Over twee jaar

Woensdag had ik een gesprek met twee mensen van GGnet, de psychiatrische instelling in de Achterhoek, voor thuisbegeleiding. Het was geen fijn gesprek. Het blijkt dat zij mij niet voldoende begeleiding konden bieden. Dat wordt dus verder zoeken.

Een vraag die mij gesteld werd, was hoe ik over twee jaar mijn leven zie. Ik heb die vraag vaker gekregen gedurende mijn lange carrière door de hulpverlening. In 2006 antwoordde ik op die vraag dat ik dan zelfstandig zou wonen en studeren. Twee jaar later zat ik op een gesloten afdeling opgenomen.

Een verpleegkundige van mijn afdeling gaf aan dat vragen als “waar sta je over vijf jaar?” bedoeld zijn om mensen hun wilskracht te laten tonen. Het zal wel zoiets van de rehabilitatiebullshit zijn, dat je constant doelen moet hebben voor hoe je vooruit wilt gaan in je leven. Alsof gewoon leven niet genoeg is. Nou had die man van GGnet de indruk dat ik pas eind 2017, als mijn indicatie voor langdurende zorg afloopt, zou gaan samenwonen met mijn man. Misschien bedoelde hij dus hoe ik wil dat mijn leven eruitziet zodra ik bij mijn man woon. Laat ik dus over die vraag eens een blogpost schrijven.

Over twee jaar woon ik bij mijn man. We wonen dan nog in ons huidige huis in Olburgen. Ik hoop namelijk niet dat mijn man binnen twee jaar wil verhuizen, want dan ben ik net een beetje gewend in ons huidige huis. Mijn werkkamer is ingericht (door mijn man denk ik) met de Lundiakast die er nu nog in delen staat, relaxstoel, mijn bureau wat er nu al staat. Waar mijn bureau, wat nu op de afdeling staat, komt te staan, moet ik nog bedenken. In mijn werkkamer vermaak ik me met bloggen, Facebooken en andere computerdingen. Ik hoop dat ik tegen die tijd ook echt mezelf kan vermaken daar, want nu verveel ik me nogal eens als ik thuis achter de computer zit.

Ik ga overdag een aantal dagdelen naar dagbesteding. Hier doe ik creatieve dingen. Ik hoop ergens dat ik daar de zeephobby deels kan uitvoeren, zoals bij mijn hudige dagbesteding bij de afdeling. Als dat niet kan, heb ik een andere hobby gevonden die ik wel daar kan uitvoeren. Dat wordt nog lastig, want ik heb al veel geprobeerd.

Ik ga op zondag regelmatig naar de kerk. Niet elke week, want ik ben liever lui dan vroom. Ik hoop ook dat ik zo wat contacten kan opbouwen in de omgeving. De protestantse kerk is in Steenderen, het grotere dorp verderop. Ik heb echter gehoord dat er ook mensen uit mijn dorp in elk geval ingeschreven staan.

Ik ben over twee jaar psychisch nog steeds redelijk stabiel. Ik zal nog wel hulp nodig hebben als het minder goed gaat. Ik kan me echter overdag redelijk redden. Zo lukt het me dan om zelf ontbijt en/of lunch klaar te maken. Moet ik wel weten waar de cruesli staat, want die zoek ik al elke keer als ik thuis ben. Ik kan ook wat huishoudelijke taakjes zelfstandig uitvoeren.

Barry, de kat, leeft uiteraard over twee jaar nog (hij is dan vijf). Hij is dan ook aan mij gewend en ik aan hem. Ik ben namelijk nu nog vaak erg bang dat hij wegloopt of iets anders doet wat niet mag en weet niet hoe ik hem in het gareel kan houden.

Het belangrijkste is echter dat ik me prettig voel in mijn vel thuis en niet meer het gevoel heb op bezoek te zijn. Het is immers ook mijn huis.

Een gedachte over “Over twee jaar

  1. Het beste is denk om alles dag bij dag te nemen. Zelfs wanneer je geen hulpverlening krijgt. Je weet niet of morgen nog komt. Elke avond afsluiten met de lichtpuntjes van die dag en daar dankbaar voor zijn!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge