Maandelijks archief: oktober 2016

Diagnose: afhankelijke persoonlijkheidsstoornis

Afgelopen donderdag had ik een gesprek met mijn psycholoog. Ik had de week hiervoor behandelplanbespreking gehad, waar ikzelf niet bij was. Volgens mijn persoonlijk begeleider hadden mijn psycholoog en psychiater behoorlijk heen en weer zitten kissebissen over mijn diagnose. Uiteindelijk is er iets uitgekomen en donderdag deelde mijn psycholoog me dit mede. Ik heb nu als hoofddiagnose een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis. Vandaag vertel ik wat dit is en in hoeverre ik me hierin herken.

De afhankelijke persoonlijkheidsstoornis wordt gekenmerkt door een diepgaande en buitensporige behoefte verzorgd te worden, wat leidt tot onderworpen en vastklampend gedrag, en de angst in de steek gelaten te worden, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties, zoals blijkt uit vijf (of meer) van de volgende kenmerken:

  1. Kan moeilijk alledaagse beslissingen nemen zonder overdreven veel advies en geruststelling door anderen. Dit herken ik ergens wel bij mezelf. Vanaf de puberteit af aan liet ik vaak mijn klasgenoten bijvoorbeeld beslissen waar ik ging zitten in de pauze. Dit deed ik, omdat ik vond dat ik een last was voor anderen en dat zij dus mochten beslissen in hoeverre ik die last mocht zijn. Nog steeds laat ik anderen soms simpele beslissingen voor mij nemen. Aan de andere kant heb ik vaak moeite om situaties te overzien en kan ik daardoor moeilijk beslissingen nemen. Ik neem dan wel de beslissing maar heb toch veel aanwijzingen nodig bij het uitvoeren. Dit heeft niets te maken met een negatief zelfbeeld maar kan wel zo gezien worden.
  2. Heeft anderen nodig die de verantwoordelijkheid overnemen voor de meeste belangrijke gebieden van zijn leven. Ook dit herken ik ergens wel, zoals bij de beslissing om te gaan samenwonen met mijn man. Aan de andere kant merk ik ook dat er vaak niet naar mijn mening, als ik die dan eens uit, geluisterd wordt. “Jij wilde dit,” wordt me dan voor de voeten geworpen. Ik vecht vaak enorm voor de steun die ik (naar mijn mening) nodig heb. Dit leidt in mijn ogen tot een dubbele binding: als ik meega in andermans idee dat ik best bijvoorbeeld zelfstandig kan wonen, ben ik passief, terwijl als ik ertegenin ga, ik me vastklamp.
  3. Vindt het moeilijk een verschil van mening tegen anderen te uiten uit vrees steun of goedkeuring te verliezen. De realistische vrees voor straf wordt hier niet toe gerekend. Dit herken ik wel. Net als met het nemen van alledaagse beslissingen in het eerste criterium, heb ik het gevoel dat ik inherent een last ben voor anderen als ik meningsverschillen uit. Ik vind dit in bepaalde situaties erg moeilijk, zowel in mijn relatie als in mijn behandeling.
  4. Heeft moeilijkheden ergens alleen aan te beginnen of dingen alleen te doen (eerder als gevolg van een gebrek aan zelfvertrouwen in eigen oordeel of mogelijkheden dan uit gebrek aan motivatie of energie). Hierbij is wat tussen haakjes staat, naar mijn mening belangrijk. Ik heb heel veel moeite aan dingen te beginnen maar dit komt meer door een gebrek aan energie dan door een gebrek aan zelfvertrouwen. Mijn psych vindt wel dat ik aan dit criterium voldoe.
  5. Gaat tot het uiterste om verzorging en steun van anderen te krijgen, kan zelfs aanbieden vrijwillig dingen te doen die onplezierig zijn. Dit herkende ik in eerste instantie, toen mijn psycholoog me de critera voorlas, niet. Ik dacht hierbij namelijk aan overduidelijk misbruik en dit maak ik op dit moment niet mee. Nu ik erover nadenk, realiseer ik me dat ik wel aan dit criterium voldoe, en hoe. Auw.
  6. Voelt zich onbehaaglijk of hulpeloos wanneer hij alleen is, vanwege de overmatige vrees niet in staat te zijn voor zichzelf te zorgen. Dt vond mijn psycholoog overduidelijk op mij van toepassing, omdat ik me vaak rot voel als ik een middag *of zelfs een uur) alleen thuis ben terwijl mijn man bijvoorbeeld op zijn werk is. Ik snap het ergens wel, want ik ben inderdaad vaak bang dat er iets gebeurt wat ik niet in mijn eentje kan oplossen.
  7. Zoekt hardnekkig naar een andere relatie als een bron van verzorging en steun als een intieme relatie tot een einde komt. Hier heb ik geen ervaring mee, want mijn huwelijk is ook mijn eerste relatie.
  8. Is op een onrealistische wijze gepreoccupeerd met de vrees aan zichzelf te worden overgelaten. Auw, ja. Ik ben bijvoorbeeld vaak gelijk bang als ik hoor dat de verpleging onderbezet is of een vergadering heeft.

Aan de ene kant kan ik dus wel zien dat ik aan de criteria voor deze stoornis voldoe. Aan de andere kant heb het idee dat het een smoes is om mijn beperkingen te kunnen ontkennen. Men heeft me namelijk een diagnose van ontwikkelingsstoornis NAO gegeven. Ik had hier nog nooit van gehoord en krijg ook bij googlen geen duidelijkheid over wat het is. Omdat dit zo vaag is, kan men bij mijn vervolgbehandeling gemakkelijk negeren dat ik beperkingen heb die voortkomen uit overbelasting/overprikkeling.

Review: Kneipp douchescrub mint-eucalyptus

Kneipp douchescrub mint-eucalyptus

De laatste dagen ben ik snipverkouden. Het kwam dus goed uit dat ik vorige week de Kneipp douchescrub mint-eucalyptus bestelde bij Drogisterij.net. Vandaag review ik dit voor mij nieuwe product. Ik schreef al eens eerder kort over de Kneipp douche mint-eucalyptus. Benieuwd of deze scrub ook fijn is?

Verpakking

De douchescrub is verpakt in een tube met klikdop. Dit is hygiënischer dan wanneer de scrub bijvoorbeeld in een pot zou zitten. Ik vind het wel iets onhandiger om de scrub op een spons te krijgen, omdat ik het lastig vind om te voelen hoeveel er al op zit. De tube van deze scrub is ook vrij zacht, waardoor hij snel deukt en ingedeukt blijft als je erin knijpt. Ook dit vind ik een nadeel.

Ingrdiënten

De Kneipp douchescrub mint-eucalyptus is een douchegel met scrubdeeltjes van jojoba. Jojobakorrels zijn een natuurlijk alternatief voor micro beads. Micro beads komen via onze riolen in de zee terecht, waar ze bijdragen tot de “plastic soup”. Ik let hier eigenlijk nooit op. Zag trouwens toen ik de ingrediëntenlijst zorgvuldiger bekeek en wat rondgooglede, dat er wel styrene copolymer in deze scrub zit. Toch micro beads dus volgens mij. Jammer.

De douchescrub bevat geen minerale oliën en is zeepvrij. De scrub bevat wel SLES, een toevoeging die ervoor zorgt dat het product meer gaat schuimen. De eucalyptus- en mintgeur is afkomstig van etherische oliën uit de munt- en eucalyptusplant.

Wat zegt Kneipp over dit product?

Verwen jezelf met de verfrissende combinatie van een verzorgende douchegel met een mild reinigende scrub. De douche scrub mint – eucalyptus met jojobapeeling verwijdert op milde wijze dode huidcellen. De speciale douche formule met verzorgende amandel-, jojobaolie en sheabutter zorgt voor een gladde en zachte huid.

Wat vind ik van dit product?

Ik gebruikte deze douchescrub eigenlijk niet op zichzelf maar steeds in combinatie met de douchegel met dezelfde geur. Ik had namelijk nog niet door dat deze scrub een douchegel en scrub in één is. Toch was het wel te merken dat ook de douchescrub een lekkere, frisse geur heeft. Ik rook het al toen ik de verpakking opende. Dit was afgelopen donderdag, toen ik nog niet verkouden was. Ik kreeg, toen ik met deze scrub ging douchen, echt een stoombadidee. Dit had ik al met alleen de douchegel maar het werd nu nog eens versterkt.

Nu ik verkouden ben, vind ik dit nog een fijner product om mee te douchen. Ik ruik het op dit moment niet zo sterk. Ik merk echter wel dat mijn luchtwegen dit product heel fijn vinden. De combinatie van mint en eucalyptus zorgt ervoor dat ik makkelijker door mijn neus kan ademen – of althans, zo voelt het. Ik ervaar echt verlichting van de verkoudheid na een douchebeurt met deze scrub.

De scrubdeeltjes voelen echt heerlijk aan. Er zit voldoende scrubspul in dit product om mijn hele lichaam fijn mee te scrubben. Bij andere scrubs heb ik het nog wel eens dat alle scrubdeeltjes al op zijn als ik net mijn buik gescrubd heb. Mijn huid voelt na het scrubben heerlijk zacht aan zonder dat ik het idee heb dat mijn huid te veel gescrubd is. Het is inderdaad een milde scrub dus.

Conclusie

De verpakking kan beter als Kneipp dit product in een iets stevigere tube zou doen. Verder is dit echt een heel fijn product.

Kende jij deze douchescrub al?

Dankbaarheidslijstje #2

Het is alweer een tijd geleden dat ik een dankbaarheidslijstje heb gemaakt. Omdat ik de laatste tijd erg moe en somber ben, vind ik het toch belangrijk ook naar de positieve momenten te kijken. Hier dus weer wat dingen waar ik de laatste tijd dankbaar voor was.

  1. Lekkere geuren. Ik heb een AromaStream® aromaverstuiver. Die heb ik al heel lang, echt iets van vijf jaar of zo. Tot deze week stonden echter mijn etherische oliën willekeurig bij elkaar in een blik. Ik bestelde vorige week wat nieuwe oliën en besloot toen ook een doos te bestellen met vakjes om ze in te doen. Ik had er al één maar die is nu bestemd voor mijn geur- en kleurstoffen voor het zeep maken. Omdat ik mijn etherische oliën in deze doos op alfabetische volgorde kan ordenen, kan ik nu veel makkelijker bewuste geurcombinaties maken. Nu heb ik bijvoorbeeld ylang ylang, lavendel en marjolein in mijn verstuiver. Heerlijk!
  2. Douchen. Ik heb de afgelopen weken een aantal nieuwe doucheproducten gekocht. Douchen is echt ene plezier nu. Dat was het al maar elke keer dat ik nieuwe producten heb, wil ik ze dolgraag uitproberen.
  3. Knuffel. Drie weken terug trouwde mijn zus op Texel. Op de terugweg op de boot kocht mijn man een schapenknuffel voor me. Heel lief! Ik lig graag met deze knuffel in min armen op bed als ik moe ben.
  4. Sapjes. Vorige week is de leefstijltraining begonnen. Het is een aangepaste versie van Health4U, een programma om mensen die (door psychiatrische medicatie) risico lopen op het metaboolsyndroom, bewust te maken van een gezonde leefstijl. Health4U is bedacht door Eli Lilly, de fabrikant van onder andere het berucht dikmakende antipsychoticum Zyprexa. De leefstijltraining die ik volg, is minder uitgebreid en heeft ook praktijkdelen, zoals vandaag het maken van groente- en fruitsapjes. Ik vond het sapje met bleekselderij, wortel, appel en peer best wennen. Toch vind ik het leuk om dit te maken.
  5. Pepernoten. Om maar gelijk het gezonde en het ongezonde even in evenwicht te brengen, had ik vorige week een grote zak pepernoten. Heerlijk!
  6. Oma. Twee weken terug zijn mijn man en ik bij mijn oma op bezoek geweest. Ze is 92 en nog heel positief. Haar geheugen is een zeef maar gelukkig heeft ze geen andere cognitieve beperkingen of gedragsveranderingen. Het was gezellig om bij haar langs te gaan.
  7. KFC. Op de terugweg van mijn oma gingen mijn man en ik bij de KFC langs. Ik was daar nog nooit geweest. De burger die ik nam, was lekker!
  8. Sporten. Ik heb mijn draadloze koptelefoon naar Olburgen meegenomen, omdat ik er in Wolfheze weinig gebruik van maakte. Hij reikte namelijk net niet tot de fitnessapparatuur in de hal vanaf mijn kamer en ik had hem bedoeld om met muziek op te kunnen sporten. Yoga’en met een draadloze koptelefoon is ook niet heel handig en mijn luidsprekers staan ook in Olburgen. In Olburgen hebben we beneden een crosstrainer staan en het bereik van de zender van de koptelefoon is prima vanaf mijn kamer tot daar. Ik heb dus lekker gesport. Nu nog één van mijn yogamatten meenemen.

Waar ben jij de afgelopen tijd dankbaar voor geweest?

DIY body butter

De afgelopen tijd heb ik een aantal nieuwe dingen ontdekt met betrekking tot het maken van zeep en verzorgingsproducten. Zo is het me maandag gelukt een body butter te maken. Vandaag deel ik hoe ik dit deed.

DIY body butter

Wat heb je nodig?

Als basisingrdënten voor body butter heb je boters en oliën nodig. Gebruik 75% boters of oliën in vaste vorm en 25% vloeibare oliën. Voorbeelden van oliën en boters in vaste vorm zijn shea butter, cacaoboter, kokosnootolie en mangoboter. Voorbeelden van vloeibare oliën zijn amandelolie, abrikozenpitolie en jojoba-olie. Het maakt niet uit welke combinatie van oliën en boters je kiest, als je maar 75% vast oliën/boters en 25% vloeibare oliën gebruikt. Zo zag ik een recept voor body butter met witte-chocoladegeur waarbij 25% cacaoboter werd gebruikt. Ik wilde een sterkere geur hebben,dus koos ik voor 50% cacaoboter. Hier heb ik achteraf een beetje spijt van gekregen, want het rook wel heel erg naar chocolade. Voor de overige 25% vaste boters/oliën koos ik voor kokosnootolie. De enige olie in vloeibare vorm die ik in bezit heb, is amandelolie, dus dat gebruikte ik voor de 25% vloeibare olie.

Naast de basisingrediënten kun je geur- en kleurstof toevoegen. Ik twijfelde eerst welke geurstof ik zou toevoegen maar ging uiteindelijk voor vanille, omdat ik een witte-chocoladegeur wilde creëren. Bij witte chocolade wordt de geur van cacao vervangen door die van vanille. De meeste recepten die ik las, raadden an om 1-3% van je totale body butter aan geurolie toe te voegen. Dit vond ik veel te veel, zeker omdat vanille een sterke geur is. Ik had 200 gram body butter en voegde hier tien drupples (1ml) geurolie aan toe. Ik deed eerst maar vijf druppels in de body butter, vond dat toen te weinig en pakte nogmaals het flesje. Ik pakte echter het verkeerde flesje en gooide dus per ongeluk vijf druppels gele kleurstof bij mijn body butter. Volgens de mensen die het hebben gezien, maakte het weinig uit, want de body butter was van zichzelf al gelig.

Alle ingrediënten zijn trouwens te koop bij YouWish of De Online Zeepwinkel. Je moet er wel op letten dat de geurolie die je gebruikt vetoplosbaar is. Dit was ik vergeten, dus ik hoop dat de vanillegeur niet op de rest drijft.

Hoe maak je body butter?

Smelt de oliën en boters au-bain marie tot alles vloeibaar is. Laat vervolgens de olie/boter iets afkoelen en zet het daarna in de koelkast om hard te worden. De consistentie is goed als je je vinger in de body butter kunt steken en de afdruk blijft zien. Bij mij wilde het niet snel genoeg, dus heb ik de body butter een hele nacht in de koelkast gelaten. Toen was hij veel te hard. Dat geeft in principe niet, alleen moet je dan de body butter weer op kamertemperatuur laten staan om zachter te worden. Na het weekend was mijn body butter precies de goede consistentie. Je kunt nu de geur- en evt. kleurstoff toevoegen. Klop vervolgens de body butter met een handmixer tot het een soort slagroomachtige substantie wordt. Dit duurt ongeveer tien minuten. Je kunt nu de body butter in een pot scheppen. Ik had dus 200 gram body butter gemaakt, omdat ik een pot van 250ml had. Ik had er echter geen rekening mee gehouden dat bij het kloppen de body butter luchtiger wordt en je dus meer overhoudt. Dit maakte echt best wel een verschil.

Bewaar de body butter op een niet al te warme plaats, anders gaan de oliën smelten.

Zou jij zelf body butter willen maken of heb je dit wel eens gedaan?

Unsuccessful Adulting Tag

Op de blog van Joyce en Carmelina zag ik een paar dagen terug de unsuccessful adulting tag. Dit is een tag waarin je deelt hoe je soms als volwassene je toch nog als een kind gedraagt. k heb nog niet eerder een tag gedaan op dit blog maar deze tag is echt hilarisch. Ik ging zelfs googlen wie deze tag nog meer had ingevuld. Here goes.

1. Wat is het meest onvolwassen eten dat je de afgelopen week hebt gegeten? Kruidnoten, heel veel. Ik had maandag een hele grote zak bij de stationswinkel in Wolfheze gekocht en woensdag was hij op. Ik eet trouwens best vaak “onvolwassen” eten. Zo zag ik mensen tosti’s noemen en ik eet er bijna elke dag één als lunch. Soms twee als er een verpleegkundige is die niet van de Health4U is. Ook heb ik vanavond nog snacks gegeten.

2. Hoe vaak ga je vóór 22:00 uur naar bed? Heel vaak. Het is bij mij echt het ene uiterste of het andere: of ik kan mijn ogen bijna niet openhouden tot de avondmedicatie wordt uitgedeeld om negen uur, of ik ga pas na twaalven naar bed.

3. Wat is het laatste kinderprogramma dat je hebt gekeken? Dat kan ik me niet meer herinneren. Ik ben wel dol op de liedjes van de Amerikaanse Sesame Street maar een hele aflevering heb ik nooit gezien.

4. Wat is het laatste dat je bent vergeten? Ik typte net een heel verhaal over dingen die ik vaak vergeet maar niet vandaag vergeten ben, toen ik me realiseerde wat ik vandaag vergeten ben: tanden poetsen *Schaam*. Dat vergeet ik echt best vaak. Ik vergeet ook altijd wel iets mee te nemen als ik naar huis ga voor het weekend en ik heb hier meestal wel een paar zakjes van een bepaald soort medicatie liggen die ik heel vaak vergeet in te nemen. Gelukkig is dit niet zulke belangrijke mdicatie. Oh ja, net was ik nog bijna vergeten mijn medicatie (de rest) mee te nemen naar mijn kamer. Ik had het voor me op tafel liggen in de hal waar het wordt uitgedeeld en at dus nog wat snacks. Toen ik dus naar mijn kamer wou, was ik al onderweg toen ik aan mijn medicatie dacht.

5. Ben je wel eens in je pyjama naar buiten geweest? Nee. Wel naar beneden thuis, waar we geen goede gordijnen en wel heel grote ramen hebben.

6. Wat is je meest ranzige gewoonte? Uhm, wil je dat echt weten? Op de één of andere manier vind ik al mijn beslommeringen in de psychiatrie minder erg dan met mijn volledige naam mijn ranzigste gewoonte op internet toegeven. Nou ja. Neuspeuteren.

7. Hoeveel enkele sokken heb je in je kast/la liggen? Altijd wel een stuk of vijf. Ik heb sokkenklemmen waarmee ik de sokken bij elkar houd voor in de was maar ik vergeet best vaak die erom te doen.

8. Welke lelijke emoji gebruik je wel eens? Ik ben toch een succesvol oud wijf, want ik weet nauwelijks wat emoji’s zijn. Soort sophisticated smiley’s, toch? Ik gebruik ze dan ook nooit.

9. Wanneer is voor het laatst het eten dat je kookte mislukt? Wat was het? Ik kan niet koken. Nou ja, als het echt moet, kan ik wel een pan macaroni met rode saus koken maar daar houdt het mee op. Ik heb ooit wel meer geleerd maar durf ook niet te koken op ons gasfornuis.

10. Welke tic komt bij je naar boven als je je ongemakkelijk voelt? Aan mijn haar frunniken, heen en weer wiegen, in mijn handen wrijven en vast nog wel meer.< ?P>

Heb jij ook onvolwassen gewoontes?

Mijn weg naar hulp voor psychische klachten: eerder is beter?

Vandaag is het de landelijke dag psychische gezondheid. Internaitonaal is 10 oktober ook World Mental Health Day, dus het is niet vreemd dat dit in Nederland is overgenomen. Dit jaar staat de dag in het teken van psychische gezondheid en psychische klachten bij jongeren. Volgens Fonds Psychische Gezondheid ontstaat 75% van de ernsitge psychische problemen voor je 25ste. “Eerder is beter,” is dan ook de slogan voor dit jaar.

Zoals mensen die niet nu voor het eerst op mijn blog komen wel weten, heb ik ook psychische klachten. Ik ben zelf op mijn 20ste voor het eerst met de GGZ in aanraking gekomen. Vandaag wil ik jullie vertellen hoe mijn weg naar hulp verliep.

Eén van de grootste problemen die ik ervaren heb bij het vinden van hulp, is het feit dat ik niet om hulp durfde te vragen en niet wist waar ik terecht kon. Ik wist wel dat ik via de huisarts een verwijzing moest vragen maar ik wist niet wat ik dan moest zeggen. Het stigma rond psychische klachten speelt hier erg in mee. Ik wilde bijvoorbeeld niet met een vermoeden van een bepaalde stoornis naar de huisarts, hoewel ik wel zo’n vermoeden had. Ik had namelijk vanaf mijn zestiende ongeveer het idee dat ik wellicht iets in het autistisch spectrum kon hebben. Maarja, Asperger was “hot” in die tijd (2003), omdat een bekende psychiater dacht dat Volkert van der Graaf dit had. Bovendien had ik het al dan niet terechte idee dat toegeven dat ik problemen had, betekende dat ik niet meer op mijn gewone school mocht blijven. Ik weet niet of ik nou echt zo gemotiveerd was voor dat gymnasiumdiploma maar mijn ouders wel en ik wilde hen niet teleurstellen.

Uiteindelijk ben ik dus op mijn 20ste pas hulp gaan zoeken. Dit ging niet vanzelf. Ik werd hier min of meer door de begeleiding van het traingshuis voor gehandicapten, waar ik woonde, toe gedwongen. Ze hadden al een afspraak bij GGnet voor me staan toen ik nog naar de huisarts moest. Het was toen ook niet ik die dacht een probleem te hebben. Nou ja, ik wist wel dat het niet normaal was hoe ik me voelde en gedroeg maar ik dacht nog steeds dat psychische hulp zoeken betekende dat ik zwak was.

Bij de huisarts en ook bij de arts-assistent psychiatrie klapte ik volledig dicht. Dit was dan ook wat de huisarts opschreef in zijn verwijsbrief. Het was in die tijd nog niet nodig dat de huisarts alvast inschatte of er sprake was van een DSM-diagnose, zoals nu wel het geval is.

Toen ik op 2 februari 2007 voor het eerst van mijn leven tegenover een heuse psychiater kwam te zitten, vond ik dit wel heel eng. Ik stelde me voor hoe ik nu voor mijn leven voor gek werd verklaard, in een inrichting belandde en binnen de korste keren in de isoleer lag. Achteraf gezien zat ik hier niet eens zo ver naast maar dat lag niet aan die afspraak op 2 februari. Negen maanden later, op 2 november 2007, zat ik volledig doorgeflipt op he tpolitiebureau. OP 1 februari 2008 werd ik voor het eerst opgesloten in de afzondering.

Misschien, dnek ik soms, had ik inderdaad langer moeten doorzetten en klopt “eerder is beter” dus helemaal niet. Mijn voorspellingen dat ik mijn studie niet zou kunnen afronden, dat ik in een “inrichtng” en de separeer zou belanden, zijn immers best wel erg uitgekomen. In die zin is er in 2007 best wel een beerput opengegaan toen ik eenmaal hulp zocht.

Aan de andere kant is autisme een stoornis die op de kinderleeftijd ontstaat en kreeg ik al vanaf ongeveer mijn tiende andere zware psychische klachten. We zullen nooit weten of mijn leven er anders uit had gezien als mijn ouders in die tijd al hulp voor mij hadden gezocht en zo ja, of dat dan beter of slechter zou zijn.

Ik wil wel één ding heel duidelijk maken: een psychische ziekte is een stoornis, geen keuze. Beter worden is ook niet altijd een keuze. Herstel wel.

Mijn favoriete vakantie: International Computer Camp #30DayBlogChallengeNL

Alweer een paar dagen neit geblogd. Ik heb nog een paar blgposts in de maak maar daar moet ik nog het één en ander voor doen. Zo wil ik nog steeds schrijven over de producten die ik een paar weken terug bj The Body Shop kocht en wil ik een paar DIY huidverzorgingsproducten posten. Vandaag echter weer eens een post in de #30DayBlogChallengeNL. Deze keer schrijf ik over mijn favoriete vakantie.

Vroeger gingen mijn ouders, zusje en ik altijd naar Vlieland op vakantie. Dit was, zeker de laatste jaren dat we gingen, nogal een wisselend avontuur. In 2000 besloot ik voor de verandering op kamp te gaan: vier weken naar Rusland nog wel. Dit was geen succes. Hierover zal ik misschien nog wel eens bloggen maar nu niet.

Omdat dit zo’n negatieve ervaring was, was ik bang om weer op kamp te gaan. Toen ik twee jar later echter hoorde van het International Camp on Communications and Computers (ICC), wat toen nog gewoon International Computer Camp heette, wilde ik er dolgraag heen. Ik had in 1998 mijn eerste laptop gekregen en in 2002 kreeg ik internettoegang. Ik weet niet of ik al internet had toen ik van het ICC hoorde maar ik was in elk geval al gek op computers. De computer opende voor mij echt een wereld. Nou zal dat voor veel mensen zo zijn geweest maar voor mij als blinde was het nog eens een extra communicatiemogelijkheid. Niet meer klooien met een brailleschrijfmachine terwijl niemand in mijn familie goed Braille kon.

Bovendien was het ICC een kamp speciaal voor blinde en slechtziende jongeren. Het kamp in Rusland waar ik heen was geweest, was officieel ook voor visueel beperkte jongeren maar in de praktijk was ik de enige van de Nederlandse groep. Het leek me heel speciaal om met andere blinde en slechtziende jongeren te kunnen communiceren en onze interesse voor technologie te delen. Ik zat in die tijd nogal met mezelf en mijn handicap in de knoei.

International Computer Camp 2002

Gelukkig werd ik geaccepteerd en ik heb in 2002 een geweldige week in Engeland gehad. We verbleven in Loughborough in de East Midlands. Dit betekende ook een uitstapje naar een museum over de kolenindustrie in de West Midlands. We gingen ook boogschieten. Heel bijzonder voor een blinde.

Daarnaast waren er verschillende workshops op het gebied van computers. Ik deed bijvoorbeeld mee aan een workshop advanced word processing (Microsoft Word voor gevorderden). Ook heb ik toen de toegankelijke computerspellen ontdekt. Veel waren nog oude interactive-fiction spellen uit de jaren ’80 en ’90 maar het was toch leuk. Ik heb later nog wel meer toegankelijke spellen ontdekt. Daarnaast deed ik mee aan workshops over internet relay chat *IRC) en audiobewerking. Ook een leuke niet computergerelateerde workshop was een kookworkshop waar we Griekse lamsschotel maakten.

Ik deed naast de workshops mee aan het vervaardigen van de kampkrant. Dit vond ik heel leuk, aangezien ik zo mijn Engels en schrijfvaardigheid kon oefenen.

Het belangrijkste was echter het contact met de mededeelnemers en begeleiders. Het was heel bijzonder. Ik heb door dit kamp echt stappengezet om mijn handicap te accepteren.

International Computer Cap 2003

in 2003 ging ik nog een keer naar het ICC, dit keer in Zwitserland. Dit was ook een erg mooie ervaring. De exrcusie was dit keer een wandeling door de bergen.

Op dit kamp deed ik mee aan een workshop over studeren. De workshopleider werkte op de universiteit van Karlsruhe en was echt inspirerend. Hij was zelf niet blind maar deed wel zijn best naar de mogelijkheden van studeren met een handicap te kijken in plaats van naar de onmogelijkheden. Zo had hij het over een slechtziende student die graag biologie wou volgen. Vond de uni in eerste instantie geen goed idee maar dankzij goede hulp en zijn eigen inzet is het diegene toch gelukt. Ik herinner me dat we tijdens deze workshop enorm hard moesten lachen. “Laughing therapy,” werd daar voor mij werkelijkheid.

Het mooie aan deze vakantie was dus niet zozeer het recreatieve aspect maar het leeraspect. Ik zou dolgraag nog eens naar iets als het ICC willen maar helaas ben ik te oud. 🙁

Terugblik op mijn trouwdag

Trouwfoto

Vorige week heb ik niet geblogd. Ik was namelijk weer eens best wel moe en bovendien ging ik donderdag al naar Olburgen. Mijn zus trouwde vrijdag op Texel en daar zijn mijn man en ik die hele dag geweest. Oorspronkelijk begon ik hier aan een beschrijving van de bruiloft van mijn zus en haar vriend. Toen realiseerde ik me dat ik daar maar beter eerst toestemming voor kan vragen aan mijn zus. Ik heb ook nog nooit verteld hoe mijn eigen bruiloft eruit zag. Dat ga ik nu dus doen.

Mijn vriend Jeroen en ik zijn getrouwd op 19 september 2011 in Nijmegen. We trouwden in de Nicolaaskapel op het Valkhof. Geen kerkelijk huwelijk overigens, aangezien zowel Jeroen als ik niet extreem gelovig waren. Ik had mijn oma als getuige. Dat vond ik wel heel mooi, aangezien ze ook getuige is geweest bij de bruiloft van mijn ouders. Jeroen had een goede vriend als getuige.

Voor de ceremonie kwam mijn zus naar de instelling in Nijmegen waar ik toen verbleef om me op te tutten. Vond ik best lastig. Ik had met een verpleegkundige de trouwjurk uitgezocht – een zwarte, want ik was en ben dol op zwart. Ik droeg ook een goudkleurige omslagdoek en bijpassende diadeem.

’s Ochtends had ik op de afdeling mijn aanstaande trouwerij gevierd. Ik kreeg een droptaart die de verpleging en een paar cliënten samen in elkaar gezet hadden. Ik kreeg ook een paar grappige gedichtjes. Ik had in die tijd de diagnose meervoudige persoonlijkheid of dssociatieve identiteitsstoornis (DIS). Eén van de verpleegkudnigen dichtte daarom:

Met die DIS en met dat trouwen
Heeft Jeroen straks een hele harem vrouwen

Dat vond ik wel heel leuk. De droptaart, gemaakt met mijn favoriete zoete dropjes van de Aldi (ja, die in kilozakken), heb ik overigens bijna helemaal in mijn eentje opgegeten.

Eén van de zussen van Jeroen reed ons in haar auto naar het Valkhof. Daar stonden een oom en tante me onverwacht op te wachten. Die waren niet uitgenodigd maar ik was toch blij dat ze er waren en er was plek zat in de kapel. We hadden namelijk maar iets van vijftien gasten: onze ouders, zussen en aanhang, opa en oma van Jeroen en mijn oma en die vriend van Jeroen.

De ceremonie was mooi. IK kan me alleen het muziekstuk wat speelde bij binnenkomst niet meer voor de geest halen. Het was een klassiek stuk wat Jeroen blijkbaar mooi vond. Hij zal het me van tevoren heus hebben laten horen en achteraf heeft hij het nog wel eens laten horen maar toen herkende ik het niet.

We hadden een degelijke, vermoedelijk katholieke trouwambtenaar. Wij hadden hem niet zelf uitgekozen maar we hadden er wel geluk mee. Jeroen, die in die tijd voor het CDA was, grapte dat we de enige CDA-trouwambtenaar van Nijmegen getroffen hadden. Hij hield een mooi praatje en vervolgens gaven we elkaar het jawoord. De trouwambtenaar had bedacht dat de oma’s de ringen mochten geven om te wisselen. Dit vond ik supermooi. Omdat mijn oma al ietwat vergeetachtig was, raakte ze een beetje in de war toen de ambtenaar suggereerde dat Jeroen nou ook haar kleinkind was. Het kwam echter allemaal goed.

Na de ceremonie dronken we nog wat ik geloof ergens aan de Waalkade of zo. Geen idee eigenlijk, want ik werd maar gewoon een café binnengetrokken. We waren namelijk nog te vroeg voor het eten. Het diner deden we in het Vlaams Arsenaal. Hier kun je een drie-gangenverrassingsmenu krijgen. Jeroen en ik waren toen allebei vegetariër. Dat wil zeggen, hij was het echt en ik deed een poging. We hadden dus voor alle gasten het vegetarische verrassingsmenu besteld. Veel mensen waren er erg tevreden over. Zonder dat ik het wist, had Jeroen aan de kok gevraagd of hij een appeltaart als toetje wilde maken, omdat ik daar dol op ben. We kregen dus een geweldig lekkere appeltaart met bruidspaartje erop. Ik durfde hem alleen niet aan te snijden, dus stond maar een beetje dom te kijken toen Jeroen hem aansneed.

Mijn zus hield een geïmproviseerde speech tijdens het eten. Die was echt grappig. Zo vertelde ze over de verhalen die ik verzon als kind: dat we met de poppen in het “vakantiehuisje” (de gang) naar Costa Rica gingen. Een paar weken terug heb ik haar hierover gecorrigeerd: twee van de PlayMobilpoppetjes kwamen uit Costa Rica maar met de poppen gingen we naar Suriname. Ik weet niet eens of ik toen wist waar die landen lagen en mijn zus, die twee jaar jonger is, wist het zeker niet.