Alle berichten van Astrid

Herstellen na een psychische crisis

Afgelopen dinsdag was ik in een flinke psychische crisis. De details zal ik jullie besparen maar het was even goed mis. Gelukkig hoefde ik echter niet in de GGZ opgenomen te worden en kon dus vrij snel de draad van mijn leven weer oppakken. Dit blijkt lastiger dan ik had gedacht. Vandaag deel ik mijn ideeën en tips voor herstel na een psychische crisis.

Een psychische crisis komt niet uit de lucht vallen. Ook al was de acute nood zoals bij mij meer een paniekreactie dan zorgvuldig gepland, dan nog zijn er signalen die eraan vooraf gaan. Ik merkte bijvoorbeeld al een paar weken dat ik meer moeite had als mijn man laat thuis was van zijn werk. De aanleiding voor mijn crisis was dan wel iets heel specifieks, maar de oorzaak lag dieper.

Veiligheid

Het allereerste wat belangrijk is na een crisis, is dat je zorgt dat het niet snel nog eens fout gaat. Als je bijvoorbeeld suïcidaal of ernstig zelfdestructief gedrag vertoonde, zorg dan dat iemand anders je medicatie en scherpe voorwerpen in beheer neemt. Natuurlijk moet je uiteindelijk weer zelf deze verantwoordelijkheid aankunnen maar in eerste instantie is het voor ieders gemoedsrust beter als iemand anders ervoor zorgt dat je jezelf niks aan kan doen.

Ritme

Daarnaast is het belangrijk zo snel mogelijk weer een normaal ritme op te pakken. Vroeger werd gedacht dat mensen na een psychische crisis het vooral rustig aan moesten doen. Dit blijkt niet te werken. Ik ben dus, zodra ik lichamelijk enigszins hersteld was, weer naar dagbesteding gegaan. Ook probeer ik de draad van het sporten en gezond eten weer op te pakken, ook al voelt dit soms als nutteloos.

Het is belangrijk niet te blijven hangen in negativiteit. Dit is moeilijk, want je zult na een crisis weer terug moeten naar het leven waar je juist van weg wilde vluchten. Ikzelf realiseerde me gelukkig vrij snel dat ik niet opgenomen wilde worden en dus terug naar huis wilde. Dat dit betekende dat ik weer hele middagen en een deel van de avond alleen zou moeten zijn, besefte ik wel.

Hulp inschakelen

Wel kon ik wat meer hulp inschakelen. Ik ben in behandeling bij een FACT-team. Dit is een team wat mensen met langdurige, ernstige psychiatrische problemen behandelt. Ik had dinsdag tijdens mijn crisis mijn verpleegkundige proberen te bereiken maar zij was druk. Nu heeft zij mij geadviseerd om de volgende keer naar de verpleegkudnige van dienst te vragen. Ook hebben we afgesproken dat een medewerker van het FACT-team de komende tijd eens per week contact met mij zoekt. Er bestaat ook een telefoon-op-receptregeling, waarbij je buiten kantooruren contact kunt hebben met een verpleegkundige. Meestal wordt dit vanuit een kliniek georganiseerd en krijg je dus iemand aan de lijn die jou niet persoonlijk kent. Voor nu lijkt dit nog niet nodig.

Gelukkig gaat er nu ook eindelijk haast gemaakt worden met het regelen van woonondersteuning. Dit is dan weliswaar niet geschikt voor crisisinterventie maar ze kunnen mij wel helpen met de praktische problemen die mij anders spanning zouden geven.

Al met al is het belangrijk dat je de oorzaak van de crisis aanpakt door bijvoorbeeld meer hulp in te schakelen. Daarnaast is het belangrijk te bedenken wat jou tot nu toe op de been hield. In mijn geval is dit bijvoorbeeld mijn dagbesteding. Dit moet je dan zo snel mogelijk weer oppakken.

Ik schrijf in deze post over een acute crisis met een specifieke aanleiding. Ik was niet depressief. Ook in dit geval kan het echter zo zijn dat de gedachte om jezelf iets aan te doen, nog langer blijft bestaan. Maak deze gedachte bespreekbaar met je behandelaren. Zij kunnen je immers tips geven om je gedachten te veranderen.

Terugblik #9: dagbesteding en nog meer regelzaken

Jongens, het is alweer de derde maandag van juli. Morgen begint de vierdaagse in Nijmegen. Niet dat ik iemand ken die hem loopt. Ik ben het ooit zelf van plan geweest, omdat ik in Nijmegen woonde. Lijkt me echter veel te druk en bovendien kan ik amper vijf kilometer lopen, laat staan 40 en dat vier dagen achter elkaar. Met sporten gaat het sowieso wisselend bij mij.

Het gaat de laatste tijd verder ook nog steeds wisselend. Meestal gaat het wel oké maar het blijft best wennen om thuis te wonen. Vandaag is het wel weer eens tijd voor een terugblik. Hoe gaat het nu op dagbesteding en met de regelzaken rondom mijn zorg?

Woonbegeleiding

Toen ik net thuis woonde, leek het allemaal zo vlot te gaan met het regelen van zorg. Ik kon al gelijk beginnen bij dagbesteding. Ik heb echter ook al vanaf het begin aangegeven dat ik woonbegeleiding nodig heb. De korte versie van het verhaal is dat deze nog steeds niet geregeld is.

De medewerker van het sociaal team van de gemeente twijfelde eerst of ik echt begeleiding nodig heb of dat ik meer heb aan training, dus ergotherapie, wat vanuit de zorgverzekering en niet vanuit de Wmo vergoed wordt. Ik heb al vanaf het begin aangegeven dat ik voor het bespreken van praktische problemen en het aanbrengen van structuur in mijn dag/week, echt begeleiding nodig heb. Uiteindelijk leek de medewerker hier wel van doordrongen maar toen bleef de vraag waar we die ondersteuning gaan halen.

Ik heb vorig jaar een gesprek gehad met mensen van de woonbegeleiding van GGnet, de psychiatrische instelling hier in de regio. Dat liep compleet mis. Volgens deze mensen had ik geen hulpvraag. Ik vond het inderdaad moeilijk om mijn hulpvraag duidelijk te maken maar dat betekent nog niet dat ik die niet heb.

Mijn dagbesteding krijg ik van Zozijn, een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking of niet-aangeboren hersenletsel. Hier ben ik erg tevreden over, dus ik stelde voor dat ik ook mijn woonbegeleiding van Zozijn zou krijgen. Dit was volgens de medewerker van Zozijn die erover gaat geen probleem, mits er een indicatie is. Ik besprak dit met mijn behandelaren van GGnet, waar ik immers wel psychiatrische behandeling krijg. In eerste instantie leek dit een goed idee. We mailden de gemeente.

Vorige week had ik dan een gesprek met de medewerker van de gemeente en mijn sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV’er) van GGnet. Dit was een vrij lastig gesprek. Men vroeg zich af of het niet beter is als ik bij een instelling voor visueel gehandicapten mijn zorg afneem. Hier sta ik voor een deel wel voor open. Ik maak het echter nogal eens mee dat vanuit deze instantiies wordt gezegd dat mijn problemen niet aan mijn blindheid liggen en ze er dus weinig mee kunnen. Dan krijgen we een kringetje van het kastje naar de muur en weer terug. Ik denk zelf dat ik het beste van Zozijn mijn begeleiding kan krijgen met eventueel advies van Bartiméus, de visueel-gehandicapteninstelling waar ik bekend ben. Hierover is echter nog geen beslissing genomen.

Dagbesteding

Op dagbesteding gaat het ondertussen vrij goed. Het was wel erg wennen. Omdat ik vaak onrustig werd op de arbeidsmatige groep waar ik ben begonnen, ging ik al op woensdag, de drukste dag op die groep, naar een andere groep. Hier zitten verder ernstig verstandelijk of meervoudig gehandicapte mensen, die belevingsgerichte activiteiten doen. Die activiteiten bevallen me sowieso een stuk beter dan het arbeidsmatige werk. Bovendien bleef ik best onrustig op mijn groep.

Vorige week kwam er een gedragsdeskundige op mijn groep. Ze keek even mee hoe het ging en heeft ook met mij gepraat. Ik gaf aan dat ik het op de belevingsgroep fijner vind en me veiliger voel. Toch voelde dit raar, want ik ben niet verstandelijk beperkt, laat staan ernstig. Had toch de indruk dat ik “beter” moet kunnen.

Uiteindeijk hebben we besloten dat ik vanaf vandaag de dag begin op de arbeidsmatige groep, omdat de mensen op de belevingsgroep vaak later komen dan ik. Als zij er zijn, ga ik dan naar de belevingsgroep en mag aangeven als ik eventueel me goed genoeg voel om even naar de arbeidsmatige groep te gaan. Vandaag was de taxi laat, dus ben ik gelijk op de belevingsgroep begonnen. Voor de mensen op de arbiedsmatige groep was het wel even wennen en voor mij ook. Ik voelde me wel prettiger maar merkte dat ik nog worstel met de kloof tussen mijn intellectuele vermogens en mijn ja, hoe noem je zoiets? Emotionele functioneren? Ik merkte bijvoorbeeld dat de begeleding in mijn bijzijn over een medecliënt op de belevingsgroep praatte en ik het niet kon laten me ermee te bemoeien. Dit is nog wel lastig, want ik begrijp wel wat er gezegd wordt maar ben geen begeleider. Ik voelde me wel een stuk rustiger dan anders vandaag en dat was het doel.

It’s weekend tag

Vandaag wil ik graag schrijven maar ben een beetje inspiratieloos. Ik besloot daarom een tag in te vullen. Keek dus op dit grote tag-overzicht. De “It’s weekend” tag is al heel oud en is niet meer te vinden op de blog van de bedenkster, Iris van The Beauty Magazine. Ik ging dus even googlen en vond hem op Save the Mama. Dit is een superleuke tag. Hier vind je mijn antwoorden.

Heb je op zaterdag en zondag weekend of ben je op andere dagen vrij?
Ik heb op zaterdag en zondag weekend en mijn man ook, als hij tenminste geen weekenddienst heeft. Als hij wel weekenddienst heeft, zijn de werktijden wel vaak wat korter dan door-de-weeks.

Hoe laat sta je op in het weekend?
Dit verschilt maar meestal neit voor tienen. Ik probeer voor elf uur eruit te zijn, want mijn man staat vaak wel eerder op. Als je mij mijn gang zou laten gaan, zou ik echt een gat in de dag kunnen slapen.

Hoe ontbijt je in het weekend?
Dat hangt ervanaf of we broodjes in huis hebben. Als we die hebben, gooit mijn man meestal één van de dagen van het weekend broodjes in de oven. De andere dag ontbijten we dan gewoon met yoghurt met cruesli, net als door-de-weeks.

Hoe ziet jouw weekend er meestal uit?
Meestal gaan we één van de dagen wel ergens heen, zoals naar mijn schoonouders of een eind fietsen of zwemmen. Mijn man is ook vaak druk met het huishouden. Meestal doe ik dan rustig aan en vermaak me achter de computer.

Wat doe je het liefst in het weekend?
Ik vind het vooral leuk om iets samen met mijn man te doen, omdat hij door-de-weeks op dit moment nogal lange dagen maakt. Als het mooi weer is, houd ik van fietsen of zwemmen. Als het slecht weer is, vind ik het leuk om samen een spelletje te doen of te lachen om grappen die mijn man op internet vindt. Vorige week hebben we, zoals ik al schreef, een zeepje gemaakt.

Wanneer plan je je activiteiten voor het weekend?
Over het algemeen plannen we die niet van tevoren, tenzij we bjvoorbeeld een verjaardag vieren. Soms geeft één van ons wel aan wat we graag het weekend willen doen maar dan spreken we hiervoor geen tijd af of zo.

Ben je ook bezig met je studie/werk in het weekend?
Niet in de zin dat ik daadwerkelijk “werk”. Dagbesteding is immers dicht. Ik ben er echter wel in mijn hoofd mee bezig.

Hoe laat ga je naar bed in het weekend?
Meestal tussen elf en twaalf. Hangt er ook vanaf hoe moe mijn man en ik zijn, dus soms liggen we er ook in het weekend al om tien uur in.

Dit was de tag. Hoe ziet jouw weekend er over het algemeen uit?

Lichtpuntjes #2

De laatste tijd gaat het erg wisselend. Soms gaat het goed en voel ik me ontspannen maar het is ook nog erg wennen thuis. Toch maak ik de laatste tijd best veel leuke dingen mee. Tijd dus om wat lichtpuntjes te delen. Dit idee is duidelijk minder succesvol dan ik hoopte toen ik in april de dankbaarheidslijstjes voor lichtpuntjes verruilde. Nou ja.

Sporten

Het gaat de laatste tijd best goed met crosstraineren. Gisteren heb ik het zelfs een halfuur volgehouden. Ik heb nog wel af en toe flinke spierpijn maar ik had dan ook een paar maanden terug echt niet verwacht dat ik het zo lang zou kunnen volhouden.

Ook zijn mijn man en ik de laatste tijd een paar keer wezen zwemmen. Op het Rhederlaag (waar nu Dreamfields aan de gang is) is een recreatieplas vlakbij mijn schoonouders en daar hebben we een paar keer gezwommen. Ook zijn we een keer naar het zwembad in Steenderen, wat het warmste buitenbad van Gelderland is, geweest.

Ten slotte ben ik een paar keer op de tandem geweest. Eén keer met mijn man op onze tandem thuis. Het ding is achttien jaar oud en er mankeert nog wel wat aan maar hij rijdt nog. We hebben toen een rondje van zo’n twaalf kilometer gemaakt. Ook heb ik een paar keer op de tandem bij dagbesteding gefietst. Kleine stukjes maar hoor.

Lekkere geuren

Zoals ik woensdag al schreef, kreeg ik van dagbesteding waxmelts voor mijn verjaardag. De Mango peach salsa tart van Yankee Candle is erg lekker. Ook heb ik mijn AromaStream® olieverspreider aangesloten. Ik had die een keer meegenomen naar dagbesteding en er toen zoete sinaasappel etherische olie in gedaan. Nu heb ik er ylang ylang en bergamot in.

Ik kreeg trouwens van mijn schoonzus nog een zelfde aromaverspreider. Ik had me namelijk laten ontvallen dat ik er één wilde die minder geluid maakte. Dat doet hij niet maar het is toch leuk om er nu twee te hebben. Heb mijn oude dus nu beneden staan en de nieuwe boven op mijn werkkamer.

Eten

Op woensdag ga ik tegenwoordig soms naar een groep op dagbesteding waar belevingsgerichte activiteiten worden gedaan. Hier hebben we afgelopen woensdag pannenkoekjes gebakken. Lekker!/P>

Vrijdag besloot de begeleider van mijn eigen groep dat we eieren gingen bakken. We doen hier kruiden en kaas op. Ik hield eerst niet vn gebakken ei met kaas maar had de vorige keer een stuk ei met kaas geproefd en vond het lekker.

Ik denk dat ik deze week niet ben afgevallen, want als klap op de vuurpijl haalde mijn man vrijdag patat. Ik neem hier meestal een mexicano bij maar mijn man had in plaats daarvan een broodje kip teriyaki voor me meegenomen. Dat was lastig te eten maar wel erg smaakvol.

Zeep maken

Het leukste heb ik voor het laatst bewaard. Ik heb als hobby gietzeep maken maar had hier sinds ik bij mijn man woon, niks mee gedaan. Een paar dagen geleden vroeg ik aan mijn man of hij me een keer wilde helpen een zeepje te maken. Dat wilde hij wel. Gisteen hebben we een zeepje gemaakt voor mijn schoonzus, die jarig was. Het is een vrij eenvoudige zeep in één kleur, met één geur en zonder toevoeging van extra ingrediënten. Toch is hij heel mooi geworden. Ik was de alcoholspray vergeten. Dit gebruik je om belletjes weg te halen maar die zaten er helemaal niet in.

Zeepje vlinder roze met aardbeigeur

Ik heb ook een soort zeep met een hoog smeltpunt, die geschikt is om glitters aan toe te voegen. Bij normale zeep zinkt de glitter namelijk naar de bodem. Gisteren las ik de handleiding voor het maken van glitterzeep op de website van De Online Zeepwinkel. Dit ga ik ook eens proberen.

Ik heb me trouwens de laatste tijd best wel verdiept in het maken van andere verzorgingsproducten. Ik maakte op mijn vorige dagbesteding in de kliniek namelijk ook lippenbalsem, bodylotion en body butters maar ook dit heb ik al een tijd niet gedaan. Ik had dus pas het idee om op de belevingsgroep op dagbesteding mijn lippenbalsem te introduceren. Dit vond de begeleiding een goed idee. Dit heeft het voordeel ten opzichte van zeep of andere verzorgingsproducten dat alle ingrediënten food grade zijn en het dus niet uitmaakt als een medecliënt wat ervan opeet. Ik zal jullie nog laten weten hoe het bevalt.

Wat ik allemaal voor mijn verjaardag kreeg

Vorige week was ik jarig. Ik vierde het voornamelijk het weekend van tevoren. Mijn zus en zwager kwamen op zaterdag de 24ste langs en mijn ouders zondag de 25ste. Op dinsdag was mijn eigenlijke verjaardag. Omdat ik die dag anders geen bezoek zou krijgen en mijn man moest werken, bood mijn schoonmoeder aan een bakkie te komen doen. Dat was gezellig. ’s Avonds nodigde mijn man mijn schoonouders nog een keer uit op de thee. Ten slotte kwamen de twee zussen van mijn man afgelopen zaterdag langs. Al met al waren het gezellige dagen. Ik heb ook leuke cadeaus gekregen. Vandaag deel ik met jullie wat ik allemaal voor mijn verjaardag gehad heb.

Snoezelpoes

Snoezelpoes

Mijn verlanglijstje was redelijk specifiek dit jaar en ik heb veel spullen van mijn lijstje ook daadwereklijk gekregen. Een paar weken terug ontdekte ik Nenko, een webshop waar je allerlei artikelen voor snoezelen en ontspanning kunt kopen. Ik zette dus een aantal producten die daar te koop zijn, op mijn verlanglijstje.

Ik kreeg van mijn zus en zwager het geur- en warmtedier. Dit is een knuffel, in mijn geval van een kat, die je in de magnetron kan doen om te verwarmen. Hij is ook gevuld met lavendel, wat een heerlijk ontspannende geur geeft. Mijn schoonmoeder noemde het ding al snel de snoezelpoes.

Woensdag nam ik hem mee naar dagbesteding. Ik ga tegenwoordig vaak op woensdag naar een groep met ernstig meervoudig beperkte mensen. In overleg met mij besloot de begeleiding die ochtend te gaan snoezelen en mijn snoezelpoes mee te nemen. Ik legde de knuffel bij het gezicht van één van de cliënten van die groep, terwijl ze lag. Vond ze heel leuk. Dat maakte mijn dag ook weer goed.

Balanskussen

Van mijn ouders kreeg ik een air stepper pad, oftewel een balanskussen. Ik hoorde een paar maanden terug voor het eerst van “wiebelkussens”. Toen waren ze bij de Lidl in de aanbieding maar ik was net te laat om er één aan te schaffen. Ik stelde het daarna steeds uit om er één bij Bol.com of zo te kopen maar toen mijn verjaardag eraan kwam, dacht ik er weer aan. Ik sta overigens niet op het balanskussen. Dat heb ik wel een paar keer geprobeerd maar dat is geen succes. Ik gebruik het ding nu als extra kussen op mijn bureaustoel om wat actiever te zitten.

Keukengerei

Voordat ik een fatsoenlijk verlanglijstje had gemaakt, vroeg mjn man al wat ik wilde hebben. Ik besloot een citruspers te vragen en die kreeg ik ook. Ik heb er tot nu toe nog maar één keer sinaasappels mee geperst.

Van mijn schoonmoeder kreeg ik een drinkfles met een fruitfilter. Ik snapte eerst niet wat het was, ook al had ik het gevraagd, want het zag eruit als een drinkfles met onderin een omgekeerde citruspers. Dacht eerst: “Huh? Ik heb toch al een citruspers gekregen?” Ik heb nog niet helemaal uitgevonden hoe het ding werkt maar de eerste keer was mijn aardbei-muntwater wel lekker. Of je met dit ding ook daadwerkelijk aardbeien hoort te kunnen pletten, weet ik niet.

Al eerder had ik trouwens van mijn schoonouders een set plastic magnetronspul gekregen: een rond bord, een rechthoekig bord en een soepkom. Dit is handig, omdat onze Ikea-borden vaak heel heet worden in de magnetron.

Ruiken en proeven

Van mijn ouders kreeg ik nog een doosje waxmelts in de geur lavendel. Ook kreeg ik een doosje met een aantal flesjes geurolie voor in mijn AromaStream® oliediffuser. Van mijn schoonouders kreeg ik ook kersen (uit de tuin van hun buren) en een muntplant.

Van dagbesteding kreeg ik ook een cadeautje. Ik vroeg waxmelts maar mijn begeleider wist niet waar hij die kon kopen. Toen heb ik US Candles genoemd. Daar worden o.a. Yankee Candle wax tarts verkocht. We zijn toen de hele rij tarts langs gegaan en ik noemde op welke me lekker leken. Dit waren er natuurlijk veel te veel om te kopen, dus noemde ik vijf willekeurige getallen, die gekoppeld waren aan waxmelts. Zo bleef het toch nog een verrassing welke geuren ik zou krijgen. Ik heb uiteindelijk Mango Peach Salsa, Passion Fruit Martini, Sparkling Cinnamon, Autumn Night en Christmas Cookie gekregen. Nu ruikt dus mijn hele kamer en waarschijnlijk eigenlijk de hele bovenverdieping naar perzik en mango.

Verlengsnoer

Tot slot vroeg ik om een verlengsnoer, om mijn waxmeltbrander en olieverspreider in het stopcontact te kunnen doen. Ik verwachtte dat mijn vader er wel één van zolder zou vissen. Hij kwam met een standaard verlengsnoer met schakelar van de kringloop aan en had daarnaast nog een hele tas met snoeren voor het geval deze niet was wat ik bedoelde. Ik had echter de dag ervoor ook al een verlengsnoer van mijn man gekregen en wist dus dat de standaard maat past. Deze is echter zonder schakelaar. Ik moet hem nog omwisselen voor die van mijn ouders. Mijn schoonmoeder kwam dinsdag trouwens ook met een verlengsnoer aan maar toen had ik er dus al genoeg.

Astrid valt af: de eerste maand

Een maand geleden ging ik voor het eerst sinds ik thuis woon op de weegschaal en ik schrok me kapot. Mijn man had mijn gewicht nogal naar beneden afgerond, maar “79 kilo” klonk al vrij erg. Ik ben maar 1,53 m lang, dus dit betekent een BMI van dik over de 30. Dat ik obesitas heb, wist ik op zich wel maar ik zat nu op mijn hoogste gewicht ooit. Ik had toch echt gehoopt in die eerste maand thuis wat te zijn afgevallen, want ik had eigenlijk geen eetbuien gehad. Ik snaaide echter wel vaker dan alleen in het weekend samen met mijn man een zak chips leeg, waarbij ik verreweg het meeste pakte. Ik wilde dus heel graag afvallen. Maarja, dat wil ik al jaren. Ik was nu echter wel gemotiveerder dan ooit. “Wil je dit echt?” vroeg mijn man. Hij wilde me dan wel bij het afvalproces helpen. Daarop volgde van mij een volmondig “Ja.” Hoe gaat het nu de eerste maand?

Ik had me vorige maand als doel gesteld over een jaar onder de 70 kilo, de grens van obesitas bij mijn lengte, te zitten. Mijn man rekende uit hoeveel calorieën ik hiervoor moest minderen of extra verbranden. Het precieze getal ben ik kwijt maar het stond gelijk aan 36 minuten stevig wandelen per dag. “Nu 36 minuten wandelen?” vroeg mijn man. Prima. I love wandelen. Nou, daar verkeek ik me op. Na vijf minuten begon ik al zwaar te ademen. Dit vond ik niet erg maar na een kwartier begon mijn rechter achillespees tegen te stribbelen. Mijn voet deed na 23 minuten zo’n pijn dat ik amper verder kon lopen en teruggeslenterd ben.

Wij hebben thuis een crosstrainer staan, dus nadat ik van de ergste spierpijn, schrik en teleurstelling was bekomen, besloot ik daar maar verder op te trainen. Dit gaat een stuk beter. Ik wil nog steeds wel beter leren wandelen en heb ook wandelschoenen gekocht maar ik probeer me vooral op de crosstrainer te richten. Ik wil immers vooral conditie opbouwen en afvallen en dan helpt elke vorm van cardio. Ik kan inmiddels ruim 25 minuten achter elkaar crosstraineren.

Het minder eten valt me egenlijk reuze mee. In eerste instantie had ik echt totaal geen verstand van hoeveel calorieën er in bepaald voedsel zitten. Zo dacht ik dat ontbijtkoek calorie-arm was en nam gerust een dikke plak op dagbesteding. Toen ik het op Calorielijst.nl opzocht, bleek dat in zo’n dikke plak bijna 150 kCal zit. Het omgekeerde kwam echter ook voor, dat ik bijvoorbeeld 150 gram wortels at en dacht dat dat veel was.

Ik ga eens in de twee weken met mijn schoonmoeder naar de apotheek. Dan doe ik gelijk boodschappen. Ik kocht eerst drop maar nu koop ik tomaatjes en appels en oh natuurlijk aardbeien, want daar kun je ook een heel bakje van leegeten zonder aan te komen. Niet dat ik trouwens een heel bakje leegeet. Ik houd namelijk vrij nauwkeurig bij wat ik eet en dat helpt wel om het overmatig snaaien te verminderen. Ii bedoel, schrok al toen ik vorige week een dag 10 suikervrije dropjes had gegeten. Toen ik nog in de kliniek zat, merkte ik het nauwelijks als ik een hele zak drop (met suiker) had leeggegeten.

Met mijn verjaardag vorige week dinsdag vonden zowel mijn man als ik dat ik wel wat mocht smokkelen. We vierden mijn verjaardag voornamelijk het weekend ervoor en ik was bang dat dit, met mijn eigenlijke verjaardag erbij, drie dagen van losgaan zouden worden en ik vervolgens kilo’s zou zijn aangekomen. Ik ging echter niet los. Ik bedoel, ja, natuurlijk heb ik taart genomen op de zaterdag dat mijn zus kwsam. En een kaneelbroodje op de zondag dat mijn ouders kwamen. En een stroopwafel als traktatie op dagbesteding dinsdag. Zo’n verjaardagsreeks moet ik niet elke maand doen. Toch lukte het me juist niet door te schieten in overeten en daar ben ik trots op.

En, vraag je je nu af, wat is het resultaat? Mijn riem kan een gaatje strakker maar ik dacht dat ik mezelf misschien meer insnoerde om mezelf de indruk te geven afgevallen te zijn. Gisteren ging ik dus op de weegschaal. Dit was niet de eerste keer in die maand hoor, dus ik wist al dat ik aan het afvallen was. Ik dacht echter dat ik dit met mijn verjaardag teniet had gedaan. Wat bleek? Ik woog gisteren 75,1kg. Mijn man haalde zijn spreadsheet met mijn getallen erbij en zei dat nog een keer zoveel afvallen als ik in de afgelopen maand had gedaan, al een BMI van 30 zou betekenen. Onze weegschaal meet overigens ook het percentage water, vet, botten en spieren in je onderlichaam. Dit geeft een te optimistisch beeld bij mij, aangezien mijn vet vooral op mijn buik zit. Ik gebruik de weegschaal echter vooral om de verandering te meten. Mijn waterpercentage, bot- en spiermassa waren allemaal gestegen en mijn vetpercentage is de afgelopen maand gedaald. Dit geeft mij echt motivatie om door te zetten.

Wat doe ik zoal op dagbesteding?

Vorige week deelde ik al hoe mijn ochtendroutine eruitziet op dagen dat ik naar dagbesteding ga. Ik ga elke door-de-weekse ochtend van halfnegen tot twaalf naar dagbesteding. Nou zullen sommigen van jullie zich afvragen wat ik daar zoal uitspook. Vandaag deel ik met jullie wat ik op dagbesteding tot nu toe doe.

Sinds vier weken woon ik zelfstandig met mijn man en ga naar een dagbesteding die eigenlijk voor verstandelijk beperkte mensen is in Zutphen. Daarvoor verbleef ik in een psychiatrische instelling. Hier had ik twee uur in de week vast dagbesteding bij een atelier. De rest van de week kon ik inlopen bij de interne activiteitenbegeleiding (IAB) vlakbij de afdeling. Dit was erg laagdrempelig: je kon er koffie drinken wanneer je wou en hoefde niet per se iets uit te voeren. Je kon hier allerlei creatiefs doen, zoals breien of mandala’s kleuren. We deden echter ook wel eens een spelletje of puzzel. Er mocht van alles en hoefde weinig.

Op het atelier was wel een vast koffiemoment en werd verwacht dat je de rest van de tijd met creatieve activiteiten bezig was. Ik maakte hier zeepjes en kaarsen en soms sieraden.

Nu ga ik dus vijf hele ochtenden per week naar dagbesteding. Hier is ’s ochtends om halfelf een vast koffiemoment en wordt de rest van de tijd wel enige activiteit van je verwacht. Je hoeft echter niet snel te werken of wat ook.

De eigenlijke dagbesteding begint meestal pas rond negen uur. Omdat ik vroeg ben – soms al voor halfnegen -, drink ik vaak nog een kopje koffie van tevoren. De begeleider zit dan vaak wat achter de laptop en hangt om negen uur, soms met hulp van een cliënt, de picto’s op, waardoor de cliënten kunnen zien wat die dag van hen verwacht wordt. Ik moet nog een dagprogramma krijgen.

Ik zit in een groep die vooral inpakwerk, sorteerwerk en dergelijke doet. Zelf begon ik met het inpakken van vakantiesetjes. Dit zijn tasjes met een vaaddoek, vuilniszak, afwasborstel, spons en pakje lucifers, die in huisjes van dingen als Center Parcs klarliggen voor de gasten. Dit vond ik erg moeilijk. Tegenwoordig maak ik vooral papierproppen. Klinkt nutteloos maar ze worden gebruikt om verfblikken mee in te pakken.

Wandelen

’s Middags loopt mijn groep een route met de prikstok om zwerfvuil op te prikken. Aangezien ik dit door mijn blindheid niet kan, werd mij gezegd dat ik dit ook gewoon als een wandeling kan zien. Ik ben er ’s middags echter niet. Gelukkig gaan we ook ’s ochtends wel eens wandelen. De IJssel is op loopafstand en ook is er een winkelcentrum dichtbij. Hier gaan we eens per week boodschappen doen.

Soep maken

Eens per week, op dinsdag, kookt mijn groep soep voor de hele dagbesteding. Ik vind het vaak best leuk om groente te snijden. We maken meestal kippen-, tomaten- of groentesoep. Eens per maand maken we een aparte soep, zoals uiensoep.

De soep wordt bij de lunch opgediend. Aangezien mijn taxi om twaalf uur komt om me weer naar huis te brengen, mag ik meestal van tevoren alvast en kommetje.

Snoezelen

De dagbesteding waar ik heen ga, beschikt over een snoezelruimte. Dit is een ruimte waar mensen kunnen ontspannen met zintuigelijke activiteiten zoasl muziek en lichtjes. Er is ook een waterbed, een ding war je in kan gaan zitten om heen en weer te schommelen, een zitzak en nog veel meer.

Ongeveer een jaar geleden vroeg ik aan mijn psycholoog bij de instelling of ik op de verstandelijk-gehandicaptenafdeling mocht uitproberen of snoezelen iets voor me is. Dit mocht niet, omdat ik het in de thuissituatie niet zou kunnen toepassen en omdat dit alleen voor verstandelijk gehandicapten zou zijn. Ik voelde me dus best opgelaten toen de begeleider van dagbesteding, toen ik een keer onrustig was, me naar de snoezelruimte bracht. Ik vond het echter ook erg fijn. Sindsdien ga ik er bijna elke dag even tien minuutjes heen. Zo ben ik rustiger en kan me beter op de andere activiteiten richten.

Het is nog best wennen om elke ochtend naar dagbesteding te “moeten”. Toch vind ik het al jammer als het door een feestdag een keer niet doorgaat. Het is nog even zoeken welke activiteiten bij mij passen maar dat komt vast wel goed.

Mijn door-de-weekse ochtendroutine

Gisteren en vandaag had ik vrij van dagbesteding. Gisteren was mijn man ook vrij maar vandaag is voor iedereen buiten de (semi-)publieke sector een gewone werkdag. Ik vind het best jammer dat ik vandaag vrij ben van dagbesteding, want zo heb ik niet echt een ritme. Ik was wel om acht uur al wakker maar ben na een tijdje toch weer mijn bed in gekropen.

Vandaag deel ik mijn ochtendroutine op dagen dat ik naar dagbesteding ga. Zie dit als een soort vervolg op mijn post van vorig jaar over mijn routine toen ik nog in de instelling verbleef.

Mijn man moet op dagen dat hij moet werken op zijn laatst om zes uur op. Dit is als het niet druk is op zijn werk en hij dus om acht uur kan beginnen. Op dit moment is het druk op mijn man zijn werk en moet hij vaak om zeven en soms zelfs om zes uur beginnen. Dit betekent dus dat hij nog eerder orp moet. Ik ga natuurlijk niet met hem opstaan maar word meestal wel even wakker.

Mijn wekker gaat om halfzeven. De taxi komt pas om acht uur en dus heb ik meestal zeeën van tijd. Ik bene chter altijd bang dat ik niet op tijd klaar ben als de taxi komt. Bovendien vind ik het fijn om nog even te kunnen computeren voordat ik de deur uit moet.

Ik word meestal al iets voor de wekker wakker en sta dan op. Ik spring dan gelijk onder de douche. Vervolgens kleed ik me aan. Zoals ik vorig jaar al zei, moet ik vaak even checken wat voor weer het wordt. Mijn man doet dit soms de avond tevoren al, dus dan hoef ik het niet meer te doen. Ik ga naar beneden en geef Barry, de kat, te eten. Vaak geeft mijn man hem al een klein beetje voer voordat hij vertrekt. Zeker als hij om zes uur op zijn werk moet zijn, is dit echter al even geleden en staat Barry te bedelen.

Ik kan tegenwoordig zelf yoghurt met cruesli pakken als ontbijt. Soms wordt dit een bende maar meestal gaat het goed. Ik neem ook koffie en vul een fles met anderhalve liter water. Ik heb een bepaalde soort medicatie tegen obstipatie waar je veel bij moet drinken. Ik vergat dit altijd maar sinds ik de waterfles heb, gaat het aardig. Ik neem het betreffende poeder trouwens met multivitaminesap of Dubbelfrisss in. Toen ik nog in de instelling verbleef, had ik een variant die naar sinaasappelsap smaakte (maar dan wel viezer). Daar kon ik wel aan wennen. De variant die ik nu krijg, smaakt op zich nergens naar maar ruikt alsof hij beschimmeld is. Ik wist eerst niet dat je dit middel ook met iets anders dan water kon innemen maar dat kan dus. Mijn andere medicijnen neem ik wel met water in. Ik heb een weekdoos, waar mijn man eens per week mijn medicatie in uitzet. Deze bepaalde doos werkt een stuk hadniger dan de losse doosjes per dag die ik in de instelling had. Dat ligt er vooral aan dat mijn huidige doosjes minder snel opengaan terwijl dat niet moet. Ook zit hier een vaste vakverdeling per innamemoment in, terwijl in die andere de vakjes verschuifbaar zijn. Ik kon daar niet mee overweg en kreeg dus mijn avondmedicatie toen altijd van de verpleging.

Ik poets na het ontbijt mijn tanden. OOk al is mijn man er dan niet om me een schop onder mijn kont te geven, toch denk ik er meestal wel aan. Dan ga ik even achter de computer: mail checken, wat Facebooken en blogposts lezen. Meestal ga ik rond kwart voor acht, tien voor acht naar beneden om mijn spullen te pakken. De taxi komt dus om acht uur. Ik ben dan vaak om halfnegen op dagbesteding. Dat is vroeg, dus ik drink daar nog een kop koffie voor ik aa het werk ga.

Terugblik #8: regelzaken, dagbesteding en naar huis!

Tjonge, ik heb alweer meer dan een maand hier niet geblogd. Er is heel veel gebeurd de afgelopen maand, dus tijd voor een terugblik. 🙂

Mijn ontslagdatum uit de psychiatrische instelling stond al maanden gepland op 1 mei. Er was echter een week tevoren nog niks geregeld wt betreft nazorg. Dit bleek mijn verantwoordelijkheid, want, zoals mijn psycholoog het zei, anders lukt het haar en de maatschappelijk werker altijd om nazorg te regelen. Ze stond er dus in eerste instantie op dat ik gewoon 1 mei weg zou gaan. De woensdag daarvoor had ik mijn “exitgesprek”. Zo noemde ze het echt. Ik ben daar boos uit weggelopen en heb de patiëntenvertrouwenspersoon gebeld. Die kon helaas niks voor me doen. Toen heb ik mijn man en mijn schoonmoeder gebeld. Mijn schoonmoeder kreeg het uiteindelijk voor elkaar dat ik een week uitstel kreeg.

Regelzaken

Vrijdag 28 april had ik mijn intake voor ambulante behandeling bij het FACT-team. Dit ging goed. Ik ging er op dat moment wel enigszis vanuit dat ik de eerste week of weken zonder nazorg zou komen te zitten. Ik zou immers 8 mei met ontslag gaan en 12 mei had ik mijn adviesgesprek voor FACT. De verpleegkundig specialist die mede de intake deed, gaf wel aan dat, als ik dan nog geen dagbesteding had, het FACT in de weer zou gaan met regelen.

De maandag daarop, 1 mei, had ik mijn adviesgesprek van de second opinion bij het Radboudumc. De psycholoog begon met de uitslag: ik heb volgens haar wel autisme. Daarnaast heb ik een depressie en emotieregulatieproblemen. Advies was om te beginnen met emotieregulatietraining, zoals dialectische gedragstherapie. Verder adviseerde ze dat ik training zou krijgen in zelfredzaamheid, zowel zodat ik uiteindelijk met minder zorg toe kan als om mijn depressieve klachten te helpen verminderen. Als laatste adviseerde ze EMDR als behandeling voor een aantal belastende ervaringen.

Wat betreft dagbesteding wedde ik op twee paarden: een centrum van Siza voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel en een locatie van Zozijn voor verstandelijk gehandicapten. Van Siza hoorde ik die dag al en ik kon er die donderdag terecht voor een intake. Zozijn had ik gemaild maar ik bleek de manager te moeten bellen. Gelukkig lukte dit dinsdag 2 mei en ook hier kon ik die donderdag terecht.

Dagbesteding

Bij de locatie van Siza had ik twijfels. Ik was hier in augustus vorig jaar al geweest voor een rondleiding en het viel me toen een beetje tegen. Dit werd in de intake niet minder. Toen ik aangaf dat ik ook bij Zozijn zou gaan kijken, gaf de begeleider aan dat dit mogelijk beter zou passen. Als reden noemde ze het feit dat alle cliënten bij die locatie van Siza op latere leeftijd gehandicapt werden en ik hier dus geen aansluiting bij had. Ik had sowieso ook mijn twijfels over de mate van zelfstandigheid die verwacht werd.

Bij Zozijn was men een stuk opener. De manager had alvast bedacht in welke groep ik het beste zou passen. Dit is een groep met hoog niveau cliënten die vooral inpakwerk doen maar ook wel eens wandelen en op dinsdag soep maken. Het inpakwerk leek me erg saai en ook wel lastig met mijn niet heel geweldige motoriek. Het gaat me echter meer om de contacten dan om het werk zelf. Volgens de manager kon ik de week erop al beginnen daar. Wowie, dat zou mooi zijn! Uiteindelijk had dit nog iets meer voeten in de aarde dan de manager dacht, want de sociaal consulent van de gemeente wist van niks. Ze gaf echter toestemming voor vijf dagdelen dagbesteding. Beschikking volgt zo snel mogelijk.

Mijn eerste weken bij de dagbesteding zijn goed bevallen. Het inpakwerk is inderdaad best lastig maar er zijn ook genoeg activiteiten die me wel bevallen. Zo mocht ik a fgelopen week een paar keer naar de sneozelruimte. Vond dit erg fijn.< ?P>

naar huis

Maandag 8 mei was dus mijn officiële ontslagdatum. Ik ging uuiteindelijk al op de zaterdag ervoor, want dan hoefde mijn man me niet meer terug te rijden naar Wolfheze. De eerste weken thuis zijn best aardig bevallen. Beter dan ik had verwacht in elk geval. Mijn man zit met zijn werk best wel in een drukke periode maar het lukt me aardig om de tijd alleen thuis door te komen. Wat dat betreft is het wel fijn dat ik al dagbeseding heb.

Misverstanden over prikkelverwerking

Een paar dagen geleden schreef Mantelmama een interessante post over slaapproblemen door overprikkeling. Zij gaat er in haar post vanuit dat veel mensen (ouders) een redelijke algemene kennis hebben over prikkelverwerking en overprikkeling. Ik hoop dat ouders van kinderen met prikkelverwerkingsstoornissen hier inmiddels aardig wat kennis over hebben. Zelf kom ik echter nog veel misverstanden tegen. Vandaag deel ik er een aantal.

1. Prikkelverwerkingsstoornissen zijn een kinderziekte. Omdat er tegenwoordig steeds meer kinderen gediagnosticeerd worden met ontwikkelingsstoornissen waarbij prikkelverwerking een rol speelt, zoals autisme en ADHD, denken mensen dat volwassenen hier geen last van kunnen hebben. Mis! Autisme, ADHD enz. gaan ten eerste niet over als een kind opgroeit. Ten tweede zijn er ook oorzaken van prikkelverwerkingsproblemen die op latere leeftijd optreden, zoals niet-aangeboren hersenletsel.

2. Prikkelverwerkingsproblemen zijn aanstelleritis. Was dat maar waar! Mensen zonder prikkelverwerkngsproblemen kunnen zich helaas moeilijk voorstellen hoe het is om constant overweldigd te worden. Omdat prikkelverweringsproblemen zich vaak uiten als gedragsprobleen, denken mensen dat het kind (of de volwassene) gewoon eens moet leren dat niet de hele wereld zich aan hem kan aanpassen. Dat is natuurlijk wel zo maar dat moet ieder kind leren, want jonge kinderen zijn van nature best egocentrisch. Overprikkeling is een serieus probleem. Hoewel een persoon hiermee kan leren omgaan, passen veel oudere kinderen en volwassenen met prikkelverwerkingsproblemen zich al heel veel aan. Dan mogen ze best verwachten dat er soms rekenig met ze gehouden wordt. Net alss een ernstige fysieke overgevoeligheid/allergie voor bijvoorbeeld een bepaald voedingsmiddel, is het lijden echt. Oké, je gaat niet dood aan overprikkeling en wel aan een ernstige allergische reactie maar je functioneren wordt wel ernstig beperkt als je overprikkeld bent.

3. Overprikkeling is angst, dus exposure (de persoon toch blootstellen aan de vermeden stimulus) werkt. Ten eerste is er nog niet voldoende bewijs dat exposure werkt bij prikkelverwerkingsproblemen. Ten tweede, voor zover als het wel zou kunnen werken, wordt het vaak verkeerd toegepast. Ik krijg vaak te horen dat ik gewoon moet doorzetten en dat dan mijn “angst” voor bepaalde prikkels overgaat. Exposure bij angststoornissen gebeurt normaal gesproken heel geleidelijk onder begeleiding van een getrainde therapeut. Dan kun je, zelfs al zou het hier om een angst gaan, niet verwachten dat een niet-getrainde professional of ouder dit goed kan toepassen.

Sensorische integratietherapie maakt wel gebruik van het blootstellen aan bepaalde prikkels. Dit gebeurt echter in een gestructureerde, veilige omgeving en onder begeleidng van een speciaal opgeleide ergotherapeut. Ook een “sensorisch dieet” gebruikt prikkels maar daarbij gaat het om prikkels en activiteiten die de persoon kunnen helpen zich beter voelen.

4. Alle mensen met prikkelvewerkingsproblemen zijn snel overprikkeld. Omdat overprikkeling vaak het best te herkennen is, wordt onderprikkeling nog wel eens genegeerd of als iets anders afgedaan, zoals hyperactiviteit of “gewone” verveling. Het wordt ook vaak niet herkend dat mensen zowel last kunnen hebben van over- als onderprikkeling. Dit kan zelfs in hetzelfde zintuig het geval zijn. Sommige mensen hebben een hekel aan lichte aanraking maar vinden het heerlijk om stevig geknuffeld te worden bijvoorbeeld.

5. Je kunt altijd zien of een persoon last heeft van prikkels. Zoals Mantelmama schrijft, zijn er mensen die hun overprikkeling uiten maar ook mensen bij wie dit er later pas uitkomt, bijvoorbeeld als ze moeten slapen. Ook veel mensen die soms hun problemen met prikkels uiten, kunnen zich op andere momenten goed aanpassen. Het kan dan zijn dat je je afvraagt wat er nu zo overweldigend is, terwijl de persoon nog moet ontprikkelen van een overweldigende gebeurtenis eerder op de dag.

6. Er bestaat medicatie tegen overprikkeling, dus een “sensorisch dieet” of begeleiding bij het omgaan met prikels is niet nodig. Ik kan me herinneren dat, toen ik net opgenomen was, ik eens licht geïrriteerd reageerde op het geluid van een elektrische zaag. De verpleegkundige die bij me was, reageerde eveneens geïrriteerd dat ik moest ophouden of een zo-nodigtabletje innemen. Er is niet bewezen dat medicatie daadwerkelijk overprikkeling tegengaat. Natuurlijk is het zo dat bepaalde medicijnen, zoals antipsychotica, dempend werken op het brein. Er wordt echter vooral gekeken naar het effect op gedrag en een persoon die te suf is om te reageren op prikkels, lijkt mogelijk onterecht niet overprikkeld. Los van de vraag of medicatie echt werkt, is mijns inziens medicatie geen vervanging van goede begeleiding. Ik slik al jaren medicatie maar wou serieus dat ik eens geholpen werd bij een goed “sensorisch dieet” te creëren voor mezelf.< ?p>

Al met al is het belangrijk rekening te houden met prikkelverwerking bij kinderen (en volwassenen) met gedragsproblemen. Prikkelverwerkingsproblemen zijn geen aanstelleritis, opstandigheid of angst en mensen kunnen zich er niet zomaar overheen zetten.

Heb jij of heeft jouw kind last van prikkelverwerkingsproblemen?