarja, dat wil ik al jaren. Ik was nu echter wel gemotiveerder dan ooit. “Wil je dit echt?” vroeg mijn man. Hij wilde me dan wel bij het afvalproces helpen. Daarop volgde van mij een volmondig “Ja.” Hoe gaat het nu de eerste maand?

Ik had me vorige maand als doel gesteld over een jaar onder de 70 kilo, de grens van obesitas bij mijn lengte, te zitten. Mijn man rekende uit hoeveel calorieën ik hiervoor moest minderen of extra verbranden. Het precieze getal ben ik kwijt maar het stond gelijk aan 36 minuten stevig wandelen per dag. “Nu 36 minuten wandelen?” vroeg mijn man. Prima. I love wandelen. Nou, daar verkeek ik me op. Na vijf minuten begon ik al zwaar te ademen. Dit vond ik niet erg maar na een kwartier begon mijn rechter achillespees tegen te stribbelen. Mijn voet deed na 23 minuten zo’n pijn dat ik amper verder kon lopen en teruggeslenterd ben.

Wij hebben thuis een crosstrainer staan, dus nadat ik van de ergste spierpijn, schrik en teleurstelling was bekomen, besloot ik daar maar verder op te trainen. Dit gaat een stuk beter. Ik wil nog steeds wel beter leren wandelen en heb ook wandelschoenen gekocht maar ik probeer me vooral op de crosstrainer te richten. Ik wil immers vooral conditie opbouwen en afvallen en dan helpt elke vorm van cardio. Ik kan inmiddels ruim 25 minuten achter elkaar crosstraineren.

Het minder eten valt me egenlijk reuze mee. In eerste instantie had ik echt totaal geen verstand van hoeveel calorieën er in bepaald voedsel zitten. Zo dacht ik dat ontbijtkoek calorie-arm was en nam gerust een dikke plak op dagbesteding. Toen ik het op Calorielijst.nl opzocht, bleek dat in zo’n dikke plak bijna 150 kCal zit. Het omgekeerde kwam echter ook voor, dat ik bijvoorbeeld 150 gram wortels at en dacht dat dat veel was.

Ik ga eens in de twee weken met mijn schoonmoeder naar de apotheek. Dan doe ik gelijk boodschappen. Ik kocht eerst drop maar nu koop ik tomaatjes en appels en oh natuurlijk aardbeien, want daar kun je ook een heel bakje van leegeten zonder aan te komen. Niet dat ik trouwens een heel bakje leegeet. Ik houd namelijk vrij nauwkeurig bij wat ik eet en dat helpt wel om het overmatig snaaien te verminderen. Ii bedoel, schrok al toen ik vorige week een dag 10 suikervrije dropjes had gegeten. Toen ik nog in de kliniek zat, merkte ik het nauwelijks als ik een hele zak drop (met suiker) had leeggegeten.

Met mijn verjaardag vorige week dinsdag vonden zowel mijn man als ik dat ik wel wat mocht smokkelen. We vierden mijn verjaardag voornamelijk het weekend ervoor en ik was bang dat dit, met mijn eigenlijke verjaardag erbij, drie dagen van losgaan zouden worden en ik vervolgens kilo’s zou zijn aangekomen. Ik ging echter niet los. Ik bedoel, ja, natuurlijk heb ik taart genomen op de zaterdag dat mijn zus kwsam. En een kaneelbroodje op de zondag dat mijn ouders kwamen. En een stroopwafel als traktatie op dagbesteding dinsdag. Zo’n verjaardagsreeks moet ik niet elke maand doen. Toch lukte het me juist niet door te schieten in overeten en daar ben ik trots op.

En, vraag je je nu af, wat is het resultaat? Mijn riem kan een gaatje strakker maar ik dacht dat ik mezelf misschien meer insnoerde om mezelf de indruk te geven afgevallen te zijn. Gisteren ging ik dus op de weegschaal. Dit was niet de eerste keer in die maand hoor, dus ik wist al dat ik aan het afvallen was. Ik dacht echter dat ik dit met mijn verjaardag teniet had gedaan. Wat bleek? Ik woog gisteren 75,1kg. Mijn man haalde zijn spreadsheet met mijn getallen erbij en zei dat nog een keer zoveel afvallen als ik in de afgelopen maand had gedaan, al een BMI van 30 zou betekenen. Onze weegschaal meet overigens ook het percentage water, vet, botten en spieren in je onderlichaam. Dit geeft een te optimistisch beeld bij mij, aangezien mijn vet vooral op mijn buik zit. Ik gebruik de weegschaal echter vooral om de verandering te meten. Mijn waterpercentage, bot- en spiermassa waren allemaal gestegen en mijn vetpercentage is de afgelopen maand gedaald. Dit geeft mij echt motivatie om door te zetten.

Vijf dingen die je niet moet zeggen tegen iemand met een eetstoornis

Op The Mighty, een Engelstalige site waar mensen met een handicap of ziekte en hun familie schrijven, worden regelmatig lijstjes gepost van dingen die je niet of juist wel moet zeggen of doen om mensen met een handicap of ziekte te helpen. Er verscheen rond Thanksgiving in november een artikel met dingen die je niet moet zeggen tegen iemand met een eetstoornis. Zelf heb ik geen gediagnosticeerde eetstoornis maar wel een flink eetprobleem. Helaas hoor ik deze opmeringen maar al te vaak.

1. “Je ziet er goed uit.” Hiermee benadruk je iemands uiterlijk. Je bedoelt misschien dat iemand een gezonde blos op haar gezicht heeft maar onbewust kan zij hierbij denken aan haar gewicht. Als degene met een eetstoornis al niet de connectie met haar figuur of gewicht maakt, zal ze waarschijnlijk terecht opmerken dat je bedoelt dat ze eruitziet alsof ze zich goed voelt. Dat kun jij echter niet weten.

2. “Ben je aangekomen sinds we elkaar de laatste keer zagen?” Laat die opmerkingen over gewicht nou eens achterwege! Bij iemand met anorexia vindt jij het misschien een compliment als ze is aangekomen maar zij denkt daar mogelijk nog heel anders over. Mensen met boulimia of een eetbuienstoornis kunnen ook heel erg getriggerd worden door opmerkingen over hun gewicht. Ikzelf zit het dichtst bij de eetbuienstoornis qua wat mijn eetprobleem is en vind opmerkingen over gewicht alleen maar stresserend. Je laat met een opmerking als deze onbewust blijken dat iemand alleen maar goed is als ze een bepaald gewicht of een bepaalde maat heeft.

3. “Is dat alles wat je eet?” In deze categorie vallen ook opmerkingen als “Eet maar lekker, dat kan jij wel hebben,” of “Eet je zoveel?”. Kortom, alle opmerkingen die een oordeel vellen over hoeveel iemand eet. Voor een persoon met anorexia is het misschien een enorme strijd geweest om het kleine beetje wat ze eet te nemen. Iemand met boulimia of een eetbuienstoornis gaat ook niet minder eten als jij haar eetgedrag veroordeelt. Hoogstens voelt ze zich schuldiger of gaat ze compenseren.

4. “Ik wou dat ik jouw wilskracht had!” Nee, dat wil je niet. Je wilt echt serieus geen last hebben van de allesbepalende obsessie van een eetstoornis. Ik heb zelf nooit anorexia of iets wat erop lijkt gehad en moet eerlijk toegeven dat ik soms wel eens dacht: “Ik wou dat ik dat kon.” Andere eetstoornissen worden toch meer gezien als “gebrek aan wilskracht”. Als je dus een goedbedoelde opmerking over wilskracht maakt tegen iemand die gezond is afgevallen, kan dat ook weer heel triggerend zijn als een ander boulimia of een eetbuienstoornis heeft. Niemand kiest ervoor om een eetstoornis te hebben.

5. “Ik ben net aan dit-of-dat nieuwe dieet begonnen.” Kies alsjeblieft een gesprekspartner die niet getriggerd wordt om destructief (eet)gedrag te vertonen als je dit zegt. Mij en veel anderen met zware eetproblemen of een eetstoornis triggert het enorm als je over diëten praat. Het zet mensen met “gewoon” overgewicht misschien aan om oook te gaan lijnen, al is dat nog niet zeker. Mensen met een eetstoornis voelen zich alleen maar ongemakkelijk.

Hoe ik een problematische relatie met eten kreeg

Vorige week schreef Yvette een post over haar relatie met voeding. Hierin beschreef ze hoe ze bewust omgaat met eten. Ik was dinsdag al begonnen aan een stuk over mijn eigen relatie tot eten, die een stuk minder gezond is. Ik twijfelde toen echter nog of ik dit met naam en toenaam op mijn blog zou zetten. Toen ik er echter achterkwam dat mijn zeer persoonlijke, Engesltalige blog bijna bovenaan in Google staat als je mijn naam intypt, besloot ik er schijt aan te hebben. Dat ik een moeilijke relatie met eten heb, mag iedereen weten.

ik was als kind niet eens een extreem moeilijke eter. Mijn man klaagt nu wel eens dat ik wel heel weinig lust maar ik kan me niet herinneren dat ik veel minder lustte dan mijn zus. Mijn ouders waren heel makkelijk met eten en zetten er weinig druk op dat we iets moesten eten wat we niet lustten. Ze maakten ook best vaak apart eten voor één van ons, nou ja een deel van het eten dan. Zo kreeg ik rauwe zuurkool als we zuurkoolstamppot aten, want dat lustte ik wel.

Ik was ook als kind niet iemand die exxtreem veel snoepte. Ik herinner me wel dat ik vrij veel snoep pikte van mijn ouders en dat ook wel meer deed dan mijn zus. Ik had echter toen nog niet echt eetbuien of ander overduidelijk eetgestoord gedrag. Toen ik tien werd, kreeg ik bijvoorbeeld een kleine hoeveelheid dropjes voor mijn verjaardag – en ik bedoel echt tien dropjes of zo. Daar heb ik echt dagen mee gedaan. Of dat een uitzondering was, weet ik echter niet, want ik was wel al vroeg iemand die veel snoep wilde hebben.

Toen ik naar de middelbare school ging, vooral op het gymnasium, liep het wel de spuigaten uit met snoepen. Dit is eigenlijk in vrij korte tijd vrij snel gegaan. Toen ik nog in de brugklas van het speciaal onderwijs zat, at ik keurig mijn brood op en kocht ook niet meer dan één candybar per dag en dat lang niet elke dag. In de eerste van het gymnasium herinner ik me dat ik een keer vijf Marsrepen uit de automaat trok en ze achter elkaar opat. Mijn klasgenoten zeiden er wat van maar ik luisterde niet. Dit was waarschijnlijk de eerste keer of de enige keer dat mijn klasgenoten er wat van zeiden, dat ik het daarom onthouden heb. Het was zeker niet de laatste keer.

Ergens besefte ik wel dat het niet normaal was. Ik heb in die tijd kort een eetdagboekje bijgehouden en noteerde daarin keurig alle candybars, saucijzenbroodjes en chips die ik naar binnen werkte. Ik voelde me ook schuldig maar deed er niks mee. Op een gegeven moment las ik in een jongerentijdschrijft over de BMI en ik berekende de mijne. Die was toen voor een jongere volgens mij al op het randje van overgewicht maar dat realiseerde ik me niet, omdat het tijdschrift de norm voor volwassenen nam.

Ik las in datzelfde tijdschrijft in ongeveer dezelfde tijd over anorexia en meiden die hiervoor opgenomen werden. Ik weet niet waarom maar het trok me enorm. Heel stom natuurlijk, want niemand wil echt een eetstoornis. Het was ook niet dat ik dun wilde zijn maar meer dat ik iets wilde hebben waarin ik mijn gevoel kon uiten. Misschien zelfs wel iets waarmee ik kon laten zien dat het niet goed ging.

Als eetgestoorde faalde ik gigantisch. Ik kon niet eens lijnen, laat staan dat ik voor anorexiapatiënt door kon gaan. Gelukkig hield ik ongezond compenseergedrag zoals braken ook niet lang vol. Ik at echter wel grote hoeveelheden snoep. Als ik op zaterdag naar de winkel ging, kocht ik twee grote zakken snoep en at die in een uur tijd allebei leeg. Dat dit net zo goed een eetprobleem is, kwam niet in me op. Op school leerden we ook alleen over anorexia en boulimia. Godzijdank was mijn gedachte dat ik een eetstoornis “wilde” alweer over toen ik internettoegang kreeg, anders was ik ongetwijfeld veel verder van huis geweest door de pro-anasites.

Toen ik volwassen werd, werden de echte eetbuien vanzelf minder. Ik overat nog wel maar niet meer in extreme mate. Toch bleven de dwangmatige gedachten over eten wel een rol spelen. Uiteindelijk liep dit rond mijn 23ste toch weer uit de hand en werd het overeten erger. Sindsdien ben ik nooit meer langer dan een week eetbuivrij geweest. In die tijd heb ik ook ongeveer een halfjaar meerdere keren per week gebraakt. Hier stopte ik echter uiteindelijk weer mee, om het zo nu en dan weer op te pakken. Helemaal vrij van ongezond compenseergedrag ben ik nooit meer voor een lange tijd geweest.

Toch zijn nu voor mij de eetbuien schadelijker: ik zit inmiddels qua gewicht behoorlijk ver in het gebied “obesitas”. Helaas leren we nog steeds dat overeten gewoon onwil om maat te hoduen is, i.p.v. een serieus psychisch probleem. Ik heb nog steeds het idiote idee dat ik een falende eetgestoorde ben, terwijl ik me juist zou moeten focussen op mijn herstel.

Acht fabels over de eetbuienstoornis

Sinds 2013 is de binge eating disorder (BED) of eetbuienstoornis eindelijk officieel erkend als een specifieke eetstoornis in het psychiatershandboek, DSM-5. DSM-5 wordt in Nederland nog niet overal gebruikt in de gezondheidszorg maar de eetbuienstoornis wordt over het algemeen wel erkend. Ik heb niet deze diagnose maar herken me er wel in. “Wie niet?” zou je zeggen maar dat is niet waar. Hieronder deel ik een aantal fabels en feiten over de eetbuienstoornis.

1. De eetbuienstoornis bestaat niet, want iedereen eet wel eens een hele zak chips of bak ijs leeg in één keer. Dat bijna iedereen wel eens veel te veel eet, is een feit. Het is echter een fabel dat een eetbuienstoornis simpelweg betekent dat je af en toe te veel eet. Een eetbui moet minstens één keer per week voorkomen gedurende een periode van drie maanden of langer om van een eetbuienstoornis te spreken. Iemand die met Sinterklaas een zak pepernoten naar binenn werkt, heeft niet per definitie een eetbuienstoornis.

Gewoon snaaien is geen eetbui. Dit onderscheid vind ik zelf nog wel eens moeilijk te maken. In de DSM-5 staat genoemd dat iemand met BED gedurende een bepaald tijdsbestek, bv. twee uur, veel meer eet dan normaal is of wordt verwacht. Als je dus je bij het kerstdiner helemaal volpropt, kan dit twee uur duren en je te veel hebben gegeten maar omdat dit verwacht wordt, is dit geen eetbui. Ikzelf eet wel eens (nou ja, vaker dan eens per week) in tien minuten tijd een zak snoep leeg. Dat je over de dag heen een zak snoep leegeet, is snaaien. Omdat ik het in tien minuten opeet, denk ik wel dat ik van een eetbui mag spreken.

2. Mensen die eetbuien hebben, zijn per definitie te zwaar. Hoewel ongeveer tweederde van de mensen met een eetbuienstoornis zwaarlijvig is, komt BED ook voor bij mensen met een gezond gewicht. Sommige mensen kunnen immers meer eten zonder (veel) aan te komen dan anderen. Ikzelf heb pas sinds een jaar of vier overgewicht maar heb al sinds mijn puberteit eetbuien.

3. BED is hetzelfde als boulimia. Oppervlakkig gezien lijken de stoornissen erg op elkaar. Mensen met boulimia en mensen met een eetbuienstoornis overeten immers allebei en voelen zich hier schuldig of beschaamd over. Het verschil is echter dat boulimiapatiënten proberen van de overtollige calorieën af te komen door te purgeren (braken, laxeren of gebruik van plaspillen) of door overmatig te sporten. Mensen met BED doen dit niet en velen bewegen te weinig.

4. De eetbuienstoornis is zeldzaam. Mis! De eetbuienstoornis is de meest voorkomende specifieke eetstoornis. Het komt bij ongeveer 3% van de bevolking voor. Anorexia en boulimia komen bij respectievelijk 0,5% en 1,5% voor.

5. De eetbuienstoornis is een vrouwenziekte. Hoewel anorexia en boulimia veel meer bij vrouwen dan bij mannen voorkomen (maar niet exclusief bij vrouwen!), komt de eetbuienstoornis bijna net zoveel bij mannen voor als bij vrouwen.

6. Eetbuien zijn typisch iets voor tieners. Anorexia en boulimia komen inderdaad vaker voor bij tieners en jongvolwassenen. Voor BED geldt dit niet. Hoewel de stoornis uiteraard wel bij tieners voor kan komen, is de gemiddelde leeftijd waarop de eetbuienstoornis begint 25. Zeker bij mannen komt de stoornis vaker op middelbare leeftijd voor.

7. Binge eating disorder, in tegenstelling tot anorexia en boulimia, is niet gevaarlijk. Anorexia en boulimia kunnen misschien op korte termijn gevaarlijker zijn, omdat purgeren en ernstig ondergewicht tot levensbedreigende gezondheidsproblemen kunnen leiden. Daartegenover staat dat eetbuien op langere termijn wel gevaarlijk kunnen zijn. Grote eetbuien bij BED kunnen net als bij boulimia bijvoorbeeld leiden tot een opgerekte maag. Daarnaast speelt natuurlijk het risico wat gepaard gaat met overgewicht of obesitas.

Het idee dat de eetbuienstoornis niet gevaarlijk is, leidt ertoe dat mensen, ook patiënten, dit probleem niet serieus nemen. Ikzelf heb een tijd aan ongezond compenseergedrag (purgeren) gedaan en nam toen mijn eetprobleem serieuzer dan nu dat ik alleen nog eetbuien heb, terwijl ik nu ernstig overgewicht heb en toen een gezond gewicht had.

8. Eetbuien bij BED zijn gewoon een uiting van stress. Dat “gewoon” mag eraf. Eetbuien zijn inderdaad een uiting van stress maar iemand die minstens eens per week een eetbui heeft, heeft meer stress dan de gemiddelde mens en/of gaat hier niet gezond mee om. Een eetbuienstoornis is, zoals inmiddels wel duidelijk mag zijn, een psychiatrische stoornis en niet zomaar een reactie op tijdelijke stress.