Wat ik vroeger wilde worden #30DayBlogChallengeNL

Het is weer tijd voor een onderwerp uit de #30DayBlogChallengeNL. Dit keer schrijf ik over wat ik vroeger wilde worden. Ik heb hiermee een aantal onderwerpen overgeslagen. Op sommige kom ik later nog terug.

Toen ik in de kleuterklas zat, gingen we een keer bij een “waarzegster” langs. Je kent het wel, de juf van groep vier met een glazen bol die vraagt wat je later wilt worden en op basis daarvan een “voorspelling” doet. Echt stereotiep wilden alle meisjes prinses worden. IK herinner me niet meer wat ik toen zei dat ik wilde worden.

Vanaf het moment dat ik kon schrijven, wilde ik echter schrijfster worden. Mijn ouders zijn best wel no-nonsense en ik leerde hierdoor al heel jong dat je van schrijven alleen niet kan leven. Toch was schrijfster jarenlang wat ik zei dat ik wilde worden. Ik wilde natuurlijk als kind altijd kinderboeken schrijven, want ik kende niks anders. Als puber wilde ik tienerverhalen schrijven. Ik was een enorme fan van Caja Cazemier. Ik heb al haar boeken van tot 2000 gelezen en plagieerde ze vrolijk in mijn eigen verhaaltjes.

Vanaf dat ik een jaar of elf was, wist ik zeker dat ik later naar de universiteit zou gaan. Niet dat dat me daarvoor niet duidelijk was maar ik was me er nooit zo sterk bewust van. Ik heb op de vakantie op Vlieland toen ik twaalf was, vrolijk staan verkondigen aan iedereen dat ik later Neerlandicus werd. Hoezo nerd?

In het jaar erop wilde ik wiskundige worden, omdat dat mijn lievelingsvak in de brugklas speciaal onderwijs was. Mijn vader is ervan overtuigd dat ik, als ik had kunnen zien, natuur en techniek als profiel had gekozen op de middelbare school. Ik meen inderdaad dat ik één blinde pesoon ken die een halfjaar wiskunde heeft gestudeerd op de universiteit. Toch zou hier denk ik ook als ik kon zien mijn interesse uiteindelijk niet liggen.

Toen ik op mijn dertiende naar het gymnasium ging, bewonderde ik mijn leraressen Nederlands en Latijn. Ik wilde dan ook afwisselend lerares Nederlands of klassieke talen worden. Al langer had ik wel eens een fase gehad waarin ik juf wilde worden maar het idee om docent op een middelbare school te worden, bleef wel lang hangen.

Toen ik eenmaal in de vierde klas gymnasium kwam, had ik inmiddels internet en zo contact met mensen uit Amerika. Zo ontstond het idee dat ik Amerkanistiek wou studeren, aan het eind van mijn studie naar Amerika vertrekken en – vraag niet hoe – nooit meer terug zou keren. Op de Radboud Universiteit kon je in je eerste jaar al kiezen om de Amerikaanse uitspraak te leren bij je studie Engels. Vanaf je tweede jaar kon je dan voor Amerikanistiek gaan. Dit leek me wel wat en ik heb me zelfs aangemeld voor deze studie. Mijn droom was toen – of althans dat dacht ik – om professor te worden in de Amerikaanse studies.

Toen ik in 2005 eindexamen deed, besloot ik toch een tussenjaar te nemen om aan mezelf te werken. Tjdens dit tussenjaar ontdekte ik dat mijn interesse veel meer bij de psychologie lag. Ergens wist ik dat wel, want ik had ooit in de vierde klas een informatiebijeenkomst over pedagogiek en psychologie bezocht en vond dit super interessant. Helaas is psychologie studeren aan de universiteit voor mij om verschillende redenen niet mogelijk. Ten eerste leerde ik tijdens mijn jaar op het hbo, waar ik een oriënterende propedeuse in de psychologische en pedagogigsche studies volgde, dat ik niet bepaald de vereiste communicatieve vaardigehden bezit. Bovendien is als blinde psychologie nogal lastig vanwege het enorme aandeel aan statistiek.

Mijn uiteindelijke keuze wat betreft studie viel op taalwetenschap. Ik wilde daarbij nog steeds richting psycholiguïstiek of taal- en spraakpathologie. Uiteindelijk heb ik deze studie maar twee maanden volgehouden. Op dit moment ben ik gruwelijk blij dat ik geen taalprof ben geworden.

Wat wilde jij vroeger worden?

Een gedachte over “Wat ik vroeger wilde worden #30DayBlogChallengeNL

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *