Maandelijks archief: augustus 2017

1000 Vragen aan jezelf #1

Ik ben weer eens erg laat. Heel veel bloggers zijn me al voorgegaan met de 1000 vragen aan jezelf. Deze vragen komen uit een boekje wat in 2015 bij het tijdschrift Flow zat. Ik heb dit boekje niet maar jat de vragen van andere bloggers. In deze post beantwoord ik dus de eerste twintig vragen.

  1. Met wie kan je het beste opschieten?
    Met mijn man. Niet dat w enooit ruzie hebben hoor. Er zijn wel mensen met wie ik minder vaak bots dan met mijn man maar het meest gehecht voel ik me toch aan hem.
  2. Waar besteed je te veel tijd aan?
    Piekeren. Ik pieker best veel. En als het niet goed gaat, slaap ik ook te veel.
  3. Om welke grappen kun je heel hard lachen?
    Ik ben het meest van de woordgrapjes. Kan echt enorm hard lachen als mijn man dit soort grapjes van internet plukt maar ook als hij ze zelf verzint.
  4. Wanneer heb je voor het laatst iets voor het eerst gedaan?
    Ik denk dat mijn eerste afspraak voor de DGT-training het laatste was wat ik voor het eerst deed. Afgelopen donderdag dus.
  5. Huil je makkelijk in het bijzijn van anderen?
    Ja, best wel. Niet om films of zo maar als een ander iets lulligs zegt, ga ik wel snel janken.
  6. Waar bestaat je ontbijt uit?
    Steevast yoghurt met cruesli.
  7. Wie heb je voor het laatst een kus gegeven?
    Mijn man.
  8. Waarin lijk je op je moeder?
    Wat betreft uiterlijk zijn we allebei klein. Verder lijk ik hierin meer op mijn vader. Mijn moeder zegt wel altijd dat ik al haar slechte karaktereigenschappen georven heb. We zijn bijvoorbeeld allebei best snel gestresst.
  9. Wat doe je als je ’s ochtends wakker wordt?
    Als eerste zet ik mijn wekker uit. Verder heb ik mijn ochtendroutine al eens beschreven.
  10. Ben je een goede voorlezer?
    Nee, totaal niet. Ik lees ontzettend langzaam en als ik hardop lees, haper ik heel veel.
  11. Tot welke leeftijd geloofde je in Sinterklaas?
    Tot mijn achtste ongeveer. Mijn vader had toen een cassettebandje opgenomen waarin zwarte Piet zogenaamd riep dat hij vastzat in de schoorsteen. Dit draaide hij dus op sinterklaasavond vanaf zolder af. Het jaar erna, toen ik echt niet meer geloofde, heeft hij me het bandje nog eens bewust laten horen.
  12. Wat wil je nog graag kopen?
    Zo veel. Ik heb sinds ik sinds vorige maand eindelijk een iPhone heb, echt best wel een verlanglijstje aan gadgets en apps die ik nog wil kopen. Bovenaan staat momenteel een bluetooth koptelefoon met microfoon, zodat ik vanaf de crosstrainer met Siri kan praten.
  13. Welke karaktereigenschap zou je graag willen hebben?
    Zo veel maar stressbestendigheid staat wel bovenaan.
  14. Wat is je favoriete tv-programma?
    Ik kijk echt bijna nooit tv, dus geen idee wat er nu op is wat ik leuk zou vinden.
  15. Wanneer ben je voor het laatst in een pretpark geweest?
    Uhm, toen ik twaalf was denk ik. Toen was ik met school in de Efteling. Dat was trouwens volgens mij ook gelijk de eerste keer. Mijn ouders hebben iets tegen pretparken en ik vind er ook weinig aan.
  16. Hoe oud hoop je te worden?
    Natuurlijk mits het gezond kan, heel oud.
  17. Aan welke vakantie denk je met weemoed terug?
    Ik zou het niet weten. Vind op vakantie gaan sowieso weinig aan.
  18. Hoe voelt liefdesverdriet voor jou?
    Geen idee. Mijn man was mijn eerste vriendje en ik hoop dat we nooit uit elkaar gaan.
  19. Had je liever anders willen heten?
    Nee maar ik had wel graag een tweede naam gehad.
  20. Waarin heb je aan jezelf getwijfeld?
    Oei, heb je even? Ik ben best wel een twijfelaar.

Dit waren de vragen. Best leuke zaten ertussen.

Wat vind jij van je naam?

Dialectische gedragstherapie (DGT)

Vanmiddag had ik mijn eerste afspraak voor de training dialectische gedragstherapie (DGT) bij GGnet, de psychiatrische instelling in mijn regio. Ik had natuurlijk de afgelopen week al het werkboek gekregen en hier alvast het eerste hoofdstuk in gelezen. Sowieso was ik al wel bekend met DGT en zat al heel lang in een aantal zelfhulpgroepen op Facebook die deze methode hanteren. Vandaag leg ik uit wat DGT is en hoe het mij tot nu toe bevalt.

Wat is DGT?

DGT is één van de meest effectieve behandelmethoden voor mensen met de borderline-persoonlijkheidsstoornis, oftewel emotieregulatiestoornis. Deze stoornis wordt gekenmerkt door instabiliteit in emoties, relaties en zelfbeeld. Mensen met borderline hebben vaak sterk wisselende stemmingen, vertonen suïcidaal of zelfbeschadigend gedrag en hebben vaak een turbulent liefdesleven. Uiteraard hoef je niet alle kenmerken te hebben om met borderline gediagnositceerd te worden. Zelf heb ik bijvoorbeeld een stabiele relatie. DGT is trouwens ook effectief bij allerlei soorten destructief gedrag, zoals suïcidaliteit, eetbuien, middelenmisbruik, etc., ook als er geen sprake is van een (volledige) borderlinestoornis.

DGT combineert gedragstherapie met ideeën vanuit de zen-leer, zoals acceptatie en mindfulness. De methode is ontwikkeld door Marsha M. Linehan. Linehan is professor in de psychologie in Seattle en heeft vooral onderzoek gedaan naar de borderline-persoonlijkheidsstoornis, suïcidaal gedrag en drugsmisbruik. Naast professionele betrokkenheid heeft Linehan zelf ervaring met een psychiatrische opname voor wat men toen als schizofrenie bestempelde. Ze vindt zelf dat ze eerder borderline had.

Tijdens de dialectische gedragstherapie wordt aan vier verschillende soorten vaardigheden gewerkt. Deze zijn:

  • Mindfulness, in mijn Nederlandstalige werkboek omschreven als kern-oplettendheidsvaardigheden. Je leert om de aandacht naar binnen te richten en jezelf zonder oordeel te observeren en te leren kennen.
  • Emotieregulatie. Het leren herkennen, benoemen en beheersen van emoties.
  • Interpersoonlijke effectiviteit, oftewel intermenselijke vaardigheden. Hierbij leer je bijvoorbeeld om om te gaan met conflictsituaties.
  • Distress tolerance, in mijn werkboek vertaald als vaardigheden voor het verdragen van crisis (in plaats van je afreageren d.m.v. destructief gedrag).

Hoe bevalt het?

Normaal gesproken is DGT een vorm van groepstherapie. Vanwege mijn blindheid en autisme werd echter besloten mij de training individueel aan te bieden. Ik doe hem dus samen met mijn sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV). Vandaag had ik dus mijn eerste afspraak in het kader van deze behandeling.

De eerste vaardigheid waar je bij DGT aan werkt, is mindfulness. In het eerste hoofdstuk wordt uitleg gegeven over de rationele, de emotionele en de wijze geest. Ik moest voorbeelden bedenken van wanneer ik vanuit puur mijn verstand (ratio) reageer, wanneer vanuit mijn emotie en wanneer beide in balans zijn (wijze geest). Een interessant punt wat genoemd werd, was dat je soms direct na een crisis wel in staat bent vanuit je wijze geest te reageren. Ik herkende dit van mijn crisis vorige maand. Na mijn lichamelijk herstel werd ik gezien door een voor mij onbekende psychiater. Hij vroeg of ik wel zelfstandig wilde blijven wonen. “Ja,” zei ik. Ik wist op de één of andere manier zowel gevoelsmatig als verstandelijk dat ik niet opgenomen wilde worden. De wijze geest wordt ook wel gezien als een soort intuïtie. Ik begrijp dit nog niet helemaal maar vond dit wel heel interessant.

Na het gesprek vanmiddag vroeg mijn SPV of het me zo bevalt en of de methode (voor zover ik nu kan beoordelen) aansluit. Ik denk van wel. Natuurlijk zitten aan elke therapiemethode voor- en nadelen. Zo heb ik wel eens gelezen dat mensen in een op DGT gebaseerde klinische behandeling geen contact mochten zoeken met de verpleging als ze die dag destructief bezig waren geweest. De redenatie erachter is dat het destructieve gedrag dan al de oplossing is voor je crisis en je dus geen andere oplossing (zoals contact met een verpleegkundige) meer nodig hebt. Dit vind ik enigszins vreemd. Wat ik wel goed vind, is dat bij diezelfde behandelunit in elk geval er geen zo-nodigmedicaite werd voorgeschreven. Ikzelf heb nog niet de stap gezet naar helemaal geen noodmedicatie maar heb al voor mezelf besloten dat twee van mijn drie psychische noodmedicijnen eraf mogen.