Tagarchief: Herinneringen

Negen jaar

Vandaag is het negen jaar geleden dat ik in crisis belandde. Doordat dit ’s avonds gebeurde en ik uren op het politiebureau heb gewacht op de GGD-arts, crisisdienst en vervolgens tot ik opgenomen kon worden, ben ik feitelijk op 3 november opgenomen. Ik vier mijn opname ieder jaar met een zelfgebakken appeltaart. Omdat er morgen geen tijd is op dagbesteding om hem te bakken, staat hij nu al in de oven. Ik ging er vorig jaar vanuit dat dat de laatste keer zou zijn. Helaas niet dus maar dit jaar ga ik hier weer ten volle vanuit. Vandaag wil ik met jullie het verhaal van mijn crisis delen. Het kan triggerend zijn. Toen ik net opgenomen was, heb ik mijn verhaal al eerder op een oude versie van mijn Engelstalige blog, die ook mijn volledige naam in de URL heeft, geschreven. Ik heb een jaar later waarschijnlijk tevergeefs de ergste details eruit gehaald. Die ga ik nu ook waarschijnlijk niet delen.

Ik was op donderdag 1 november 2007 naar mijn ouders, die toen nog in Apeldoorn woonden, vertrokken. Volgens mij kwam ik alleen maar een vaste telefoon ophalen, want ik was bang voor mobiele telefonie en wilde duseen vast toestel in mijn studentenhok in Nijmegen. Op vrijdag 2 november zou ik weer teruggaan. Ik raakte echter op het station in paniek. De reisassistent van de NS belde de politie en ik werd van het station verwijderd. Ik wilde niet terug naar mijn ouderlijk huis, dus vertrok ik naar het trainingshuis waar ik tot die zomer had verbleven. Ik belde daar mijn begeleider in NIjmegen dat ik niet op tijd terug kon zijn voor haar te zien, omdat ik nog moest zien hoe ik een trein kon krijgen naar Nijmegen als ik niet op het station mocht komen. Toen ben ik weer vertrokken.

Ik heb vervolgens de hele middag door Apeldoorn gezworven. De politie belde een paar keer het trainingshuis, omdat ik voor het politiedossier nog daar ingeschreven stond. Ik kende de weg in de wijk van het trainingshuis maar had geen doel, dus het zag er alsnog uit of ik maar wat zwierf. Op een gegeven moment belde ik mijn begeleider uit Nijegen nog een keer, omdat ik die maand helemaal vergeten was geld van mijn spaarrekening te halen voor de huur. Dat je je dit soort detials nog herinnert! Ik herinner me ook nog dat ik zei dat ik eens wat ging eten (het zal eind van de middag zijn geweest) en inderdaad een frikandel en patatje haalde bij de lokale snackbar. Ik had totaal niet door dat ik er gestoord uitzag zoals ik liep.

Je moet weten dat ik al de hele week erg vaak in paniek en in de war was. Ik heb sinds dat jaar een pesthekel aan de wintertijd, omdat ik precies begon met afglijden naar crisis toen de wintertijd dat jaar inging. De Nijmeegse crisisdienst was die week al minstens drie keer gebeld maar vond me telkens niet “gek” genoeg voor hulp.

Terug naar vrijdag 2 november. Op een gegeven moment was ik weer vlakbij het trainingshuis toen een ex-medecliënt me belde of ik bij haar binnen wilde komen. Dan konden we een oplossing vinden. Zij stelde voor dat ik die nacht bij haar zou slapen en dat we de volgende dag een oplossing zochten. De begeleiders gingen hier echter niet mee akkoord. Niet dat wij het ze gevraagd hadden maar ze hadden natuurlijk door dat ik bij die cliënt nar binnen was gegaan. Zij kwamen melden dat ik weg moest en ik vertrok, ook al hadden ze me nog wat tijd gegeven voor weet ik veel wat.

Ik stapte om naar achteraf bleek 20:01 uur op de bus. Ik was me op dat moment totaal niet bewust van mijn omgeving. Ik sprak de voicemail van mijn voormalig persoonljk begeleider van het trainingshuis in dat ik zelfmoord wilde plegen. Misschien had ik onbewust wel door dat iemand me hoorde. Ik raakte echter volledig in paniek toen ik merkte dat de buschauffeur de politie belde. Hij meldde dat hij rond kwart over acht op het station aanwam – zo weet ik hoe laat ik de bus had bij het trainingshuis. Er zat een vrouw in mijn buurt in de bus, die me probeerde gerust te stellen en me naar buiten hielp bij het station. In mijn herinnering was het nog licht toen de politie me meenam. Dat kan natuurlijk helemaal niet, want begin november is het al om halfzes donker.

Ik kwam op het politiebureau, waar de GGD-arts werd gebeld. Blijkbaar is dat procedure als je niet bekend bent bij de GGZ-instelling. Tjonge, wat was dat een lompe kerel. Hij probeerde me aan mijn verstand te peuteren dat ik mensen verantwoordelijk voor me had gemaakt. Zal best. Nu begrijp ik dit natuurlijk wel maar op dat moment was ik totaal afgestompt. Ik zat zelfs cynische grappen met de politie te maken. Had werkelijk niet door wat ik had gedaan.

Toen de crisisdienst kwam, was ik iets meer bij mezelf. De psychiater en haar medewerkers toonden een stuk meer empathie dan de GGD-arts of de crisisdienst in Nijmegen. Ik kon ze op dat moment ook uitleggen dat de crisis al langer gaande was en waar deze in mijn optiek door kwam. Ik kon echter niet duidelijk maken wat ik wilde dat er gebeurde. Ik wist het ook echt niet, want als ik de Nijmeegse crsideinst moest geloven, waren mijn enige opties naar huis of flink onder de pillen half in de swpareer. De psychiater stelde na wat overleg voor dat ik opgenomen zou worden. Ze had me het liefst op een open afdeling maar die was vol, dus werd het de gesloten. Ik ging akkoord. Het was op dat moment voor de psychiater al duidelijk dat het niet even een weekje uitrusten en dan weer naar huis werd, want er moest echt een blijvende oplossing komen. Dat die er na negen jaar nog niet is, wist zij natuurlijk niet.

Ik heb altjd gezegd dat de appeltaart op het jubileum van mijn opname een cynisch gebaar is. Vanmorgen zij één van mijn activiteitenbegeleiders dat het ook een symbool kon zijn van mijn dankbaarheid dat ik steun mag ontvangen. Dit vind ik wel mooi. Ik ben namelij de psychiater van de Apeldoornse crisisdienst eeuwig dankbaar dat ze me niet in die korte tijd dat ze me zag voor borderliner had versleten. Nou is mijn diagnose inmiddels aangepast van volledige borderline naar borderlinetrekken maar ik besef dat ik, als dit toen duidelijk was geweest, niet was opgenomen.

Mijn favoriete vakantie: International Computer Camp #30DayBlogChallengeNL

Alweer een paar dagen neit geblogd. Ik heb nog een paar blgposts in de maak maar daar moet ik nog het één en ander voor doen. Zo wil ik nog steeds schrijven over de producten die ik een paar weken terug bj The Body Shop kocht en wil ik een paar DIY huidverzorgingsproducten posten. Vandaag echter weer eens een post in de #30DayBlogChallengeNL. Deze keer schrijf ik over mijn favoriete vakantie.

Vroeger gingen mijn ouders, zusje en ik altijd naar Vlieland op vakantie. Dit was, zeker de laatste jaren dat we gingen, nogal een wisselend avontuur. In 2000 besloot ik voor de verandering op kamp te gaan: vier weken naar Rusland nog wel. Dit was geen succes. Hierover zal ik misschien nog wel eens bloggen maar nu niet.

Omdat dit zo’n negatieve ervaring was, was ik bang om weer op kamp te gaan. Toen ik twee jar later echter hoorde van het International Camp on Communications and Computers (ICC), wat toen nog gewoon International Computer Camp heette, wilde ik er dolgraag heen. Ik had in 1998 mijn eerste laptop gekregen en in 2002 kreeg ik internettoegang. Ik weet niet of ik al internet had toen ik van het ICC hoorde maar ik was in elk geval al gek op computers. De computer opende voor mij echt een wereld. Nou zal dat voor veel mensen zo zijn geweest maar voor mij als blinde was het nog eens een extra communicatiemogelijkheid. Niet meer klooien met een brailleschrijfmachine terwijl niemand in mijn familie goed Braille kon.

Bovendien was het ICC een kamp speciaal voor blinde en slechtziende jongeren. Het kamp in Rusland waar ik heen was geweest, was officieel ook voor visueel beperkte jongeren maar in de praktijk was ik de enige van de Nederlandse groep. Het leek me heel speciaal om met andere blinde en slechtziende jongeren te kunnen communiceren en onze interesse voor technologie te delen. Ik zat in die tijd nogal met mezelf en mijn handicap in de knoei.

International Computer Camp 2002

Gelukkig werd ik geaccepteerd en ik heb in 2002 een geweldige week in Engeland gehad. We verbleven in Loughborough in de East Midlands. Dit betekende ook een uitstapje naar een museum over de kolenindustrie in de West Midlands. We gingen ook boogschieten. Heel bijzonder voor een blinde.

Daarnaast waren er verschillende workshops op het gebied van computers. Ik deed bijvoorbeeld mee aan een workshop advanced word processing (Microsoft Word voor gevorderden). Ook heb ik toen de toegankelijke computerspellen ontdekt. Veel waren nog oude interactive-fiction spellen uit de jaren ’80 en ’90 maar het was toch leuk. Ik heb later nog wel meer toegankelijke spellen ontdekt. Daarnaast deed ik mee aan workshops over internet relay chat *IRC) en audiobewerking. Ook een leuke niet computergerelateerde workshop was een kookworkshop waar we Griekse lamsschotel maakten.

Ik deed naast de workshops mee aan het vervaardigen van de kampkrant. Dit vond ik heel leuk, aangezien ik zo mijn Engels en schrijfvaardigheid kon oefenen.

Het belangrijkste was echter het contact met de mededeelnemers en begeleiders. Het was heel bijzonder. Ik heb door dit kamp echt stappengezet om mijn handicap te accepteren.

International Computer Cap 2003

in 2003 ging ik nog een keer naar het ICC, dit keer in Zwitserland. Dit was ook een erg mooie ervaring. De exrcusie was dit keer een wandeling door de bergen.

Op dit kamp deed ik mee aan een workshop over studeren. De workshopleider werkte op de universiteit van Karlsruhe en was echt inspirerend. Hij was zelf niet blind maar deed wel zijn best naar de mogelijkheden van studeren met een handicap te kijken in plaats van naar de onmogelijkheden. Zo had hij het over een slechtziende student die graag biologie wou volgen. Vond de uni in eerste instantie geen goed idee maar dankzij goede hulp en zijn eigen inzet is het diegene toch gelukt. Ik herinner me dat we tijdens deze workshop enorm hard moesten lachen. “Laughing therapy,” werd daar voor mij werkelijkheid.

Het mooie aan deze vakantie was dus niet zozeer het recreatieve aspect maar het leeraspect. Ik zou dolgraag nog eens naar iets als het ICC willen maar helaas ben ik te oud. 🙁

Terugblik op mijn trouwdag

Trouwfoto

Vorige week heb ik niet geblogd. Ik was namelijk weer eens best wel moe en bovendien ging ik donderdag al naar Olburgen. Mijn zus trouwde vrijdag op Texel en daar zijn mijn man en ik die hele dag geweest. Oorspronkelijk begon ik hier aan een beschrijving van de bruiloft van mijn zus en haar vriend. Toen realiseerde ik me dat ik daar maar beter eerst toestemming voor kan vragen aan mijn zus. Ik heb ook nog nooit verteld hoe mijn eigen bruiloft eruit zag. Dat ga ik nu dus doen.

Mijn vriend Jeroen en ik zijn getrouwd op 19 september 2011 in Nijmegen. We trouwden in de Nicolaaskapel op het Valkhof. Geen kerkelijk huwelijk overigens, aangezien zowel Jeroen als ik niet extreem gelovig waren. Ik had mijn oma als getuige. Dat vond ik wel heel mooi, aangezien ze ook getuige is geweest bij de bruiloft van mijn ouders. Jeroen had een goede vriend als getuige.

Voor de ceremonie kwam mijn zus naar de instelling in Nijmegen waar ik toen verbleef om me op te tutten. Vond ik best lastig. Ik had met een verpleegkundige de trouwjurk uitgezocht – een zwarte, want ik was en ben dol op zwart. Ik droeg ook een goudkleurige omslagdoek en bijpassende diadeem.

’s Ochtends had ik op de afdeling mijn aanstaande trouwerij gevierd. Ik kreeg een droptaart die de verpleging en een paar cliënten samen in elkaar gezet hadden. Ik kreeg ook een paar grappige gedichtjes. Ik had in die tijd de diagnose meervoudige persoonlijkheid of dssociatieve identiteitsstoornis (DIS). Eén van de verpleegkudnigen dichtte daarom:

Met die DIS en met dat trouwen
Heeft Jeroen straks een hele harem vrouwen

Dat vond ik wel heel leuk. De droptaart, gemaakt met mijn favoriete zoete dropjes van de Aldi (ja, die in kilozakken), heb ik overigens bijna helemaal in mijn eentje opgegeten.

Eén van de zussen van Jeroen reed ons in haar auto naar het Valkhof. Daar stonden een oom en tante me onverwacht op te wachten. Die waren niet uitgenodigd maar ik was toch blij dat ze er waren en er was plek zat in de kapel. We hadden namelijk maar iets van vijftien gasten: onze ouders, zussen en aanhang, opa en oma van Jeroen en mijn oma en die vriend van Jeroen.

De ceremonie was mooi. IK kan me alleen het muziekstuk wat speelde bij binnenkomst niet meer voor de geest halen. Het was een klassiek stuk wat Jeroen blijkbaar mooi vond. Hij zal het me van tevoren heus hebben laten horen en achteraf heeft hij het nog wel eens laten horen maar toen herkende ik het niet.

We hadden een degelijke, vermoedelijk katholieke trouwambtenaar. Wij hadden hem niet zelf uitgekozen maar we hadden er wel geluk mee. Jeroen, die in die tijd voor het CDA was, grapte dat we de enige CDA-trouwambtenaar van Nijmegen getroffen hadden. Hij hield een mooi praatje en vervolgens gaven we elkaar het jawoord. De trouwambtenaar had bedacht dat de oma’s de ringen mochten geven om te wisselen. Dit vond ik supermooi. Omdat mijn oma al ietwat vergeetachtig was, raakte ze een beetje in de war toen de ambtenaar suggereerde dat Jeroen nou ook haar kleinkind was. Het kwam echter allemaal goed.

Na de ceremonie dronken we nog wat ik geloof ergens aan de Waalkade of zo. Geen idee eigenlijk, want ik werd maar gewoon een café binnengetrokken. We waren namelijk nog te vroeg voor het eten. Het diner deden we in het Vlaams Arsenaal. Hier kun je een drie-gangenverrassingsmenu krijgen. Jeroen en ik waren toen allebei vegetariër. Dat wil zeggen, hij was het echt en ik deed een poging. We hadden dus voor alle gasten het vegetarische verrassingsmenu besteld. Veel mensen waren er erg tevreden over. Zonder dat ik het wist, had Jeroen aan de kok gevraagd of hij een appeltaart als toetje wilde maken, omdat ik daar dol op ben. We kregen dus een geweldig lekkere appeltaart met bruidspaartje erop. Ik durfde hem alleen niet aan te snijden, dus stond maar een beetje dom te kijken toen Jeroen hem aansneed.

Mijn zus hield een geïmproviseerde speech tijdens het eten. Die was echt grappig. Zo vertelde ze over de verhalen die ik verzon als kind: dat we met de poppen in het “vakantiehuisje” (de gang) naar Costa Rica gingen. Een paar weken terug heb ik haar hierover gecorrigeerd: twee van de PlayMobilpoppetjes kwamen uit Costa Rica maar met de poppen gingen we naar Suriname. Ik weet niet eens of ik toen wist waar die landen lagen en mijn zus, die twee jaar jonger is, wist het zeker niet.

Tien liedjes die betekenis hebben (gehad) in mijn leven

Mijn man is een enorme muzekfan. Ik niet zo. In mijn tienerjaren luisterde ik wel vaak naar muziek maar dan draaide ik honderd keer achter elkaar hetzelfde liedje. Dat doe ik trowuens nog steeds maar ik luister nu alleen muziek als ik echt wil luisteren. Achtergrodnmuziek hoeft voor mij niet.

Ooit had ik op één van mijn eerdere pogingen tot een Nederlandstalige blog, een tag overgenomen waarbij je muziek van voor je geboren was moest delen. Dat was nog vrij moeilijk. Op mijn Engelstalige blog heb ik ruim twee jaar geleden tien liedjes gedeeld die ooit betekenis hadden in mijn leven. Een deel zou ik nog delen maar een deel zou inmiddels ook anders zijn. Laat ik dit idee nu hier ook eens delen. De Nederlandstalige teksten hebben dan tenminste zin.

1. The Dubliners – Molly Malone.

Mijn ouders zijn dol op The Dubliners. Dit was het eerste liedje van The Dubliners wat ik bewust leerde kennen maar niet door mijn ouders. In groep zes leerde de meester ons dita liedje tijdens de enige les Engels die ik dat jaar kreeg. Ik vond het wel heel zielig.

2. Friends for Warchild – Voorgoed.

Dit nummer zongen we met een aantal mensen van de vso-afdeling (voortgezet speciaal onderwijs) van de blindenschool waar ik de brugklas mavo deed. Ik kon absoluut niet zingen, dus weet niet meer of ik ook heb meegedaan aan de uitvoering op de muziekavond. We (of nou ja, de mensen die meededen) werden aangekondigd als “vso Voorgoed”. Mijn vader maakte hier een grappig bedoelde opmerking over, iets van: “Niks vso voorgoed.” Ik ging immers het jaar erop naar het reguliere onderwijs.

Jarenlang heb ik dit nummer nog eens willen horen maar ik wist niet hoe ik eraan kwam. Nu bestaat natuurlijk YouTube en heb ik het in één keer gevonden. Ik vind het niet echt een mooi nummer meer.

3. ABBA – One of us.

Ik kocht toen ik een jaar of veertien was, een cd van The A-teens, een ABBA-coverband die toen dacht ik semi-populair was. One of us was het vierde nummer op de cd en ik heb dit nummer echt duizenden keren gedraaid. Voor nu deel ik het origineel. Ik spelde A-teens overigens jarenlang als “Eighteens” en had niet door dat het een coverband was. Zo dom ben ik wat betreft muziek.

4. MIKA – Relax, take it easy.

Toen ik in 2007 in crisis was, werd ik een paar keer door de politie meegenomen naar het bureau omdat ik aan het zwerven was. Voor mijn gevoel stond dit nummer echt altijd de hele tijd op het bureau op als ik daar was. Ik vind het een vreselijk nummer.

5. James Blunt – 1973.

Dit nummer werd in 2007, toen ik net opgenomen zat, onnoemelijk vaak gedraaid op Sky Radio en dat soort stations. Ik vind het nog steeds wel een mooi nummer.

6. Tom Lehrer – I hold your hand in mine.

Mijn man leerde mij de muziek van Tom Lehrer kennen. Dit was één van de eerste nummers van hem die mijn man mij liet horen, mogelijk zelfs de eerste. De tekst is natuurlijk niet heel erg romantisch, of toch wel, als je zoals ik een enorme cynicus bent.

7. Tom Astor – 14 Tage auf dem Brenner.

Nog meer muziek die mijn man bij me geïntroduceerd heeft. Hij is zelf niet zo dol op Tom Astor. Ik wel. Ik vind overigens deze YouTube-versie mooier dan de langere versie die mijn man voor mij op een cd heeft gebrand.

8. Reba McEntire – I’m a survivor.

Dit is één van mijn favoriete liedjes allertijden. Ik vind de tekst echt mooi! Dat komt natuurlijk doordat ik zelf een prematuur ben. Overigens is het nummer niet over een bestaand persoon geschreven.

9. Normaal – Daldeejen.

Eind 2015 verhuisden mijn man en ik van Doorwerth naar Olburgen in de gemeente Bronckhorst. We woonden echter nog in onze flat in Doorwerth toen mijn man mij Normaal leerde kennen. Natuurlijk kende ik Oerendhard wel maar daar hield het zo’n beetje mee op. Op een gegeven moment stelde mijn man voor om naar het afscheidsconcert van Normaal in het GelreDome te gaan. Daar zijn we inderdaad geweest. Ik weet niet meer of ze Daldeejen speelden maar het is mijn favoriete nummer van Normaal.

10. Bobby Bare – Four strong winds.

Het liedje waar ik nu het meest naar luister. Ik ben de laatste jaren best wel een countryfan en heb Bobby Bare bij toeval ontdekt via Spotify.

Welk liedje heeft voor jou veel betekenis?

Hoe ik een problematische relatie met eten kreeg

Vorige week schreef Yvette een post over haar relatie met voeding. Hierin beschreef ze hoe ze bewust omgaat met eten. Ik was dinsdag al begonnen aan een stuk over mijn eigen relatie tot eten, die een stuk minder gezond is. Ik twijfelde toen echter nog of ik dit met naam en toenaam op mijn blog zou zetten. Toen ik er echter achterkwam dat mijn zeer persoonlijke, Engesltalige blog bijna bovenaan in Google staat als je mijn naam intypt, besloot ik er schijt aan te hebben. Dat ik een moeilijke relatie met eten heb, mag iedereen weten.

ik was als kind niet eens een extreem moeilijke eter. Mijn man klaagt nu wel eens dat ik wel heel weinig lust maar ik kan me niet herinneren dat ik veel minder lustte dan mijn zus. Mijn ouders waren heel makkelijk met eten en zetten er weinig druk op dat we iets moesten eten wat we niet lustten. Ze maakten ook best vaak apart eten voor één van ons, nou ja een deel van het eten dan. Zo kreeg ik rauwe zuurkool als we zuurkoolstamppot aten, want dat lustte ik wel.

Ik was ook als kind niet iemand die exxtreem veel snoepte. Ik herinner me wel dat ik vrij veel snoep pikte van mijn ouders en dat ook wel meer deed dan mijn zus. Ik had echter toen nog niet echt eetbuien of ander overduidelijk eetgestoord gedrag. Toen ik tien werd, kreeg ik bijvoorbeeld een kleine hoeveelheid dropjes voor mijn verjaardag – en ik bedoel echt tien dropjes of zo. Daar heb ik echt dagen mee gedaan. Of dat een uitzondering was, weet ik echter niet, want ik was wel al vroeg iemand die veel snoep wilde hebben.

Toen ik naar de middelbare school ging, vooral op het gymnasium, liep het wel de spuigaten uit met snoepen. Dit is eigenlijk in vrij korte tijd vrij snel gegaan. Toen ik nog in de brugklas van het speciaal onderwijs zat, at ik keurig mijn brood op en kocht ook niet meer dan één candybar per dag en dat lang niet elke dag. In de eerste van het gymnasium herinner ik me dat ik een keer vijf Marsrepen uit de automaat trok en ze achter elkaar opat. Mijn klasgenoten zeiden er wat van maar ik luisterde niet. Dit was waarschijnlijk de eerste keer of de enige keer dat mijn klasgenoten er wat van zeiden, dat ik het daarom onthouden heb. Het was zeker niet de laatste keer.

Ergens besefte ik wel dat het niet normaal was. Ik heb in die tijd kort een eetdagboekje bijgehouden en noteerde daarin keurig alle candybars, saucijzenbroodjes en chips die ik naar binnen werkte. Ik voelde me ook schuldig maar deed er niks mee. Op een gegeven moment las ik in een jongerentijdschrijft over de BMI en ik berekende de mijne. Die was toen voor een jongere volgens mij al op het randje van overgewicht maar dat realiseerde ik me niet, omdat het tijdschrift de norm voor volwassenen nam.

Ik las in datzelfde tijdschrijft in ongeveer dezelfde tijd over anorexia en meiden die hiervoor opgenomen werden. Ik weet niet waarom maar het trok me enorm. Heel stom natuurlijk, want niemand wil echt een eetstoornis. Het was ook niet dat ik dun wilde zijn maar meer dat ik iets wilde hebben waarin ik mijn gevoel kon uiten. Misschien zelfs wel iets waarmee ik kon laten zien dat het niet goed ging.

Als eetgestoorde faalde ik gigantisch. Ik kon niet eens lijnen, laat staan dat ik voor anorexiapatiënt door kon gaan. Gelukkig hield ik ongezond compenseergedrag zoals braken ook niet lang vol. Ik at echter wel grote hoeveelheden snoep. Als ik op zaterdag naar de winkel ging, kocht ik twee grote zakken snoep en at die in een uur tijd allebei leeg. Dat dit net zo goed een eetprobleem is, kwam niet in me op. Op school leerden we ook alleen over anorexia en boulimia. Godzijdank was mijn gedachte dat ik een eetstoornis “wilde” alweer over toen ik internettoegang kreeg, anders was ik ongetwijfeld veel verder van huis geweest door de pro-anasites.

Toen ik volwassen werd, werden de echte eetbuien vanzelf minder. Ik overat nog wel maar niet meer in extreme mate. Toch bleven de dwangmatige gedachten over eten wel een rol spelen. Uiteindelijk liep dit rond mijn 23ste toch weer uit de hand en werd het overeten erger. Sindsdien ben ik nooit meer langer dan een week eetbuivrij geweest. In die tijd heb ik ook ongeveer een halfjaar meerdere keren per week gebraakt. Hier stopte ik echter uiteindelijk weer mee, om het zo nu en dan weer op te pakken. Helemaal vrij van ongezond compenseergedrag ben ik nooit meer voor een lange tijd geweest.

Toch zijn nu voor mij de eetbuien schadelijker: ik zit inmiddels qua gewicht behoorlijk ver in het gebied “obesitas”. Helaas leren we nog steeds dat overeten gewoon onwil om maat te hoduen is, i.p.v. een serieus psychisch probleem. Ik heb nog steeds het idiote idee dat ik een falende eetgestoorde ben, terwijl ik me juist zou moeten focussen op mijn herstel.