Tagarchief: Gehandicaptenzorg

Terugblik #9: dagbesteding en nog meer regelzaken

Jongens, het is alweer de derde maandag van juli. Morgen begint de vierdaagse in Nijmegen. Niet dat ik iemand ken die hem loopt. Ik ben het ooit zelf van plan geweest, omdat ik in Nijmegen woonde. Lijkt me echter veel te druk en bovendien kan ik amper vijf kilometer lopen, laat staan 40 en dat vier dagen achter elkaar. Met sporten gaat het sowieso wisselend bij mij.

Het gaat de laatste tijd verder ook nog steeds wisselend. Meestal gaat het wel oké maar het blijft best wennen om thuis te wonen. Vandaag is het wel weer eens tijd voor een terugblik. Hoe gaat het nu op dagbesteding en met de regelzaken rondom mijn zorg?

Woonbegeleiding

Toen ik net thuis woonde, leek het allemaal zo vlot te gaan met het regelen van zorg. Ik kon al gelijk beginnen bij dagbesteding. Ik heb echter ook al vanaf het begin aangegeven dat ik woonbegeleiding nodig heb. De korte versie van het verhaal is dat deze nog steeds niet geregeld is.

De medewerker van het sociaal team van de gemeente twijfelde eerst of ik echt begeleiding nodig heb of dat ik meer heb aan training, dus ergotherapie, wat vanuit de zorgverzekering en niet vanuit de Wmo vergoed wordt. Ik heb al vanaf het begin aangegeven dat ik voor het bespreken van praktische problemen en het aanbrengen van structuur in mijn dag/week, echt begeleiding nodig heb. Uiteindelijk leek de medewerker hier wel van doordrongen maar toen bleef de vraag waar we die ondersteuning gaan halen.

Ik heb vorig jaar een gesprek gehad met mensen van de woonbegeleiding van GGnet, de psychiatrische instelling hier in de regio. Dat liep compleet mis. Volgens deze mensen had ik geen hulpvraag. Ik vond het inderdaad moeilijk om mijn hulpvraag duidelijk te maken maar dat betekent nog niet dat ik die niet heb.

Mijn dagbesteding krijg ik van Zozijn, een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking of niet-aangeboren hersenletsel. Hier ben ik erg tevreden over, dus ik stelde voor dat ik ook mijn woonbegeleiding van Zozijn zou krijgen. Dit was volgens de medewerker van Zozijn die erover gaat geen probleem, mits er een indicatie is. Ik besprak dit met mijn behandelaren van GGnet, waar ik immers wel psychiatrische behandeling krijg. In eerste instantie leek dit een goed idee. We mailden de gemeente.

Vorige week had ik dan een gesprek met de medewerker van de gemeente en mijn sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV’er) van GGnet. Dit was een vrij lastig gesprek. Men vroeg zich af of het niet beter is als ik bij een instelling voor visueel gehandicapten mijn zorg afneem. Hier sta ik voor een deel wel voor open. Ik maak het echter nogal eens mee dat vanuit deze instantiies wordt gezegd dat mijn problemen niet aan mijn blindheid liggen en ze er dus weinig mee kunnen. Dan krijgen we een kringetje van het kastje naar de muur en weer terug. Ik denk zelf dat ik het beste van Zozijn mijn begeleiding kan krijgen met eventueel advies van Bartiméus, de visueel-gehandicapteninstelling waar ik bekend ben. Hierover is echter nog geen beslissing genomen.

Dagbesteding

Op dagbesteding gaat het ondertussen vrij goed. Het was wel erg wennen. Omdat ik vaak onrustig werd op de arbeidsmatige groep waar ik ben begonnen, ging ik al op woensdag, de drukste dag op die groep, naar een andere groep. Hier zitten verder ernstig verstandelijk of meervoudig gehandicapte mensen, die belevingsgerichte activiteiten doen. Die activiteiten bevallen me sowieso een stuk beter dan het arbeidsmatige werk. Bovendien bleef ik best onrustig op mijn groep.

Vorige week kwam er een gedragsdeskundige op mijn groep. Ze keek even mee hoe het ging en heeft ook met mij gepraat. Ik gaf aan dat ik het op de belevingsgroep fijner vind en me veiliger voel. Toch voelde dit raar, want ik ben niet verstandelijk beperkt, laat staan ernstig. Had toch de indruk dat ik “beter” moet kunnen.

Uiteindeijk hebben we besloten dat ik vanaf vandaag de dag begin op de arbeidsmatige groep, omdat de mensen op de belevingsgroep vaak later komen dan ik. Als zij er zijn, ga ik dan naar de belevingsgroep en mag aangeven als ik eventueel me goed genoeg voel om even naar de arbeidsmatige groep te gaan. Vandaag was de taxi laat, dus ben ik gelijk op de belevingsgroep begonnen. Voor de mensen op de arbiedsmatige groep was het wel even wennen en voor mij ook. Ik voelde me wel prettiger maar merkte dat ik nog worstel met de kloof tussen mijn intellectuele vermogens en mijn ja, hoe noem je zoiets? Emotionele functioneren? Ik merkte bijvoorbeeld dat de begeleding in mijn bijzijn over een medecliënt op de belevingsgroep praatte en ik het niet kon laten me ermee te bemoeien. Dit is nog wel lastig, want ik begrijp wel wat er gezegd wordt maar ben geen begeleider. Ik voelde me wel een stuk rustiger dan anders vandaag en dat was het doel.

Wat doe ik zoal op dagbesteding?

Vorige week deelde ik al hoe mijn ochtendroutine eruitziet op dagen dat ik naar dagbesteding ga. Ik ga elke door-de-weekse ochtend van halfnegen tot twaalf naar dagbesteding. Nou zullen sommigen van jullie zich afvragen wat ik daar zoal uitspook. Vandaag deel ik met jullie wat ik op dagbesteding tot nu toe doe.

Sinds vier weken woon ik zelfstandig met mijn man en ga naar een dagbesteding die eigenlijk voor verstandelijk beperkte mensen is in Zutphen. Daarvoor verbleef ik in een psychiatrische instelling. Hier had ik twee uur in de week vast dagbesteding bij een atelier. De rest van de week kon ik inlopen bij de interne activiteitenbegeleiding (IAB) vlakbij de afdeling. Dit was erg laagdrempelig: je kon er koffie drinken wanneer je wou en hoefde niet per se iets uit te voeren. Je kon hier allerlei creatiefs doen, zoals breien of mandala’s kleuren. We deden echter ook wel eens een spelletje of puzzel. Er mocht van alles en hoefde weinig.

Op het atelier was wel een vast koffiemoment en werd verwacht dat je de rest van de tijd met creatieve activiteiten bezig was. Ik maakte hier zeepjes en kaarsen en soms sieraden.

Nu ga ik dus vijf hele ochtenden per week naar dagbesteding. Hier is ’s ochtends om halfelf een vast koffiemoment en wordt de rest van de tijd wel enige activiteit van je verwacht. Je hoeft echter niet snel te werken of wat ook.

De eigenlijke dagbesteding begint meestal pas rond negen uur. Omdat ik vroeg ben – soms al voor halfnegen -, drink ik vaak nog een kopje koffie van tevoren. De begeleider zit dan vaak wat achter de laptop en hangt om negen uur, soms met hulp van een cliënt, de picto’s op, waardoor de cliënten kunnen zien wat die dag van hen verwacht wordt. Ik moet nog een dagprogramma krijgen.

Ik zit in een groep die vooral inpakwerk, sorteerwerk en dergelijke doet. Zelf begon ik met het inpakken van vakantiesetjes. Dit zijn tasjes met een vaaddoek, vuilniszak, afwasborstel, spons en pakje lucifers, die in huisjes van dingen als Center Parcs klarliggen voor de gasten. Dit vond ik erg moeilijk. Tegenwoordig maak ik vooral papierproppen. Klinkt nutteloos maar ze worden gebruikt om verfblikken mee in te pakken.

Wandelen

’s Middags loopt mijn groep een route met de prikstok om zwerfvuil op te prikken. Aangezien ik dit door mijn blindheid niet kan, werd mij gezegd dat ik dit ook gewoon als een wandeling kan zien. Ik ben er ’s middags echter niet. Gelukkig gaan we ook ’s ochtends wel eens wandelen. De IJssel is op loopafstand en ook is er een winkelcentrum dichtbij. Hier gaan we eens per week boodschappen doen.

Soep maken

Eens per week, op dinsdag, kookt mijn groep soep voor de hele dagbesteding. Ik vind het vaak best leuk om groente te snijden. We maken meestal kippen-, tomaten- of groentesoep. Eens per maand maken we een aparte soep, zoals uiensoep.

De soep wordt bij de lunch opgediend. Aangezien mijn taxi om twaalf uur komt om me weer naar huis te brengen, mag ik meestal van tevoren alvast en kommetje.

Snoezelen

De dagbesteding waar ik heen ga, beschikt over een snoezelruimte. Dit is een ruimte waar mensen kunnen ontspannen met zintuigelijke activiteiten zoasl muziek en lichtjes. Er is ook een waterbed, een ding war je in kan gaan zitten om heen en weer te schommelen, een zitzak en nog veel meer.

Ongeveer een jaar geleden vroeg ik aan mijn psycholoog bij de instelling of ik op de verstandelijk-gehandicaptenafdeling mocht uitproberen of snoezelen iets voor me is. Dit mocht niet, omdat ik het in de thuissituatie niet zou kunnen toepassen en omdat dit alleen voor verstandelijk gehandicapten zou zijn. Ik voelde me dus best opgelaten toen de begeleider van dagbesteding, toen ik een keer onrustig was, me naar de snoezelruimte bracht. Ik vond het echter ook erg fijn. Sindsdien ga ik er bijna elke dag even tien minuutjes heen. Zo ben ik rustiger en kan me beter op de andere activiteiten richten.

Het is nog best wennen om elke ochtend naar dagbesteding te “moeten”. Toch vind ik het al jammer als het door een feestdag een keer niet doorgaat. Het is nog even zoeken welke activiteiten bij mij passen maar dat komt vast wel goed.