Tagarchief: Obsessies

Gekke gewoontes, angsten en gedachten die ik als kind had

Vanochtend schreef Kim een post over gekke gewoontes en gedachten die ze als kind had. Sommige zijn best herkenbaar. Ook ik was een behoorlijk angstig kind en had veel “magische” denksprongetjes. Ik nam ook veel letterlijk, zoals ik al schreef in mijn post over grappige taalmisverstanden. Vandaag deel ik een aantal gekke gewoontes en gedachten die ik vroeger had met jullie.

1. Lepra. Toen ik jong was, was er veel aandacht in de media voor lepra en de Leprastichting. Ik hoorde dus dat als je lepra had, je vingers en tenen gevoelloos werden en er daarna afvielen. Ik was altijd al bang voor enge ziektes en lepra stond daar wel bovenaan, dus telde ik mijn vingers en tenen ’s nachts na. Soms deed ik dit wel tien keer op een nacht.

2. Spiritus. Mijn ouders vertelden me dat je blind kon worden als je spiritus dronk, vanwege de methanol die erin zit. Daarom had spiritus een blauwe kleur als waarschuwing. Ik was dus doodsbang als mijn ouders spiritus gebruikten als schoonmaakmiddel. Als ze hier iets mee hadden schoongemaakt, durfde ik dat niet aan te raken, omdat ik bang was dat ik dan per ongeluk mijn vingers zou aflikken en spiritus binnenkrijgen.

Maar het werd nog gekker. Ik haalde me op een gegeven moment in mijn hoofd dat er spiritus uit de kraan kon komen. Ik keek dus altijd of het water blauw was. Zo niet, dan was het veilig.

Ik was overigens echt speciaal bang om blind te worden door spiritus. Toen ik ooit over een cobra hoorde die gif kon spuwen waar je blind van wordt, was ik ook bang hiervoor. Natuurlijk was de kans veel groter dat ik door mijn oogaandoening blind werd dan door spiritus te drinken of een cobra tegen te komen.

Later, nog maar een paar jaar geleden, kwam het idee van gif uit de kraan opnieuw in me op. Ik hoorde toen over iemand die zijn ex met zwavelzuur had overgoten. Die vrouw voelde zich altijd alsof ze onder een te hete douche stond door de brandwonden. Nou douche ik vrij heet, dus haalde ik me in mijn hoofd dat er zwavelzuur uit de douche kwam.

3. Toekomst voorspellen. Ik had toen ik een jaar of twaalf was een glazen ovaaltje. Ik denk dat het ding ooit bedoeld was als versierng voor in een aquarium of zo. Dit steentje had een bolle en een platte kant en ik meende dat ik hiermee de toekomst kon voorspeleln. Als de bolle kant boven kwam, was het antwoord “Ja”, terwijl de platte kant “Nee” betekende. Natuurlijk zijn er verschillen tussen de twee kanten, waarbij de ene kant meer kans maakt om boven te omen dan de andere.

Overigens had ik in diezelfde tijd de gedache dat ik met mandarijnen wensen kon doen. Als ik de schil er in één keer af kreeg, mocht ik iets wensen. Het aantal partjes bepaalde hoe groot de kans was dat mijn wens uit zou komen. En dan was er nog iets met als er pitjes in zaten maar dat weet ik al niet meer. Deze is overigens helemaal niet zo origineel, want veel mensen hebben volgens mij dit bijgeloof met sinaasappels.

4. Bolbliksem. Ooit hoorde ik van iemand dat ze bij diegene thuis bolbliksem hadden. Er was een vuurbal door een keukenraampje naar binnen gevlogen. Of ik het verkeerd begrepen heb of dat diegene maar een verhaal zat op te dissen, weet ik niet. IK was altijd superbang voor onweer en weet nog steeds niet 100% zeker dat een bliksemschicht niet door een keukenraam kan komen.

5. Tellen. Ik denk niet dat dit heel raar is maar ik telde echt alles. Zo stond ik op een gegeven moment op de middelbare school “gewoon” de steentjes van een muurtje te tellen. Mijn vader, die op mijn school werkte, vond me er somber uitzien en werd boos omdat ik me raar gedroeg.

Mij vallen wel vaak patronen op en ik probeer symmetrie in dingen te vinden. Vind het bijvoorbeeld nog steeds jammer dat de drinkglazen bij mijn favoriete restaurant negen vlakjes hebbn.

Heb of had jij ook vreemde gewoontes, angsten of gedachten?

Verzamelingen en obsessies (fieps) #30DayBlogChallengeNL

Vorige week schreef ik het eerste artikel in de #30DayBlogChallengeNL over dingen waar ik blij van word. Ik schrijf niet over alle onderwerpen maar het volgende onderwerp in de rij sprak me ook aan: verzamelingen en obsessies. Oftewel “fieps” in autismeland.

Ik had als kind de ene na de andere verzameling. Niet eens zo zeer de hype-verzamelingen. Ja, ik had wel flippo’s maar daar deed ik niet echt wat mee.

De grootste verzameling die ik me kan herinneren, was landkaarten. Ik was rond mijn tiende echt helemaal gek van topografie. Ik tekende ook zelf landkaarten. Vooral Italië met de laarsvorm vond ik mooi.

Als klein kind had ik ook een fiep met metroroutes. We woonden in Rotterdam en ik kende alle haltes van de oost-westlijn uit mijn hoofd. Nu ken ik ze niet meer maar ik kan me nog wel de neonverlichte haltenaambordjes voor de geest halen waar de metro na Blaak ondergronds ging. Deze fiep is wel lang bij me gebleven: ook in Apeldoorn en Nijmegen kende ik de bushaltes van lijnen die ik vaker nam uit mijn hoofd. Wat dat betreft is het jammer dat mijn man nu een auto heeft, want we reizen bijna nooit meer met het OV. Niet dat ons dorp OV heeft maar toch.

Sommige autisten hebben één grote fiep die hun hele leven bij ze blijft. Dit zie je bijvoorbeeld bij Temple Grandin met veehouderij. Zij heeft hier haar carrière van weten te maken. Ikzelf heb echter vaak wisselende interesses, die dan echter wel heel intens kunnen zijn. Die obsessie met landkaarten bleef wel een paar jaar, net als die met OV-routes. Sommige van mijn fieps blijven echter maar een paar maanden.

Als ik ergens op aan het fiepen ben, kan ik heel enthousiast worden. Ik ben er dan echt de hele dag en vaak ook nacht mee bezig. Jammer is het wel als de fiep weer overgaat, want dan voel ik me vaak down. Het zou natuurlijk ideaal zijn als ik, als ik ergens niet meer op fiep, dit nog als gewone interesse of hobby kan houden. Dit lukt me soms wel. Vaak is het echter erg zwart-wit: ik ben ergens helemaal obsessief mee bezig of ik doe er (bijna) niks meer mee. Ik hoop niet dat dit bijvoorbeeld ook met het zeep maken gaat gebeuren.

Bij autisme moet een speciale interesse (fiep) ofwel abnormaal zijn in intensiteit of in focus. Met abnormale intensiteit wordt bedoeld dat iemand zoveel tijd en energie in een fiep steekt dat bijvoorbeeld het huishouden of andere verplichtingen eronder gaan lijden. Met abnormale focus wordt bedoeld dat iemand te veel op een bepaald detail is gericht. Ik ben bijvoorbeeld niet geïnteresseerd in het openbaar vervoer in het algemeen maar alleen in het uit mijn hoofd leren van de haltes.

Natuurlijk komen intense interesses ook bij niet-autisten voor. Hypes zijn bijvoorbeeld meestal niet zo aan autisten besteed. Verzamelwoede is ook niet specifiek iets voor autisten. Om als kenmerk van autisme te worden gezien, moet het fiepen iemands dagelijkse functioneren beperken.

Wat is jouw “fiep”?