Tagarchief: Lijstjes

Misverstanden over prikkelverwerking

Een paar dagen geleden schreef Mantelmama een interessante post over slaapproblemen door overprikkeling. Zij gaat er in haar post vanuit dat veel mensen (ouders) een redelijke algemene kennis hebben over prikkelverwerking en overprikkeling. Ik hoop dat ouders van kinderen met prikkelverwerkingsstoornissen hier inmiddels aardig wat kennis over hebben. Zelf kom ik echter nog veel misverstanden tegen. Vandaag deel ik er een aantal.

1. Prikkelverwerkingsstoornissen zijn een kinderziekte. Omdat er tegenwoordig steeds meer kinderen gediagnosticeerd worden met ontwikkelingsstoornissen waarbij prikkelverwerking een rol speelt, zoals autisme en ADHD, denken mensen dat volwassenen hier geen last van kunnen hebben. Mis! Autisme, ADHD enz. gaan ten eerste niet over als een kind opgroeit. Ten tweede zijn er ook oorzaken van prikkelverwerkingsproblemen die op latere leeftijd optreden, zoals niet-aangeboren hersenletsel.

2. Prikkelverwerkingsproblemen zijn aanstelleritis. Was dat maar waar! Mensen zonder prikkelverwerkngsproblemen kunnen zich helaas moeilijk voorstellen hoe het is om constant overweldigd te worden. Omdat prikkelverweringsproblemen zich vaak uiten als gedragsprobleen, denken mensen dat het kind (of de volwassene) gewoon eens moet leren dat niet de hele wereld zich aan hem kan aanpassen. Dat is natuurlijk wel zo maar dat moet ieder kind leren, want jonge kinderen zijn van nature best egocentrisch. Overprikkeling is een serieus probleem. Hoewel een persoon hiermee kan leren omgaan, passen veel oudere kinderen en volwassenen met prikkelverwerkingsproblemen zich al heel veel aan. Dan mogen ze best verwachten dat er soms rekenig met ze gehouden wordt. Net alss een ernstige fysieke overgevoeligheid/allergie voor bijvoorbeeld een bepaald voedingsmiddel, is het lijden echt. Oké, je gaat niet dood aan overprikkeling en wel aan een ernstige allergische reactie maar je functioneren wordt wel ernstig beperkt als je overprikkeld bent.

3. Overprikkeling is angst, dus exposure (de persoon toch blootstellen aan de vermeden stimulus) werkt. Ten eerste is er nog niet voldoende bewijs dat exposure werkt bij prikkelverwerkingsproblemen. Ten tweede, voor zover als het wel zou kunnen werken, wordt het vaak verkeerd toegepast. Ik krijg vaak te horen dat ik gewoon moet doorzetten en dat dan mijn “angst” voor bepaalde prikkels overgaat. Exposure bij angststoornissen gebeurt normaal gesproken heel geleidelijk onder begeleiding van een getrainde therapeut. Dan kun je, zelfs al zou het hier om een angst gaan, niet verwachten dat een niet-getrainde professional of ouder dit goed kan toepassen.

Sensorische integratietherapie maakt wel gebruik van het blootstellen aan bepaalde prikkels. Dit gebeurt echter in een gestructureerde, veilige omgeving en onder begeleidng van een speciaal opgeleide ergotherapeut. Ook een “sensorisch dieet” gebruikt prikkels maar daarbij gaat het om prikkels en activiteiten die de persoon kunnen helpen zich beter voelen.

4. Alle mensen met prikkelvewerkingsproblemen zijn snel overprikkeld. Omdat overprikkeling vaak het best te herkennen is, wordt onderprikkeling nog wel eens genegeerd of als iets anders afgedaan, zoals hyperactiviteit of “gewone” verveling. Het wordt ook vaak niet herkend dat mensen zowel last kunnen hebben van over- als onderprikkeling. Dit kan zelfs in hetzelfde zintuig het geval zijn. Sommige mensen hebben een hekel aan lichte aanraking maar vinden het heerlijk om stevig geknuffeld te worden bijvoorbeeld.

5. Je kunt altijd zien of een persoon last heeft van prikkels. Zoals Mantelmama schrijft, zijn er mensen die hun overprikkeling uiten maar ook mensen bij wie dit er later pas uitkomt, bijvoorbeeld als ze moeten slapen. Ook veel mensen die soms hun problemen met prikkels uiten, kunnen zich op andere momenten goed aanpassen. Het kan dan zijn dat je je afvraagt wat er nu zo overweldigend is, terwijl de persoon nog moet ontprikkelen van een overweldigende gebeurtenis eerder op de dag.

6. Er bestaat medicatie tegen overprikkeling, dus een “sensorisch dieet” of begeleiding bij het omgaan met prikels is niet nodig. Ik kan me herinneren dat, toen ik net opgenomen was, ik eens licht geïrriteerd reageerde op het geluid van een elektrische zaag. De verpleegkundige die bij me was, reageerde eveneens geïrriteerd dat ik moest ophouden of een zo-nodigtabletje innemen. Er is niet bewezen dat medicatie daadwerkelijk overprikkeling tegengaat. Natuurlijk is het zo dat bepaalde medicijnen, zoals antipsychotica, dempend werken op het brein. Er wordt echter vooral gekeken naar het effect op gedrag en een persoon die te suf is om te reageren op prikkels, lijkt mogelijk onterecht niet overprikkeld. Los van de vraag of medicatie echt werkt, is mijns inziens medicatie geen vervanging van goede begeleiding. Ik slik al jaren medicatie maar wou serieus dat ik eens geholpen werd bij een goed “sensorisch dieet” te creëren voor mezelf.< ?p>

Al met al is het belangrijk rekening te houden met prikkelverwerking bij kinderen (en volwassenen) met gedragsproblemen. Prikkelverwerkingsproblemen zijn geen aanstelleritis, opstandigheid of angst en mensen kunnen zich er niet zomaar overheen zetten.

Heb jij of heeft jouw kind last van prikkelverwerkingsproblemen?

Twaalf tips tegen eetbuien

Vanmiddag ging ik naar de stationswinkel hier in Wolfheze. Een verpleegkundige die nogal into gezonde voeding is, adviseerde me om geen snoep te halen. Gezond eten verkoopt men daar echter niet of is belachelijk duur. Ik wilde dus eerst alleen chips en tomatensoep kopen. Niet dat chips gezond is maar het is tenminste geen snoep. Uiteindelijk nam ik om die verpleegkundige een hak te zetten, ook een zakje snoepkersen mee (want kersen zijn fruit, dus gezond…). Nu zijn we net een paar uur verder en is alles behalve de tomatensoep allang weer op. Hallo eetbui. Om mezelf te motiveren tegen de eetbuien te vechten, zocht ik op internet naar tips tegen eetbuien. Vandaag deel ik een aantal tips die ik vond en tips die ik zelf als nuttig ervaar.

1. Denk in termen van wat mag, niet in termen van wat niet mag. Deze tip kwam ik tegen en vind ik heel mooi. Vaak word ik heel opstandig als iemand zegt dat ik beter niet kan snoepen. Dit zie je hierboven al: om de verpleegkundige die mij waarschuwde, te plagen, kocht ik snoep. Natuurlijk mag ik niet elke dag een zak chips leeg eten maar het is beter om hier niet op te focussen. Je kunt je in plaats daarvan focussen op het eten wat je wel elke dag mag eten.

2. Eet voldoende en regelmatig. Een crashdieet is geen oplossing voor een eetprobleem. Ook als je niet bewust aan het diëten bent, kun je toch te weinig eten. Ik had bijvoorbeeld voor de lunch vandaag maar één boterham gegeten, wat echt te weinig is.

3. Je kunt op elk moment van je leven beginnen met een gezonder eetpatroon. Als je een terugslag of zelfs volledige terugval hebt, betekent dit niet dat het “toch geen zin heeft” of “toch al verpest is”. Elke eetbui die je niet hebt, is er één minder.

4. Stel het uit. Een tip die ik ooit tegenkwam als advies om om te gaan met zucht naar verslavende middelen, is “urge surfing”. Het gaat er hierbij om niet te veel aandacht te besteden aan de zucht. Dat betekent niet dat het er niet is of mag zijn maar je moet het ook niet groter maken. Dit betekent ook: negeren in plaats van ertegen vechten. Uiteindelijk zul je misschien wel weer onweerstaanbare eetbuidrang krijgen maar hoe langer je het uitstelt, hoe beter.

5. Weeg jezelf niet (te vaak). Ik merk zelf dat, wat het getal op de weegschaal ook is, ik het altijd wel als een excuus kan zien om een eetbui te houden. Natuurlijk is het belangrijk dat je niet al te zwaar wordt maar dit kun je ook aan je kleding en conditie merken. Focus je trouwens niet op afvallen, want voor veel mensen met een eetprobleem is een focus op gewicht en afvallen een trigger.

6. Laat je gevoel er zijn. Vaak zijn eetbuien een manier om gevoelens te onderdrukken. Dan komen die gevoelens echter vaak dubbel zo hard terug.

7. Zoek een sport of bewegingsactiviteit die bij je past. Ik krijg vaak als tip om te gaan sporten i.p.v. eten. Goed bedoeld natuurlijk maar het moet wel bij je passen. Op de crosstrainer staan, houd ik misschien een kwartier vol en dan gebruik ik het weer als smoes om te mogen eten. Ik vind wandelen, yoga en oefeningen met de fitnessbal of weerstandband veel fijner, zeker als ik eetbuidrang heb. Als ik geen drang heb, wil ik best op die crosstrainer, want het is wel gezond. Het is echter nog beter om een activiteit te vinden die bij me past en die ik langere tijd kan volhouden. Ik zit al maanden na te denken om te gaan zwemmen maar durf dit niet te vragen. We hebben namelijk een zwembad op het instellingsterrein maar hiervoor moet je door je behandelaar worden aangemeld.

8. Zoek positieve, plezierige manieren van afleiding. Ik schreef dit oorspronkelijk als tip hierboven en begon toen over sporten. Veel mensen die aan eetbuien lijden, beleven echter geen plezier aan bewegen. Het is meer iets wat “moet”. Dat klopt ook wel (zoals ik hierboven zei) maar het geeft mij in elk geval niet de euforie die een eetbui geeft. Zoek dus activiteiten die je kunnen afleiden en die tenminste wel een positief gevoel geven. Het kan hierbij dus ook gaan om alleen maar muziek luisteren of een serie bingewatchen.

9. Vier al je overwinningen en besteed niet te veel aandacht aan je terugslagen. Er was een tijd dat ik bijna elke dag eetbuien had. Ik deed mee aan een topic op het forum van Proud2Bme om van eetbuien af te komen maar werd vaak niet gemotiveerd, omdat de teller elke keer weer op “nul dagen eetbuivrij” stond. In plaats daarvan ervaar ik dat het me meer helpt als ik uitgebreid stilsta bij de dagen dat ik eetbuivrij ben en niet te veel aandacht schenk aan mijn terugslagen. Dit betekent niet dat je een dag dat je een terugslag hebt maar gewoon voorbij moet laten gaan – anders was deze post een beetje hypocriet. Maar focus je op het positieve.

Het heeft ook geen zin om je uitgebreid schuldig te gaan voelen over een terugslag. Misschien heltp het je om de volgende keer beter na te denken voor je een eetbui hebt maar de kans is groot dat je jezelf vooral voedt met negativiteit.

10. Geniet van eten. Een kenmerk bij eetbuien is vaak dat je je eten achter elkaar naar binnen werkt zonder het zelfs maar te proeven. Daartegenover staat weer dat sommige mensen eten puur zien als brandstof en daarom niet durven te genieten van (al dan niet gezond) eten. Eetbuivrij zijn betekent niet dat je nooit meer iets lekkers mag maar je moet hier bewust voor kiezen en van genieten. Ook gezond eten mag trouwens lekker smaken, dus veprlicht je niet op een stengel bleekselderij te knagen als je dat niet lust.

11. Hoe om te gaan met eetbuivoedsel? Verschillende strategieën werken voor verschillende mensen. Voor veel mensen werkt het om de ergste binge foods niet in huis te halen. Dit betkeent geenszins dat het “verboden voedsel” is. Als je eenmaal goed naar je lichaam kunt luisteren en merkt dat je gewoon eens zin hebt in voedsel wat anders een binge food zou zijn, kun je dit halen en zonder schuldgevoel ervan genieten.

12. Heb geduld en wees aardig voor jezelf. Ook nu je nog niet (volledig) hersteld bent, ben je goed zoals je bent. Jezelf accepteren zoals je nu bent, is de eerste stap naar verandering.

Heb jij ook last van eetbuien? En zo ja, heb je nog tips om ervanaf te komen?

Dankbaarheidslijstje #2

Het is alweer een tijd geleden dat ik een dankbaarheidslijstje heb gemaakt. Omdat ik de laatste tijd erg moe en somber ben, vind ik het toch belangrijk ook naar de positieve momenten te kijken. Hier dus weer wat dingen waar ik de laatste tijd dankbaar voor was.

  1. Lekkere geuren. Ik heb een AromaStream® aromaverstuiver. Die heb ik al heel lang, echt iets van vijf jaar of zo. Tot deze week stonden echter mijn etherische oliën willekeurig bij elkaar in een blik. Ik bestelde vorige week wat nieuwe oliën en besloot toen ook een doos te bestellen met vakjes om ze in te doen. Ik had er al één maar die is nu bestemd voor mijn geur- en kleurstoffen voor het zeep maken. Omdat ik mijn etherische oliën in deze doos op alfabetische volgorde kan ordenen, kan ik nu veel makkelijker bewuste geurcombinaties maken. Nu heb ik bijvoorbeeld ylang ylang, lavendel en marjolein in mijn verstuiver. Heerlijk!
  2. Douchen. Ik heb de afgelopen weken een aantal nieuwe doucheproducten gekocht. Douchen is echt ene plezier nu. Dat was het al maar elke keer dat ik nieuwe producten heb, wil ik ze dolgraag uitproberen.
  3. Knuffel. Drie weken terug trouwde mijn zus op Texel. Op de terugweg op de boot kocht mijn man een schapenknuffel voor me. Heel lief! Ik lig graag met deze knuffel in min armen op bed als ik moe ben.
  4. Sapjes. Vorige week is de leefstijltraining begonnen. Het is een aangepaste versie van Health4U, een programma om mensen die (door psychiatrische medicatie) risico lopen op het metaboolsyndroom, bewust te maken van een gezonde leefstijl. Health4U is bedacht door Eli Lilly, de fabrikant van onder andere het berucht dikmakende antipsychoticum Zyprexa. De leefstijltraining die ik volg, is minder uitgebreid en heeft ook praktijkdelen, zoals vandaag het maken van groente- en fruitsapjes. Ik vond het sapje met bleekselderij, wortel, appel en peer best wennen. Toch vind ik het leuk om dit te maken.
  5. Pepernoten. Om maar gelijk het gezonde en het ongezonde even in evenwicht te brengen, had ik vorige week een grote zak pepernoten. Heerlijk!
  6. Oma. Twee weken terug zijn mijn man en ik bij mijn oma op bezoek geweest. Ze is 92 en nog heel positief. Haar geheugen is een zeef maar gelukkig heeft ze geen andere cognitieve beperkingen of gedragsveranderingen. Het was gezellig om bij haar langs te gaan.
  7. KFC. Op de terugweg van mijn oma gingen mijn man en ik bij de KFC langs. Ik was daar nog nooit geweest. De burger die ik nam, was lekker!
  8. Sporten. Ik heb mijn draadloze koptelefoon naar Olburgen meegenomen, omdat ik er in Wolfheze weinig gebruik van maakte. Hij reikte namelijk net niet tot de fitnessapparatuur in de hal vanaf mijn kamer en ik had hem bedoeld om met muziek op te kunnen sporten. Yoga’en met een draadloze koptelefoon is ook niet heel handig en mijn luidsprekers staan ook in Olburgen. In Olburgen hebben we beneden een crosstrainer staan en het bereik van de zender van de koptelefoon is prima vanaf mijn kamer tot daar. Ik heb dus lekker gesport. Nu nog één van mijn yogamatten meenemen.

Waar ben jij de afgelopen tijd dankbaar voor geweest?

Dankbaarheidslijstje #1

Het is donderdag, een dag die veel Engelstalige bloggers als dankbaarheidsdag (Thankful Thursday) gebruiken. Ik doe dit dus ook maar, want Dankbare Donderdag allitereert ook. Ik beloof echter niet dat ik hier een wekelijks terugkerend onderwerp van maak, want dat kan ik toch niet nakomen. Hier wat dingen waar ik de afgelopen tijd dankbaar voor ben.

  1. Veel snacken. Niet gezond maar wel lekker. Ik heb de afgelopen week wel iets te vaak patat op. Zo had de seniorverpleegkundige van mijn afdeling zondag voor ons friet gebakken. Heerlijk met allerlei snacks erbij. Normaal doet ze dat meestal op zaterdag. Niet elke week hoor maar zo eens in de maand. Op zaterdag ben ik echter altijd thuis. Leuk dus dat ze een keer op zondag de frituur aanzwengelde.
  2. Afspreken met mijn man. Mijn man kwam gisteren naar mij toe op de afdeling. Ik was toen bij dagbesteding, dus hij dacht dat ik niet meer kwam en vertrok. Gelukkig kwam hij na wat telefonisch overleg weer terug. We zijn naar de Mac (ja, ook niet gezond maar wel lekker) en naar Kroonenburg geweest.
  3. Shoppen. Ja, een primeur: ik ben eindelijk een keer in de Rituals geweest. Ik heb de doucheproudcten die ik daar gekocht heb, nog niet uitgeprobeerd maar dat gaat snel gebeuren. Nu nog een keer naar Lush, haha. Ik shop echter veel liever online. Hoeft mijn man tenminste niet alle producten op te noemen (wat hij natuurlijk niet doet). In plaats daarvan kan ik dan gewoon zelf lekker het hele assortiment doorkijken zonder dat iemand (mijn man of een medewerker) vraagt wat ik precies zoek. Mijn man ergerde zich behoorlijk aan de overdreven klantvriendelijkheid van het personeel. Moet trouwens wel nog steeds mijn waardebon van The Body Shop opmaken die ik via de rentepuntenwinkel van de ING heb gekocht. Die kan je helaas niet online inwisselen.
  4. Dagbesteding. Er zijn sinds deze week twee stagiaires bij de interne dagbesteding van mijn afdeling. Dat betekent dat er nu dus meer begeleiding is. Ik heb van de week bij dagbesteding met hulp een bodylotion gemaakt. Helaas was hij niet gelukt maar ik geef niet op.
  5. Lezen. Ik heb het boek Do No Harm van Henry Marsh gekocht. Dit is een bundel verhalen van een neurochirurg. Ik ben dol op verhalen van dokters en neurochirurgie is wel een heel erg interessant specialisme.
  6. Komkommer. De psychiater heeft blijkbaar een moestuin, want ze had zelfgekweekte komkommer, courgette en uit de kluiten gewassen romatomaat meegenomen en bij de dagbestedng neergelegd. Ik nam dus lekker wat komkommer. Gezond en lekker.
  7. Wandelen. Ik heb de afgelopen week veel gewandeld. Vandaag alleen al drie keer. Eén keer was wel om lekkers te halen, dus ik heb totaal niet de illusie dat ik al het snacken heb gecompenseerd. Het was echter wel fijn.
  8. Het weer. Het is heerlijk! We hebben natuurlijk een flutzomer gehad maar dit maakt het toch nog een beetje goed. Van mij mag het tot en met oktober zo blijven. Nou ja, iets koeler mag ook.

Waar ben jij dankbaar voor?

99 dingen die ik leuk vind #30DayBlogChallengeNL

Maris van Hare Maristeit bedacht vorige week de #30DayBlogChallengeNL. Het is een lijst met 30 onderwerpen waarover je mag bloggen. Verder zijn er geen regels. Je hoeft dus niet elke dag te bloggen of over elk onderwerp te schrijven. Ik vond de eerste onderwerpen niet zo inspirerend. Er stond er echter ook één tussen waarbij je moet schrijven over dingen waar je blij van wordt.

Ik ben van nature best wel een pessimist. Voor mijn Engestalige blog probeerde ik ooit 50 dingen waar ik dankbaar voor ben te bedenken en het lukte me niet. Ooit heb ik wel een lijst van 50 dingen gemaakt waar ik vrolijk van word. Ik schreef op één van mijn eerdere versies van mijn Nederlandstalige blog toen een lijst met 99 dingen die ik leuk (of lekker) vind. Omdat ik te lui ben om het wiel opnieuw uit te vinden, bekijk ik deze lijst opnieuw. Sommige items zijn nieuw maar andere houd ik oals ze waren. Mijn man stat niet in het lijstje, want hij is geen ding.

  1. Koffie.
  2. Kruidenthee.
  3. Zoete drop.
  4. Huidverzorgingsproducten.
  5. Lippenbalsem
  6. Mijn winterse geurolieset die ik drie jaar geleden bij de Lidl kocht.
  7. Mijn AromaStream® olieverstuiver.
  8. The Body Shop.
  9. Drogisterij.net en andere online winkels voor verzorgingsproducten.
  10. Rondneuzen in hobbywebwinkels.
  11. Luisterboeken van de blindenbieb.
  12. eBooks.
  13. Bookshare, de Amerikaanse boekensite voor mensen met een leeshandicap.
  14. Facebook.
  15. Twitter, al ben ik er lang niet zo actief meer.
  16. Bloggen.
  17. Gietzeep en andere verzorgingsproducten maken.
  18. Zelfgemaakte smoothies. Helaas heb ik in enkel jaren tijd al drie blenders versleten en heb ik nu geen zin om geld aan een nieuwe uit te geven.
  19. Douchen of natuurlijk in bad gaan. In ons huis is natuurlijk geen bad (in onze oude flat ook niet) maar op de afdeling wel.
  20. Gezichtsmaskertjes.
  21. Gedichten schrijven (niet voor andermans ogen bestemd meestal).
  22. Amerkaanse liedjes van Sesamstraat.
  23. Countrymuziek.
  24. Muziek van Tom Lehrer. Die liedjes blijven grappig.
  25. Gedroogd fruit. Ik weet dat er minstens 50% suiker in zit maar houd mezelf toch voor dat het beter is dan snoep.
  26. Wandelen.
  27. Yoga.
  28. Fitness (soms).
  29. Zwemmen.
  30. Koken (met hulp).
  31. In de tuin zitten.
  32. Knuffelen met Barry, onze kat.
  33. Friet, vooral als de seniorverpleegkundige het bakt.
  34. Beeldende therapie.
  35. Sandalen dragen.
  36. Mooi lente- of zomerweer.
  37. Sinterklaas.
  38. Liedjes van Kinderen voor kinderen..
  39. Etherische oliën, zowel voor in de aromaverstuiver die ik al noemde als om zelf beautyproducten mee te maken.
  40. Warme chocolademelk.
  41. IJsthee.
  42. Op bed liggen.
  43. Mijn knuffels. Ik slaap er niet meer speciaal mee maar vind ze wel leuk.
  44. Nieuwe dingen leren via gratis online cursussen en zo (bv. FutureLearn).
  45. Dagdromen.
  46. Het gezang van vogels.
  47. Mindfulnessoefeningen.
  48. Lezen over natuurlijke gezondheid en natuurlijk leven, zelfs al doe ik er niks mee.
  49. Naar de kerk gaan.
  50. Devotionals en bijbelstudies lezen.
  51. Christelijke muziek.
  52. Voor mijn innerlijke kind(eren) zorgen.
  53. Kaarten en kleine cadeautjes krijgen van mensen die ik via internet ken.
  54. Online vrienden in real life ontmoeten.
  55. Uit eten gaan. Mijn favoriete restaurant was altijd De Dromaai in NIjmegen. Daar ben ik echter al zo’n twee jaar niet meer geweest.
  56. Mijn ouders hun verhalen over het leven op het Groningse platteland. Hopelijk wordt ons leven in de Achterhoek net zo leuk.
  57. Mijn verjaardag.
  58. Als iemand me helpt me op te maken.
  59. Witte chocolade.
  60. Kaartspelletjes, vooral pesten.
  61. Pim-pam-petten, vooral via de app op mijn man zijn smartphone.
  62. Naar concerten gaan met mijn familie.
  63. Muziek in dialect, bv. Normaal, Mooi wark, etc.
  64. Croissants. Op vrijdag ging ik vaak naar het minimarktje (twee of drie kramen) hier in Wolfheze om ze te kopen. Helaas is bij de dagbesteding nu op vrijdag er nog maar één begeleider, dus kan het niet meer.
  65. Kibbeling. Helaas geen viskraam hier.
  66. Pannenkoeken en vooral American pancakes.
  67. Vrouwenbladen zoals de Margriet en Libelle.
  68. Autobiografieën.
  69. Kinder- en jeugdboeken.
  70. Non-fictie.
  71. Zelfgebakken appeltaart.
  72. Medische series en programma’s op tv.
  73. Documentaires.
  74. Domino’s pizza.
  75. Harpmuziek.
  76. Kabelbanen. Toen we twee jaar terug in het Schwarzwald op vakantie waren, zijn we ermee een berg op en af gegaan. In Keulen is er één over de Rijn.
  77. Vanille, zowel de smaak als de geur.
  78. Barbecuën.
  79. Gourmetten.
  80. Dansen. Nou ja, eigenlijk is het meer hopsen op muziek.
  81. Herfsttafels en andere soorten decoratietafels.
  82. Zwarte kleding.
  83. De geur (en smaak) van versgebakken brood.
  84. Spotify.
  85. BlogLovin’. Ik gebruik standaard een betaalde feedreader maar vind BlogLovin’ wel heel leuk om nieuwe blogs te ontdekken.
  86. Podcasts.
  87. Oliebollen. Alleen niet die van mijn afdeling. Het is hier traditie om oliebollen te bakken en verkopen met oud-en-nieuw maar ze zijn duur en niet bijzonder lekker.
  88. Nagellak. Jammer dat ik nagels bijt en het er dus zo gauw lelijk uitziet.
  89. Forums.
  90. Chatten.
  91. Paarden verzorgen.
  92. Cupcakes versieren.
  93. Lekkere parfums. Ik heb er zelf maar één (of twee al sje de cocnut eau de toilette van The Body Shop meetelt), watn ze zijn zo duur.
  94. Het geluid van walvissen. MIjn man moet me er echter niet meer vervelen als ik geen zin heb in geluid.
  95. Programma’s als Wegmisbruikers en Blik op de weg.
  96. Lezen over interessante medische casussen.
  97. Een voetenbad nemen.
  98. Bananen.
  99. Lijstjes maken. Duh!

Yes, gelukt! Ik word gelijk blij van het schrijven van deze lijst. Waar word jij blij van?

Mijn favoriete douchegels

Ooit op één van mijn eerdere pogingen tot een Nederladstealige blog schreef ik al een post over de douchegels die ik op dat moment gebruikte. Sommige ervan zijn inmiddels echt favoriet en deze deel ik graag met jullie. Inmiddels is mijn douchegelverzameling nog verder uitgebreid, dus ik deel ook een paar van mijn nieuwere favorieten.

Douche mint-eucalyptus van Kneipp

1. Douche mint-eucalpytus van Kneipp. Ik ooos voor de gewone douchegel, niet de douche foam. Deze kocht ik bij Drogisterij.net. Hij kost €5,07 voor 200ml. Ik vind dit echt een fijne douchegel. Geeft me echt een stoombadgevoel en werkt ook prima als ik verkouden ben. De mint- en eucalyptusgeuren zijn erg sterk maar niet overweldigend.

Douchegel Fa yoghurt vanille-honing

2. Fa douchegel yoghurt vanille-honing. Dit is één van de goedkoopste douchegels in het lijstje met €2,02 voor 250ml. Ook gekocht bij Drogisterij.net. Deze douchegel gebruik ik als ik gewoon even lekker wil douchen zonder poespas. Hij is dus niet superbijzonder maar ruikt echt geweldig lekker naar vanille en honing. Echt een aanrader!

Coconut shower cream van The Body Shop

3. Coconut shower cream van The Body Shop. Deze kost €7,- voor 250ml en is daarmee natuurlijk wat duurder. In eerste instantie viel deze douchegel me wat tegen, omdat hij erg dik van substantie is. De geur is wel echt heel lekker (ik ben dol op kokos). Ik kocht deze douchecrème samen met nog wat andere producten uit de coconut lijn en vind hem heerlijk in combinatie met de body scrub en body butter.

Grace Cole Fruit Works perzik en peer shower gel

4. Grace Cole Fruit Works perzik en peer shower gel. Deze is te koop bij De Groene Luifel voor €4,95 voor 238ml. Ook deze douchegel viel me in eerste instantie wat tegen, in dit geval juist omdat hij vrij dun is. De geur is vrj sterk en lekker fruitig en zomers. Een heerlijke geur om mee op te staan. Ik kocht ook de body scrub en body butter. Lekker combineren!

Douchegel Palmolive Nourishing Delight melk en honing

5. Palmolive douche Nourishing Delight melk en honing. Deze is te koop bij Drogisterij.net voor €2,02 voor 250ml. Dit is, net als de douchegel van Fa, dus een budgetmerk. Bij deze douchegel merk je dat ook wel maar voor de gewone dagelijkse douchebeurt is hij prima.

Korres vanilla cinnamon shower gel

6. Korres vanilla cinnamon shower gel. Tot slot een product wat volgens mij niet in de Nederlandse (web)winkels te koop is. Ik kocht deze bij LookFantastic.com voor €9,95 voor 250ml. Daarmee is dit product het duurste in de lijst. Helaas zag ik net dat hij momenteel uitverkocht is. Ik vind dit echt een fijne douchegel. Je moet wel van kaneelgeur houden om mee te douchen, want die geur is vrij sterk aanwezig. IK vind de combi van kaneel en vanille echt geweldig, want naast kokos zijn dit twee van mijn favoriete geuren. Ik douchete in eerste instantie niet zo vaak met deze shower gel, omdat hij dus best duur is. Nu gebruik ik hem toch wat vaker. Ik kocht ook de body milk maar die valt me wat tegen.

Wat is jouw favoriete douchegel?

Vijf dingen die je niet moet zeggen tegen iemand met een eetstoornis

Op The Mighty, een Engelstalige site waar mensen met een handicap of ziekte en hun familie schrijven, worden regelmatig lijstjes gepost van dingen die je niet of juist wel moet zeggen of doen om mensen met een handicap of ziekte te helpen. Er verscheen rond Thanksgiving in november een artikel met dingen die je niet moet zeggen tegen iemand met een eetstoornis. Zelf heb ik geen gediagnosticeerde eetstoornis maar wel een flink eetprobleem. Helaas hoor ik deze opmeringen maar al te vaak.

1. “Je ziet er goed uit.” Hiermee benadruk je iemands uiterlijk. Je bedoelt misschien dat iemand een gezonde blos op haar gezicht heeft maar onbewust kan zij hierbij denken aan haar gewicht. Als degene met een eetstoornis al niet de connectie met haar figuur of gewicht maakt, zal ze waarschijnlijk terecht opmerken dat je bedoelt dat ze eruitziet alsof ze zich goed voelt. Dat kun jij echter niet weten.

2. “Ben je aangekomen sinds we elkaar de laatste keer zagen?” Laat die opmerkingen over gewicht nou eens achterwege! Bij iemand met anorexia vindt jij het misschien een compliment als ze is aangekomen maar zij denkt daar mogelijk nog heel anders over. Mensen met boulimia of een eetbuienstoornis kunnen ook heel erg getriggerd worden door opmerkingen over hun gewicht. Ikzelf zit het dichtst bij de eetbuienstoornis qua wat mijn eetprobleem is en vind opmerkingen over gewicht alleen maar stresserend. Je laat met een opmerking als deze onbewust blijken dat iemand alleen maar goed is als ze een bepaald gewicht of een bepaalde maat heeft.

3. “Is dat alles wat je eet?” In deze categorie vallen ook opmerkingen als “Eet maar lekker, dat kan jij wel hebben,” of “Eet je zoveel?”. Kortom, alle opmerkingen die een oordeel vellen over hoeveel iemand eet. Voor een persoon met anorexia is het misschien een enorme strijd geweest om het kleine beetje wat ze eet te nemen. Iemand met boulimia of een eetbuienstoornis gaat ook niet minder eten als jij haar eetgedrag veroordeelt. Hoogstens voelt ze zich schuldiger of gaat ze compenseren.

4. “Ik wou dat ik jouw wilskracht had!” Nee, dat wil je niet. Je wilt echt serieus geen last hebben van de allesbepalende obsessie van een eetstoornis. Ik heb zelf nooit anorexia of iets wat erop lijkt gehad en moet eerlijk toegeven dat ik soms wel eens dacht: “Ik wou dat ik dat kon.” Andere eetstoornissen worden toch meer gezien als “gebrek aan wilskracht”. Als je dus een goedbedoelde opmerking over wilskracht maakt tegen iemand die gezond is afgevallen, kan dat ook weer heel triggerend zijn als een ander boulimia of een eetbuienstoornis heeft. Niemand kiest ervoor om een eetstoornis te hebben.

5. “Ik ben net aan dit-of-dat nieuwe dieet begonnen.” Kies alsjeblieft een gesprekspartner die niet getriggerd wordt om destructief (eet)gedrag te vertonen als je dit zegt. Mij en veel anderen met zware eetproblemen of een eetstoornis triggert het enorm als je over diëten praat. Het zet mensen met “gewoon” overgewicht misschien aan om oook te gaan lijnen, al is dat nog niet zeker. Mensen met een eetstoornis voelen zich alleen maar ongemakkelijk.

Plekken waarheen ik tot nu toe op reis ben geweest

Tjonge, het is alweer anderhalve week geleden dat i iets gepost heb. Ik ben echt vol in de zeepmakerij gedoken en vergeet dan dat ik ook nog een blog heb. Het is deze maand echter National Journal Writing Month. Dit is niets officieels hoor en januari, april en oktober zij het ook. Gewoon een excuus om veel te schrijven. En wat doe ik? Enfin. Het eerste idee voor een stukje schrijfwerk, wat dus alweer twee weken geleden werd gepost, is om een lijst te maken van steden waar je op vakantie bent geweest (of ten minste één nacht hebt doorgebracht). Ik ga hem iets veranderen en ga dus schrijven over de plekken in het algemeen, dus niet alleen steden, waar ik naartoe gereisd ben. Ik moet er wel bij zeggen dat ik totaal geen reisliefhebber ben.

  1. Vlieland. Gingen mijn ouders, zus en ik toen ik jong was een aantal keer naartoe. Ik vond het heerlijk tot ik niet meer genoeg zag om me zelfstandig over de camping te bewegen. Toen was de lol er voor ons hele gezin snel vanaf.
  2. Rusland. In 2000 ging ik met de Janusz Korczak Stichting een kleine vier weken naar een zomerkamp in Rusland. Het was officieel bedoeld voor blinden en jongeren die konden zien maar ik was de enige blinde. Ik was ook de jongste van de Nederlandse groep. Het hele avontuur werd een ramp, want ik wist niet hoe ik moest reageren en werd snel gefrustreerd. De andere jongeren kotsten me echt uit. Ik wilde toch per se het jaar erop weer maar dit werd door de andere jongeren, die in de trandite van Janusz Korczak mochten meebeslissen, voorkomen.
  3. Parijs. Hier ging ik in 2001 met mijn oma, zus, nicht en een vriendin van mijn oma heen. IK had ook hier best wel moeite me aan te passen, dus het was niet super.
  4. Loughborough, Engeland. Hier ging ik in 2002 naartoe op computerkamp. Dit kamp werd georganiseerd door verschillende blindenorganisaties in Europa en er kwamen dus jongeren uit hallerlei landen. Ik was van tevoren nogal bang dat het weer zo zou gaan als het kamp in Rusland maar het viel enorm mee. Ik heb hier echt een geweldige week gehad.
  5. Berlijn. In 2002 ging ik hier met mijn ouders en zus heen. Ik kan me er vooral mijn hysterische buien van herinneren. Niet echt een succes dit.
  6. Zollikofen, Zwitserland. Het computerkamp van 2003 vond hier plaats. Dit was een iets minder leuke ervaring dan in Loughborough maar nog steeds wel heel leuk.
  7. Rome. Hier ging in de vijfde klas met school heen. Tja, je zit op een gymnasium of niet. Mijn mentor ging speciaal mee om mij te begeleiden. Toch was het erg lastig. Op de laatste dag had ik geen zin meer in een niet-verplichte excursie maar dacht dat mijn mentor het zou pushen. Niet dus: hij was enorm blij dat ik er ook geen zin in had.
  8. La Rochette, Luxemburg. Dit was mijn eerste korte vakantie (twee nachten) met mijn man, die toen nog mijn vriend was. Hij had me hier eigenlijk ten huwelijk willen vragen maar durfde toen niet, uit angst dat ik “Nee” zou zeggen en we in Luxemburg ruzie kregen. Van deze reis herinner ik me vooral de busritten door de bergen, wat heel gaaf maar ook eng was, omdat de chauffeur nogal lomp reed. Ook herinner ik me onze eindeloze zoektocht naar de jeugdherberg de eerste dag, omdat een Britse voetreflexzonetherapeut ons verkeerd had voorgelicht over de route van de bus.
  9. Hinsbeck, Duitsland. Dit was onze tweede korte vakantie samen in de zomer van 2010. Ook deze keer moesten mijn man en ik een heel eidn lopen naar de jeugdherberg en werden uiteindelijk door een automobilist afgezet. Ik herinner me verder vooral de tomaten, die erg lekker waren.
  10. Zug, Zwitserland. Hier gingen mijn man en ik op uitgestelde huwelijksreis naartoe in de zomer van 2012. We zaten in een echt hotel dit keer. Zug is een überrijke stad, dus je zag overal Ferrari’s. De pizza’s die we daar aten, waren echter lekker en niet extreem duur. Mijn man heeft daar in de bergen wel omgerekend zo’n 30 euro voor een lunch betaald, terwijl ik het kindermenu nam.
  11. Het Sauerland. Hier gingen mijn man en ik in een halve impuls heen op een weekendtrip in de zomer van 2014. We reden erheen in onze versleten Kia Sephia uit 1995. Ik weet niet meer of het hier was of in Zug dat ik de lol van gondelbanen ontdekte.
  12. Het Schwarzwald. In september 2014 gingen mijn man en ik hierheen om ons driejarig huwelijk te vieren. Er was daar een zwembad met een extra verwarmd gedeelte met massagebubbels en een golfslagbad. Ik vond het geweldig! Mijn man had door dit zwembad en de lange autorit (niet meer in de Sephia) een week rugpijn. Op de terugweg stopten we in Keulen voor een gondelbaan over de Rijn.

Mijn favoriete vakanties tot nu toe zijn het computerkamp in Loughborough en de vakantie met mijn man in het Schwarzwald. Wat was jouw favoriete reis tot nu toe?

Interessante medische weetjes

Gisteren schreef Hanne een interessante post met gekke biologieweetjes. De meeste kende ik al. Ik kon helaas niet reageren, dus deel ik op mijn eigen blog een aantal weetjes die ik ken.

1. Hanne schrijft dat je doodgaat als je niet droomt. Wist je dat het omgekeerde ook waar is? Er is een ziekte, familiaire fatale insomnia, waarbij mensen niet meer kunnen slapen. Dat wil zeggen, alle slaap behalve de REM-slaap verdwijnt. REM-slaap is het deel van de slaap waarin je droomt. Die mensen dromen zichzelf dus letterlijk dood. Voordat je doodgaat aan deze ziekte, krijg je trouwens allerlei enge psychische verschijnselen, zoals hallucinaties. Niet leuk.

2. Nog één over slaap. De “slaapziekte” kan verwijzen naar twee totaal verschillende ziektes. De Afrikaanse slaapziekte (waar dan weer twee ondersoorten van zijn) is een door de tseetseevlieg verspreide infectieziekte. Afhankelijk van de ondersoort leidt deze ziekte, als deze niet behandeld wordt, binnen enkele maanden tot enkele jaren tot de dood. De andere, minder offciële “slaapziekte” is encefalitis lethargica, een virale infectie van de hersenen. Oliver Sacks schreef hier het later verfilmde boek Awakenings over. De mensen die Sacks behandelde, leefden al veertig jaar met deze ziekte toen hij ze in 1969 een nieuw medicijn gaf.

3. Op het eiland Pingelap in de stille oceaan is bijna 10% van de bevolking volledig kleurenblind (en hierdoor ook slechtziend). Achromatopsie of volledige kleurenblindheid is een recessief overervende aandoening, waarbij dus beide ouders drager moeten zijn om het kind de aandoening te geven. De oorsrpong van de genetische belasting gaat terug tot 1775. Toen doodde een tyfoon bijna de hele bevolking van het eiland. De toenmalige heerser van het eiland was waarschijnlijk drager van het gen. Door inteelt werd een steeds groter aantal mensen drager of kreeg de aandoening.

Dichter bij huis komen inteeltziektes overigens ook voor. Eén op de zeven Volendammers is bijvoorbeeld drager van de ziekte PCH-2. Eén op de 250 kinderen uit Volendam krijgt deze ernstige ziekte, terwijl die in de rest van Nederland maar bij één op de 180.000 voorkomt. Een andere inteeltziekte is de ziekte van Van Buchem. Er zijn maar ongeveer 35 mensen met deze ziekte bekend en die hebben allemaal hun wortels op Urk.

4. Mensen die door bijvoorbeeld een beroerte een beschadiging krijgen in een deel van de pariëtale kwab in de rechterhersenhelft, hebben geen idee meer van de linkerkant van hun lichaam of überhaupt de linkerkant van de wereld om hen heen. Dit heet linkszijdig hemineglect (rechtszijdig kn het in theorie ook voorkomen maar gebeurt nauwelijks). In lichte vormen komt het ook voor, dat mensen veel minder aandacht besteden aan de linkerkant van hun lichaam of de linkerhelft van bijvoorbeeld hun bord eten. Ik heb hier zelf mogelijk in lichte mate last van. Oliver Sacks beschreef echter in zijn boek The man who mistook his wife for a hat een voorbeeld van een vrouw die überhaupt geen idee meer had dat er zoiets als links bestond. Als ze bijvoorbeeld at, at ze maar alleen de rechterhelft van haar bord leeg. Vermoedde ze dat er nog meer lag, dan draaide ze haar rolstoel bijna 360 graden rechtsom tot ze bij de linkerhelft van haar eten kon, waar ze dan weer alleen het rechter deel van opat.

Weet jij nog interessante medische feiten?

“Klik, beet!” en andere grappige taalmisverstanden

In de Margriet (ja, die lees ik) kom ik regelmatig kindertaal tegen. Lezeressen zenden de mooie uitspraken van hun kinderen in. Ikzelf had ook van dat soort uitspraken. Veel ervan hebben te maken met het feit dat ik soms dingen te letterlijk neem. Vandaag deel ik een aantal taalgerelateerde misvattingen die ik had of heb.

1. “Wil ik even melk pakken?” Mijn vader weigerde babytaal, in de trant van “papa zal even melk inschenken” tegen mij te praten. Hij zei dus: “Ik zal even melk inschenken.” Logisch dus dat ik dacht dat “ik” synoniem was met “papa”. IK vroeg dus aan hem, als ik melk wilde, of “ik” even melk wilde pakken. Volgens het verhaal reageerde mijn vader met: “Ga je gang.” Ik leerde vrij snel en volgens mijn vader heb ik deze omdraaiing van persoonlijke voornaamwoorden echt maar heel kort volgehouden.

2. Varkensvlees. “Eten varkens ook varkensvlees?” vroeg ik aan mijn vader. “Nee,” zei hij, “varkensvlees ís varken.” Toch bijzonder dat ik niet gelijk gruwde en op mijn tweede vegetariër werd.

3. Cirkelzaag. Hoe het echt zit, snap ik nog steeds niet helemaal. Ik was tot een paar jaar geleden in de vaste overtuiging dat cirkelzagen ervoor dienen om cirkels te zagen. “En lintzagen zagen zeker linten,” grapte mijn vader. Ook bij de lintzaag weet ik niet hoe het echt zit, want een zaag die er als een lint uitziet, kan ik me niet voorstellen.

4. Niet-geëlektrificeerd spoor. Ik had, toen ik nog niet zo lang opgenomen was, rare redenen om ergens niet beschermd te gaan wonen. Meestal gaf toch wel een reden die ik nu nog wel begrij de doorslag. Ik had echter op een gegeven moment de mogelijkheid om ergens te gaan wonen, waar de spoorlijn langs die plaats niet geëlektrificeerd was. Ik was van het OV afhankelijk en weigerde dus ergens te gaan wonen waar ht spoor niet geëlektrificeerd was. Ik dacht namelijk serieus dat er dan stoomtreinen reden. Niet dat ik nog nooit met dieseltreinen gereden had. Ik weet eigenlijk niet waar deze rare kronkel op dat moment vandaan kwam.

5. “Klik, beet!” Ik had tot ongeveer een jaar geleden nog nooit van click-bait gehoord. Gek eigenlijk, als je bedenkt dat ik al jaren blog. Click-bait is zo’n titel van een artikel waar niet duidelijk wordt waar de inhoud over gaat maar die je probeert te lokken door te klikken. Ik moet dus steevast aan “Klik, beet!” denken. Ik heb net even opgezocht wat “bait” eigenlijk betekent en de gedachte is dus niet zo gek.

6. Het regent pijpestelen. Toen ik mijn diagnostisch onderzoek naar autise kreeg, was één van de vragen of ik moeite heb spreekwoorden en gezegdes te begrijpen. IK dacht van niet. De diagnosticus noemde ook dat sommige mensen bij bijvoorbeeld “het regent pijpestelen” wel weten wat het betekent maar zich dan nog die pijpestelen voorstellen. Ik niet hoor. Ik heb namelijk geen idee wat pijpestelen zijn. Bj andere gezegdes heb ik het soms wel.

Wat voor rare interpretaties van onze taal maakte jij vroeger of maak je nog steeds?