Tagarchief: Eetstoornis

Twaalf tips tegen eetbuien

Vanmiddag ging ik naar de stationswinkel hier in Wolfheze. Een verpleegkundige die nogal into gezonde voeding is, adviseerde me om geen snoep te halen. Gezond eten verkoopt men daar echter niet of is belachelijk duur. Ik wilde dus eerst alleen chips en tomatensoep kopen. Niet dat chips gezond is maar het is tenminste geen snoep. Uiteindelijk nam ik om die verpleegkundige een hak te zetten, ook een zakje snoepkersen mee (want kersen zijn fruit, dus gezond…). Nu zijn we net een paar uur verder en is alles behalve de tomatensoep allang weer op. Hallo eetbui. Om mezelf te motiveren tegen de eetbuien te vechten, zocht ik op internet naar tips tegen eetbuien. Vandaag deel ik een aantal tips die ik vond en tips die ik zelf als nuttig ervaar.

1. Denk in termen van wat mag, niet in termen van wat niet mag. Deze tip kwam ik tegen en vind ik heel mooi. Vaak word ik heel opstandig als iemand zegt dat ik beter niet kan snoepen. Dit zie je hierboven al: om de verpleegkundige die mij waarschuwde, te plagen, kocht ik snoep. Natuurlijk mag ik niet elke dag een zak chips leeg eten maar het is beter om hier niet op te focussen. Je kunt je in plaats daarvan focussen op het eten wat je wel elke dag mag eten.

2. Eet voldoende en regelmatig. Een crashdieet is geen oplossing voor een eetprobleem. Ook als je niet bewust aan het diëten bent, kun je toch te weinig eten. Ik had bijvoorbeeld voor de lunch vandaag maar één boterham gegeten, wat echt te weinig is.

3. Je kunt op elk moment van je leven beginnen met een gezonder eetpatroon. Als je een terugslag of zelfs volledige terugval hebt, betekent dit niet dat het “toch geen zin heeft” of “toch al verpest is”. Elke eetbui die je niet hebt, is er één minder.

4. Stel het uit. Een tip die ik ooit tegenkwam als advies om om te gaan met zucht naar verslavende middelen, is “urge surfing”. Het gaat er hierbij om niet te veel aandacht te besteden aan de zucht. Dat betekent niet dat het er niet is of mag zijn maar je moet het ook niet groter maken. Dit betekent ook: negeren in plaats van ertegen vechten. Uiteindelijk zul je misschien wel weer onweerstaanbare eetbuidrang krijgen maar hoe langer je het uitstelt, hoe beter.

5. Weeg jezelf niet (te vaak). Ik merk zelf dat, wat het getal op de weegschaal ook is, ik het altijd wel als een excuus kan zien om een eetbui te houden. Natuurlijk is het belangrijk dat je niet al te zwaar wordt maar dit kun je ook aan je kleding en conditie merken. Focus je trouwens niet op afvallen, want voor veel mensen met een eetprobleem is een focus op gewicht en afvallen een trigger.

6. Laat je gevoel er zijn. Vaak zijn eetbuien een manier om gevoelens te onderdrukken. Dan komen die gevoelens echter vaak dubbel zo hard terug.

7. Zoek een sport of bewegingsactiviteit die bij je past. Ik krijg vaak als tip om te gaan sporten i.p.v. eten. Goed bedoeld natuurlijk maar het moet wel bij je passen. Op de crosstrainer staan, houd ik misschien een kwartier vol en dan gebruik ik het weer als smoes om te mogen eten. Ik vind wandelen, yoga en oefeningen met de fitnessbal of weerstandband veel fijner, zeker als ik eetbuidrang heb. Als ik geen drang heb, wil ik best op die crosstrainer, want het is wel gezond. Het is echter nog beter om een activiteit te vinden die bij me past en die ik langere tijd kan volhouden. Ik zit al maanden na te denken om te gaan zwemmen maar durf dit niet te vragen. We hebben namelijk een zwembad op het instellingsterrein maar hiervoor moet je door je behandelaar worden aangemeld.

8. Zoek positieve, plezierige manieren van afleiding. Ik schreef dit oorspronkelijk als tip hierboven en begon toen over sporten. Veel mensen die aan eetbuien lijden, beleven echter geen plezier aan bewegen. Het is meer iets wat “moet”. Dat klopt ook wel (zoals ik hierboven zei) maar het geeft mij in elk geval niet de euforie die een eetbui geeft. Zoek dus activiteiten die je kunnen afleiden en die tenminste wel een positief gevoel geven. Het kan hierbij dus ook gaan om alleen maar muziek luisteren of een serie bingewatchen.

9. Vier al je overwinningen en besteed niet te veel aandacht aan je terugslagen. Er was een tijd dat ik bijna elke dag eetbuien had. Ik deed mee aan een topic op het forum van Proud2Bme om van eetbuien af te komen maar werd vaak niet gemotiveerd, omdat de teller elke keer weer op “nul dagen eetbuivrij” stond. In plaats daarvan ervaar ik dat het me meer helpt als ik uitgebreid stilsta bij de dagen dat ik eetbuivrij ben en niet te veel aandacht schenk aan mijn terugslagen. Dit betekent niet dat je een dag dat je een terugslag hebt maar gewoon voorbij moet laten gaan – anders was deze post een beetje hypocriet. Maar focus je op het positieve.

Het heeft ook geen zin om je uitgebreid schuldig te gaan voelen over een terugslag. Misschien heltp het je om de volgende keer beter na te denken voor je een eetbui hebt maar de kans is groot dat je jezelf vooral voedt met negativiteit.

10. Geniet van eten. Een kenmerk bij eetbuien is vaak dat je je eten achter elkaar naar binnen werkt zonder het zelfs maar te proeven. Daartegenover staat weer dat sommige mensen eten puur zien als brandstof en daarom niet durven te genieten van (al dan niet gezond) eten. Eetbuivrij zijn betekent niet dat je nooit meer iets lekkers mag maar je moet hier bewust voor kiezen en van genieten. Ook gezond eten mag trouwens lekker smaken, dus veprlicht je niet op een stengel bleekselderij te knagen als je dat niet lust.

11. Hoe om te gaan met eetbuivoedsel? Verschillende strategieën werken voor verschillende mensen. Voor veel mensen werkt het om de ergste binge foods niet in huis te halen. Dit betkeent geenszins dat het “verboden voedsel” is. Als je eenmaal goed naar je lichaam kunt luisteren en merkt dat je gewoon eens zin hebt in voedsel wat anders een binge food zou zijn, kun je dit halen en zonder schuldgevoel ervan genieten.

12. Heb geduld en wees aardig voor jezelf. Ook nu je nog niet (volledig) hersteld bent, ben je goed zoals je bent. Jezelf accepteren zoals je nu bent, is de eerste stap naar verandering.

Heb jij ook last van eetbuien? En zo ja, heb je nog tips om ervanaf te komen?

Vijf dingen die je niet moet zeggen tegen iemand met een eetstoornis

Op The Mighty, een Engelstalige site waar mensen met een handicap of ziekte en hun familie schrijven, worden regelmatig lijstjes gepost van dingen die je niet of juist wel moet zeggen of doen om mensen met een handicap of ziekte te helpen. Er verscheen rond Thanksgiving in november een artikel met dingen die je niet moet zeggen tegen iemand met een eetstoornis. Zelf heb ik geen gediagnosticeerde eetstoornis maar wel een flink eetprobleem. Helaas hoor ik deze opmeringen maar al te vaak.

1. “Je ziet er goed uit.” Hiermee benadruk je iemands uiterlijk. Je bedoelt misschien dat iemand een gezonde blos op haar gezicht heeft maar onbewust kan zij hierbij denken aan haar gewicht. Als degene met een eetstoornis al niet de connectie met haar figuur of gewicht maakt, zal ze waarschijnlijk terecht opmerken dat je bedoelt dat ze eruitziet alsof ze zich goed voelt. Dat kun jij echter niet weten.

2. “Ben je aangekomen sinds we elkaar de laatste keer zagen?” Laat die opmerkingen over gewicht nou eens achterwege! Bij iemand met anorexia vindt jij het misschien een compliment als ze is aangekomen maar zij denkt daar mogelijk nog heel anders over. Mensen met boulimia of een eetbuienstoornis kunnen ook heel erg getriggerd worden door opmerkingen over hun gewicht. Ikzelf zit het dichtst bij de eetbuienstoornis qua wat mijn eetprobleem is en vind opmerkingen over gewicht alleen maar stresserend. Je laat met een opmerking als deze onbewust blijken dat iemand alleen maar goed is als ze een bepaald gewicht of een bepaalde maat heeft.

3. “Is dat alles wat je eet?” In deze categorie vallen ook opmerkingen als “Eet maar lekker, dat kan jij wel hebben,” of “Eet je zoveel?”. Kortom, alle opmerkingen die een oordeel vellen over hoeveel iemand eet. Voor een persoon met anorexia is het misschien een enorme strijd geweest om het kleine beetje wat ze eet te nemen. Iemand met boulimia of een eetbuienstoornis gaat ook niet minder eten als jij haar eetgedrag veroordeelt. Hoogstens voelt ze zich schuldiger of gaat ze compenseren.

4. “Ik wou dat ik jouw wilskracht had!” Nee, dat wil je niet. Je wilt echt serieus geen last hebben van de allesbepalende obsessie van een eetstoornis. Ik heb zelf nooit anorexia of iets wat erop lijkt gehad en moet eerlijk toegeven dat ik soms wel eens dacht: “Ik wou dat ik dat kon.” Andere eetstoornissen worden toch meer gezien als “gebrek aan wilskracht”. Als je dus een goedbedoelde opmerking over wilskracht maakt tegen iemand die gezond is afgevallen, kan dat ook weer heel triggerend zijn als een ander boulimia of een eetbuienstoornis heeft. Niemand kiest ervoor om een eetstoornis te hebben.

5. “Ik ben net aan dit-of-dat nieuwe dieet begonnen.” Kies alsjeblieft een gesprekspartner die niet getriggerd wordt om destructief (eet)gedrag te vertonen als je dit zegt. Mij en veel anderen met zware eetproblemen of een eetstoornis triggert het enorm als je over diëten praat. Het zet mensen met “gewoon” overgewicht misschien aan om oook te gaan lijnen, al is dat nog niet zeker. Mensen met een eetstoornis voelen zich alleen maar ongemakkelijk.

Hoe ik een problematische relatie met eten kreeg

Vorige week schreef Yvette een post over haar relatie met voeding. Hierin beschreef ze hoe ze bewust omgaat met eten. Ik was dinsdag al begonnen aan een stuk over mijn eigen relatie tot eten, die een stuk minder gezond is. Ik twijfelde toen echter nog of ik dit met naam en toenaam op mijn blog zou zetten. Toen ik er echter achterkwam dat mijn zeer persoonlijke, Engesltalige blog bijna bovenaan in Google staat als je mijn naam intypt, besloot ik er schijt aan te hebben. Dat ik een moeilijke relatie met eten heb, mag iedereen weten.

ik was als kind niet eens een extreem moeilijke eter. Mijn man klaagt nu wel eens dat ik wel heel weinig lust maar ik kan me niet herinneren dat ik veel minder lustte dan mijn zus. Mijn ouders waren heel makkelijk met eten en zetten er weinig druk op dat we iets moesten eten wat we niet lustten. Ze maakten ook best vaak apart eten voor één van ons, nou ja een deel van het eten dan. Zo kreeg ik rauwe zuurkool als we zuurkoolstamppot aten, want dat lustte ik wel.

Ik was ook als kind niet iemand die exxtreem veel snoepte. Ik herinner me wel dat ik vrij veel snoep pikte van mijn ouders en dat ook wel meer deed dan mijn zus. Ik had echter toen nog niet echt eetbuien of ander overduidelijk eetgestoord gedrag. Toen ik tien werd, kreeg ik bijvoorbeeld een kleine hoeveelheid dropjes voor mijn verjaardag – en ik bedoel echt tien dropjes of zo. Daar heb ik echt dagen mee gedaan. Of dat een uitzondering was, weet ik echter niet, want ik was wel al vroeg iemand die veel snoep wilde hebben.

Toen ik naar de middelbare school ging, vooral op het gymnasium, liep het wel de spuigaten uit met snoepen. Dit is eigenlijk in vrij korte tijd vrij snel gegaan. Toen ik nog in de brugklas van het speciaal onderwijs zat, at ik keurig mijn brood op en kocht ook niet meer dan één candybar per dag en dat lang niet elke dag. In de eerste van het gymnasium herinner ik me dat ik een keer vijf Marsrepen uit de automaat trok en ze achter elkaar opat. Mijn klasgenoten zeiden er wat van maar ik luisterde niet. Dit was waarschijnlijk de eerste keer of de enige keer dat mijn klasgenoten er wat van zeiden, dat ik het daarom onthouden heb. Het was zeker niet de laatste keer.

Ergens besefte ik wel dat het niet normaal was. Ik heb in die tijd kort een eetdagboekje bijgehouden en noteerde daarin keurig alle candybars, saucijzenbroodjes en chips die ik naar binnen werkte. Ik voelde me ook schuldig maar deed er niks mee. Op een gegeven moment las ik in een jongerentijdschrijft over de BMI en ik berekende de mijne. Die was toen voor een jongere volgens mij al op het randje van overgewicht maar dat realiseerde ik me niet, omdat het tijdschrift de norm voor volwassenen nam.

Ik las in datzelfde tijdschrijft in ongeveer dezelfde tijd over anorexia en meiden die hiervoor opgenomen werden. Ik weet niet waarom maar het trok me enorm. Heel stom natuurlijk, want niemand wil echt een eetstoornis. Het was ook niet dat ik dun wilde zijn maar meer dat ik iets wilde hebben waarin ik mijn gevoel kon uiten. Misschien zelfs wel iets waarmee ik kon laten zien dat het niet goed ging.

Als eetgestoorde faalde ik gigantisch. Ik kon niet eens lijnen, laat staan dat ik voor anorexiapatiënt door kon gaan. Gelukkig hield ik ongezond compenseergedrag zoals braken ook niet lang vol. Ik at echter wel grote hoeveelheden snoep. Als ik op zaterdag naar de winkel ging, kocht ik twee grote zakken snoep en at die in een uur tijd allebei leeg. Dat dit net zo goed een eetprobleem is, kwam niet in me op. Op school leerden we ook alleen over anorexia en boulimia. Godzijdank was mijn gedachte dat ik een eetstoornis “wilde” alweer over toen ik internettoegang kreeg, anders was ik ongetwijfeld veel verder van huis geweest door de pro-anasites.

Toen ik volwassen werd, werden de echte eetbuien vanzelf minder. Ik overat nog wel maar niet meer in extreme mate. Toch bleven de dwangmatige gedachten over eten wel een rol spelen. Uiteindelijk liep dit rond mijn 23ste toch weer uit de hand en werd het overeten erger. Sindsdien ben ik nooit meer langer dan een week eetbuivrij geweest. In die tijd heb ik ook ongeveer een halfjaar meerdere keren per week gebraakt. Hier stopte ik echter uiteindelijk weer mee, om het zo nu en dan weer op te pakken. Helemaal vrij van ongezond compenseergedrag ben ik nooit meer voor een lange tijd geweest.

Toch zijn nu voor mij de eetbuien schadelijker: ik zit inmiddels qua gewicht behoorlijk ver in het gebied “obesitas”. Helaas leren we nog steeds dat overeten gewoon onwil om maat te hoduen is, i.p.v. een serieus psychisch probleem. Ik heb nog steeds het idiote idee dat ik een falende eetgestoorde ben, terwijl ik me juist zou moeten focussen op mijn herstel.

Acht fabels over de eetbuienstoornis

Sinds 2013 is de binge eating disorder (BED) of eetbuienstoornis eindelijk officieel erkend als een specifieke eetstoornis in het psychiatershandboek, DSM-5. DSM-5 wordt in Nederland nog niet overal gebruikt in de gezondheidszorg maar de eetbuienstoornis wordt over het algemeen wel erkend. Ik heb niet deze diagnose maar herken me er wel in. “Wie niet?” zou je zeggen maar dat is niet waar. Hieronder deel ik een aantal fabels en feiten over de eetbuienstoornis.

1. De eetbuienstoornis bestaat niet, want iedereen eet wel eens een hele zak chips of bak ijs leeg in één keer. Dat bijna iedereen wel eens veel te veel eet, is een feit. Het is echter een fabel dat een eetbuienstoornis simpelweg betekent dat je af en toe te veel eet. Een eetbui moet minstens één keer per week voorkomen gedurende een periode van drie maanden of langer om van een eetbuienstoornis te spreken. Iemand die met Sinterklaas een zak pepernoten naar binenn werkt, heeft niet per definitie een eetbuienstoornis.

Gewoon snaaien is geen eetbui. Dit onderscheid vind ik zelf nog wel eens moeilijk te maken. In de DSM-5 staat genoemd dat iemand met BED gedurende een bepaald tijdsbestek, bv. twee uur, veel meer eet dan normaal is of wordt verwacht. Als je dus je bij het kerstdiner helemaal volpropt, kan dit twee uur duren en je te veel hebben gegeten maar omdat dit verwacht wordt, is dit geen eetbui. Ikzelf eet wel eens (nou ja, vaker dan eens per week) in tien minuten tijd een zak snoep leeg. Dat je over de dag heen een zak snoep leegeet, is snaaien. Omdat ik het in tien minuten opeet, denk ik wel dat ik van een eetbui mag spreken.

2. Mensen die eetbuien hebben, zijn per definitie te zwaar. Hoewel ongeveer tweederde van de mensen met een eetbuienstoornis zwaarlijvig is, komt BED ook voor bij mensen met een gezond gewicht. Sommige mensen kunnen immers meer eten zonder (veel) aan te komen dan anderen. Ikzelf heb pas sinds een jaar of vier overgewicht maar heb al sinds mijn puberteit eetbuien.

3. BED is hetzelfde als boulimia. Oppervlakkig gezien lijken de stoornissen erg op elkaar. Mensen met boulimia en mensen met een eetbuienstoornis overeten immers allebei en voelen zich hier schuldig of beschaamd over. Het verschil is echter dat boulimiapatiënten proberen van de overtollige calorieën af te komen door te purgeren (braken, laxeren of gebruik van plaspillen) of door overmatig te sporten. Mensen met BED doen dit niet en velen bewegen te weinig.

4. De eetbuienstoornis is zeldzaam. Mis! De eetbuienstoornis is de meest voorkomende specifieke eetstoornis. Het komt bij ongeveer 3% van de bevolking voor. Anorexia en boulimia komen bij respectievelijk 0,5% en 1,5% voor.

5. De eetbuienstoornis is een vrouwenziekte. Hoewel anorexia en boulimia veel meer bij vrouwen dan bij mannen voorkomen (maar niet exclusief bij vrouwen!), komt de eetbuienstoornis bijna net zoveel bij mannen voor als bij vrouwen.

6. Eetbuien zijn typisch iets voor tieners. Anorexia en boulimia komen inderdaad vaker voor bij tieners en jongvolwassenen. Voor BED geldt dit niet. Hoewel de stoornis uiteraard wel bij tieners voor kan komen, is de gemiddelde leeftijd waarop de eetbuienstoornis begint 25. Zeker bij mannen komt de stoornis vaker op middelbare leeftijd voor.

7. Binge eating disorder, in tegenstelling tot anorexia en boulimia, is niet gevaarlijk. Anorexia en boulimia kunnen misschien op korte termijn gevaarlijker zijn, omdat purgeren en ernstig ondergewicht tot levensbedreigende gezondheidsproblemen kunnen leiden. Daartegenover staat dat eetbuien op langere termijn wel gevaarlijk kunnen zijn. Grote eetbuien bij BED kunnen net als bij boulimia bijvoorbeeld leiden tot een opgerekte maag. Daarnaast speelt natuurlijk het risico wat gepaard gaat met overgewicht of obesitas.

Het idee dat de eetbuienstoornis niet gevaarlijk is, leidt ertoe dat mensen, ook patiënten, dit probleem niet serieus nemen. Ikzelf heb een tijd aan ongezond compenseergedrag (purgeren) gedaan en nam toen mijn eetprobleem serieuzer dan nu dat ik alleen nog eetbuien heb, terwijl ik nu ernstig overgewicht heb en toen een gezond gewicht had.

8. Eetbuien bij BED zijn gewoon een uiting van stress. Dat “gewoon” mag eraf. Eetbuien zijn inderdaad een uiting van stress maar iemand die minstens eens per week een eetbui heeft, heeft meer stress dan de gemiddelde mens en/of gaat hier niet gezond mee om. Een eetbuienstoornis is, zoals inmiddels wel duidelijk mag zijn, een psychiatrische stoornis en niet zomaar een reactie op tijdelijke stress.