Hoe ik een problematische relatie met eten kreeg

Vorige week schreef Yvette een post over haar relatie met voeding. Hierin beschreef ze hoe ze bewust omgaat met eten. Ik was dinsdag al begonnen aan een stuk over mijn eigen relatie tot eten, die een stuk minder gezond is. Ik twijfelde toen echter nog of ik dit met naam en toenaam op mijn blog zou zetten. Toen ik er echter achterkwam dat mijn zeer persoonlijke, Engesltalige blog bijna bovenaan in Google staat als je mijn naam intypt, besloot ik er schijt aan te hebben. Dat ik een moeilijke relatie met eten heb, mag iedereen weten.

ik was als kind niet eens een extreem moeilijke eter. Mijn man klaagt nu wel eens dat ik wel heel weinig lust maar ik kan me niet herinneren dat ik veel minder lustte dan mijn zus. Mijn ouders waren heel makkelijk met eten en zetten er weinig druk op dat we iets moesten eten wat we niet lustten. Ze maakten ook best vaak apart eten voor één van ons, nou ja een deel van het eten dan. Zo kreeg ik rauwe zuurkool als we zuurkoolstamppot aten, want dat lustte ik wel.

Ik was ook als kind niet iemand die exxtreem veel snoepte. Ik herinner me wel dat ik vrij veel snoep pikte van mijn ouders en dat ook wel meer deed dan mijn zus. Ik had echter toen nog niet echt eetbuien of ander overduidelijk eetgestoord gedrag. Toen ik tien werd, kreeg ik bijvoorbeeld een kleine hoeveelheid dropjes voor mijn verjaardag – en ik bedoel echt tien dropjes of zo. Daar heb ik echt dagen mee gedaan. Of dat een uitzondering was, weet ik echter niet, want ik was wel al vroeg iemand die veel snoep wilde hebben.

Toen ik naar de middelbare school ging, vooral op het gymnasium, liep het wel de spuigaten uit met snoepen. Dit is eigenlijk in vrij korte tijd vrij snel gegaan. Toen ik nog in de brugklas van het speciaal onderwijs zat, at ik keurig mijn brood op en kocht ook niet meer dan één candybar per dag en dat lang niet elke dag. In de eerste van het gymnasium herinner ik me dat ik een keer vijf Marsrepen uit de automaat trok en ze achter elkaar opat. Mijn klasgenoten zeiden er wat van maar ik luisterde niet. Dit was waarschijnlijk de eerste keer of de enige keer dat mijn klasgenoten er wat van zeiden, dat ik het daarom onthouden heb. Het was zeker niet de laatste keer.

Ergens besefte ik wel dat het niet normaal was. Ik heb in die tijd kort een eetdagboekje bijgehouden en noteerde daarin keurig alle candybars, saucijzenbroodjes en chips die ik naar binnen werkte. Ik voelde me ook schuldig maar deed er niks mee. Op een gegeven moment las ik in een jongerentijdschrijft over de BMI en ik berekende de mijne. Die was toen voor een jongere volgens mij al op het randje van overgewicht maar dat realiseerde ik me niet, omdat het tijdschrift de norm voor volwassenen nam.

Ik las in datzelfde tijdschrijft in ongeveer dezelfde tijd over anorexia en meiden die hiervoor opgenomen werden. Ik weet niet waarom maar het trok me enorm. Heel stom natuurlijk, want niemand wil echt een eetstoornis. Het was ook niet dat ik dun wilde zijn maar meer dat ik iets wilde hebben waarin ik mijn gevoel kon uiten. Misschien zelfs wel iets waarmee ik kon laten zien dat het niet goed ging.

Als eetgestoorde faalde ik gigantisch. Ik kon niet eens lijnen, laat staan dat ik voor anorexiapatiënt door kon gaan. Gelukkig hield ik ongezond compenseergedrag zoals braken ook niet lang vol. Ik at echter wel grote hoeveelheden snoep. Als ik op zaterdag naar de winkel ging, kocht ik twee grote zakken snoep en at die in een uur tijd allebei leeg. Dat dit net zo goed een eetprobleem is, kwam niet in me op. Op school leerden we ook alleen over anorexia en boulimia. Godzijdank was mijn gedachte dat ik een eetstoornis “wilde” alweer over toen ik internettoegang kreeg, anders was ik ongetwijfeld veel verder van huis geweest door de pro-anasites.

Toen ik volwassen werd, werden de echte eetbuien vanzelf minder. Ik overat nog wel maar niet meer in extreme mate. Toch bleven de dwangmatige gedachten over eten wel een rol spelen. Uiteindelijk liep dit rond mijn 23ste toch weer uit de hand en werd het overeten erger. Sindsdien ben ik nooit meer langer dan een week eetbuivrij geweest. In die tijd heb ik ook ongeveer een halfjaar meerdere keren per week gebraakt. Hier stopte ik echter uiteindelijk weer mee, om het zo nu en dan weer op te pakken. Helemaal vrij van ongezond compenseergedrag ben ik nooit meer voor een lange tijd geweest.

Toch zijn nu voor mij de eetbuien schadelijker: ik zit inmiddels qua gewicht behoorlijk ver in het gebied “obesitas”. Helaas leren we nog steeds dat overeten gewoon onwil om maat te hoduen is, i.p.v. een serieus psychisch probleem. Ik heb nog steeds het idiote idee dat ik een falende eetgestoorde ben, terwijl ik me juist zou moeten focussen op mijn herstel.

3 gedachten over “Hoe ik een problematische relatie met eten kreeg

  1. Wat een prachtige, treffende en eerlijke blog. Knap dat je zo ver bent dit zo op digitaal papier te zetten. Ik hoop echt dat je de hulp en kracht krijgt om dit gevecht met voeding te winnen en weer gelukkig kunt zijn.

  2. Heftig dat je dit zo op papier durft te zetten & heel mooi geschreven ook. Ik heb zelf ook te kampen gekregen met een eetstoornis. Desondanks dat het compleet de andere richting op ging bij mij (je snapt wel welke eetstoornis ik bedoel, ik haat het namelijk enorm om dit woord uit te spreken) herken ik wel goed je gevoelens! Bij deze wil ik nog even zeggen dat het zeker mogelijk is om dit te overwinnen! Het neemt tijd, maar het lukt. Geloof me xxx ❤️

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *